17 juni 2009

Melnitz, Charles Lewinsky

Lewinsky heeft verhalen en kan die prachtig vertellen. Hij weet vaak in één zin hele werelden aan te duiden, maakt in een nevenzin helder waarvoor anderen alinea’s nodig hebben. Melnitz is zo’n boek vol van kirrende verhalen, mooie geschiedenissen, gruwelijke narigheid, allerlei lijnen die zich eindeloos vertakken. Over de geschiedenis die zich niet zou herhalen, maar wel herhaalt en nog steeds herhaalt. Ik begrijp niet waarom de Nederlandse uitgever de Duitse titel Melnitz niet heeft gehandhaafd. ’t Is een naam die het hele verhaal in zich draagt. Dat geldt niet voor de suffe Nederlandse titel Het lot van de familie Meijer (dat zegt niets over de kwaliteit van de vertaling, menig vertaler is ongelukkig met de uitgeverskeuze voor vertaalde titels; ik las het origineel en heb verder geen mening over de Nederlandse uitgave).
            Laatst ging het over Vroman en misschien had ik daarom een onmiddellijke associatie met zijn bekendste gedicht Vrede, dat hetzelfde verwoordt als Lewinsky’s Melnitz. Ik googelde de tekst, te lui om die zelf in te kloppen, meanderde van hit naar hit en belandde zo ook op de blog van Jaeggi. Het gaat mij om het complete gedicht van Vroman, niet alleen om de muziek-voor-miljoenen-regels, maar ik ben niet zo streng als Jaeggi en geef hieronder dan ook het hele gedicht. Laat het je er niet van weerhouden niettemin naar de boekhandel te gaan voor bundels van Vroman. (Via zijn site kun je Jaeggi trouwens mailen, hoe absurd kan virtueel zijn.)


Vrede

Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogde blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede.’

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede:
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt me nu mijn bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds zijn armpjes
opheft.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman

12 juni 2009

The Selected Works of T.S. Spivet, Reif Larsen

In 1970 was onze maup een mupje dat in de VS woonde. In dat jaar zag Sesame Street het licht. Aan het Sesame Street van toen kan ik pagina’s vol nostalgie wijden, anderen ook en sommigen doen dat dan ook. We hadden thuis een LP met Sesame Street-liedjes die zo voor het leven in mijn hoofd belandden.
            Vanochtend las ik Larsens The Selected Works of T.S. Spivet uit, onder de douche stond ik na te mijmeren. Zoals bekend is de douche een zeer geschikte mijmerplek. T.S. Spivet, de hoofdpersoon in het net uitgelezen boek, zou de mijmerplekken in kaart kunnen brengen en daarbij grafisch hun mijmergeschiktheid aangeven. Zoiets doet dat personage en daar gaat het boek over. Deze hoofdpersoon en ik-verteller is een voorlijk jochie van twaalf, dat opgroeit in Montana in een ietwat disfunctioneel gezin met een Tragedie, gefascineerd is door kaarten, alles om zich heen ziet als in principe in kaart te brengen (op enkele uitzonderingen na en die herkent en benoemt hij dan ook vol verwondering als ‘niet in kaart te brengen!’) en op deze manier tracht het leven te begrijpen en zijn plek in de maatschappij te vinden.
            Wat heeft dit met Sesame Street te maken? Ik mijmerde onder de douche over het boek en stond ineens Big Birds alfabetlied te zingen, viel er middenin bij de regel ‘but somewhere in the middