Lewinsky heeft verhalen en kan die prachtig vertellen. Hij weet vaak in één zin hele werelden aan te duiden, maakt in een nevenzin helder waarvoor anderen alinea’s nodig hebben. Melnitz is zo’n boek vol van kirrende verhalen, mooie geschiedenissen, gruwelijke narigheid, allerlei lijnen die zich eindeloos vertakken. Over de geschiedenis die zich niet zou herhalen, maar wel herhaalt en nog steeds herhaalt. Ik begrijp niet waarom de Nederlandse uitgever de Duitse titel Melnitz niet heeft gehandhaafd. ’t Is een naam die het hele verhaal in zich draagt. Dat geldt niet voor de suffe Nederlandse titel Het lot van de familie Meijer (dat zegt niets over de kwaliteit van de vertaling, menig vertaler is ongelukkig met de uitgeverskeuze voor vertaalde titels; ik las het origineel en heb verder geen mening over de Nederlandse uitgave). Laatst ging het over Vroman en misschien had ik daarom een onmiddellijke associatie met zijn bekendste gedicht Vrede, dat hetzelfde verwoordt als Lewinsky’s Melnitz. Ik googelde de tekst, te lui om die zelf in te kloppen, meanderde van hit naar hit en belandde zo ook op de blog van Jaeggi. Het gaat mij om het complete gedicht van Vroman, niet alleen om de muziek-voor-miljoenen-regels, maar ik ben niet zo streng als Jaeggi en geef hieronder dan ook het hele gedicht. Laat het je er niet van weerhouden niettemin naar de boekhandel te gaan voor bundels van Vroman. (Via zijn site kun je Jaeggi trouwens mailen, hoe absurd kan virtueel zijn.)
Vrede
Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogde blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede.’
Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede:
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt me nu mijn bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.
Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds zijn armpjes
opheft.
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Leo Vroman

In 1970 was onze maup een mupje dat in de VS woonde. In dat jaar zag Sesame Street het licht. Aan het Sesame Street van toen kan ik pagina’s vol nostalgie wijden, anderen ook en sommigen doen dat dan ook. We hadden thuis een LP met Sesame Street-liedjes die zo voor het leven in mijn hoofd belandden.
Tussen alle bedrijven door het lezen niet gelaten. Dit was een van de hoogtepunten.
Vier hoofdstukken uit het leven van studente Iris Vegan. Ze maakt vreemde dingen mee door eigenaardige ontmoetingen, maar ook ontwrichtende psychische processen in haar zelf waar ze geen grip op lijkt te hebben. De hoofdstukken volgen haar leven niet chronologisch, maar er zijn wel verschillende verwijzingen dat je inzicht krijgt hoe ze in elkaar grijpen en welke gebeurtenissen aan welke zieleonrust voorafgaan. Het hoofdthema is die zieleonrust, die Iris in allerlei schakeringen ondergaat.
Ik keek het gegeven paard in de bek, trachtte zonder oordeel vooraf te waarderen en waardeerde niet wat ik las. De eerste alinea’s nodigen uit tot verder lezen, prima. Dan komen de eerste struikelblokken, zinnen die je verward achterlaten. Ze dronken koffie aan haar tafel en met een even grote kracht als hij niet zo lang daarna zou weten dat hij van haar af wilde, had hij haar gewild. Hûh? Nog maar eens lezen. Aha, hij, Fred, wil haar heel graag en dadelijk wil hij haar net zo graag niet meer. Behalve dat Fred vervolgens een wat langere relatie met deze vrouw krijgt en later uit niets blijkt dat hij ‘met grote kracht’ van haar af wil. Hij wil nogal slap van haar af, hij is ook een niksig weekdier, zij beëindigt de relatie. Komt geen kracht van zijn kant aan te pas. Meer kromme zinnen en inconsequenties, maar ik haak niet af, ben zelfs nieuwsgierig naar verder verloop.
Wat het beste boek is, kun je niet meten, wel wat het best verkoopt. De CPNB heeft de
Homes was een tijd terug (najaar 2006 meen ik) te gast bij The John Adams Institute in Amsterdam en las toen voor uit haar nog te verschijnen ‘memoir’ The Mistress’s Daughter. Daarin vertelt ze hoe ze op 31-jarige leeftijd in contact komt met haar biologische moeder en later ook vader en over de bizarre wereld waarin ze vervolgens terechtkomt. Het stuk dat ze die avond in Amsterdam voorlas was geestig en maakte nieuwsgierig naar het verdere verhaal. Nu heb ik deze nieuwsgierigheid dan eindelijk bevredigd.
Akunins speurneus Fandorin is ijdel en trots en zelfingenomen en niettemin of juist daarom prima te hebben als hoofdpersoon. Dit Fandorinverhaal is weer anders opgezet dan
Een jonge vriend was jarig, ik zou op bezoek gaan, er kwam allerlei tussen (aardverschuiving, verhuizing, veel hooi, kleine vork, etc.), ik ging nog niet. Ik had voor de jarige wel een boek uitgezocht. Mijn eerste keus was een titel van Andreus geweest, het boek bleek echter beschadigd, er was maar één exemplaar, zo week ik uit naar Mistica Maeva. Een gok, maar het zag er mooi uit en de eerste regels beloofden wat. 'Dat is ook veel leuker dan Andreus,' aldus de boekverkoper nog en ik ging tevreden naar huis.
Ik was op vakantie en ik nam mee: nogal wat boeken. Het goede voornemen was verschillende titels vanuit Indonesië de wijde wereld in te sturen. Uiteindelijk is het me gelukt vier boeken uit te zwaaien, daar staan twee nieuw verworven titels tegenover. Het ene boek kocht ik, het andere vond ik. Het lag op de stapel boeken naast de kassa van een eethuisje. Mijn monomane boekenoog spotte de boekenstapel meteen. Veel titels die mij niet interesseerden en toen ineens deze dikke pil van Susanna Clark. Qua omvang nam ik zo meer boek dan ik gaf.
Koud bloed is een nieuw literair-journalistiek tijdschrift met als thema misdaad. Het wil het in de Engelstalige wereld populaire 'true crime'-genre meer bekendheid geven onder Nederlandse lezers en brengt verhalen van Nederlandstalige auteurs. True crime is een non-fictiegenre waarin de auteur zich baseert op een echt gebeurde misdaad en echte mensen. Niet per se mijn genre, 'echt gebeurd' maakt een verhaal voor deze lezer niet aantrekkelijk, waarachtig wel. Het eerste nummer kreeg ik en ik heb er her en der wat in gelezen. Een volgend nummer zal ik laten liggen; misdaad mag dan, aldus de redactie, iets zeggen over de tijd waarin we leven en een onderwerp zijn dat ieder mens raakt, in deze vorm raakt het mij matig. De bijdragen hebben een hoog Peter R.-gehalte, geef mij maar de krant.
Seriemoordenaar houdt huis in Stalinistisch Rusland. Hij heeft het op kinderen gemunt, is voor zijn werk veel onderweg en laat her en der in het land zijn gruwelijke visitekaartje achter. In het Rusland onder Stalin komt zoiets niet voor, dat is iets voor het gedegenereerde Westen en vooralsnog worden de moorden niet met elkaar in verband gebracht, maar toegeschreven aan de eerste de beste plaatselijke zondebok, de buitenbeentjes van het sociale arbeidersparadijs. In 1953 was daarom iedereen in de Sovjet-Unie blind voor deze psychopaat. Iedereen? Nee, één man, Leo, gaat een lichtje branden en vervolgens bindt hij de strijd aan met het systeem en gaat hij op zoek naar de moordenaar.
Naser is een Eritrese jongen die in 1980 op zijn tiende naar Soedan vlucht, waar zijn oom hem en zijn broertje oppikt en meeneemt naar zijn huis in Djedda. Van de regen in de drup, blijkt al snel. Naser is opgegroeid tussen vrouwen, in het streng islamitische Saoedi-Arabië maken mannen de dienst uit en zijn alle vrouwen aan zijn zicht onttrokken. Ze gaan in boerka gehuld over straat en worden ook op allerlei andere manieren afgeschermd van de mannenwereld. Er gaan verhalen rond over vrouwen die liefdesbriefjes laten vallen voor de voeten van een man en zo contact zoeken. Om de liefde of om de verveling te verdrijven?
De Britse officier Richard Burton (1821-1890) belandt voor de East India Company in Brits-Indië, heeft daar meer belangstelling voor de plaatselijke bevolking, taal en gebruiken dan voor de gezapige, benauwde kolonialistische arrogantie van zijn landgenoten, verdiept zich in het hindoeïsme en, als hij later wordt overgeplaatst naar Sindh, in de islam. Hij verbruit het bij zijn meerderen, wordt met 'ziekteverlof' teruggestuurd naar Engeland en bereidt een volgende reis voor. Dit keer reist hij als moslim verkleed eerst naar Caïro, van daaruit naar Medina en Mekka. Hij vertrekt als ontdekkingsreiziger, maar wordt gaandeweg ook steeds meer pelgrim en beleeft tijdens deze pelgrimage onbedoeld een zekere loutering. In de derde reis die in het boek wordt beschreven, trekt Burton vanuit Zanzibar Afrika in, op zoek naar de bron van de Nijl.
Waar is de taart is een prachtig oneindig beeldverhaal. Meneer en mevrouw Hond doen de dagelijkse klussen, het zit er zo op, de taart staat al klaar. Twee ratten gluren vanuit het bos en ho, ze gaan er met de taart vandoor. Pagina na pagina volgen we meneer en mevrouw Hond die de grijpgrage ratten achternazitten. Dat is slechts één van de vele verhalen die van prent naar prent worden verteld. Er zijn een huilend konijntje, een kameleon op vrijersvoeten, een stelletje brutale apen en en en.
Fascinerende graphic novel, over het leven van Marji, 1970 geboren in Iran, die alle politieke omwentelingen meemaakt, op haar veertiende door haar ouders naar Oostenrijk wordt gestuurd, om de veiligheid en voor de goede opleiding, waar ze eenzaam pubert en uit de bocht vliegt. Ze keert terug naar Teheran om uiteindelijk toch het land weer te verlaten en het repressieve regime van Iran te ontvluchten.
In het voorjaar van 1927 begon de kort daarvoor naar New York geëmigreerde Russische Lillian Alling, ziek van heimwee, aan een voettocht naar huis, dwars door Noordwest-Canada en subarctisch Alaska en Siberië. Cassandra Pybus schrijft naar aanleiding hiervan het non-fictieverslag
De Donald Duck-pocket viel mij letterlijk in de schoot. Lange tijd was ik trouw DD-lezer, iedere week het vrolijk weekblad met precies de goede kwinkslagen en knipogen. De sjeu ging eruit, het blad ook.
Akunin is hier ten huize een favoriet. Dat is een gril;
Uit het blote hoofd:

Ben Sijes (1909-1981) groeide op in een Amsterdams joods arbeidersgezin en werd na WOII bekend als geschiedschrijver van de Nederlandse arbeidersklasse en medewerker van het RIOD.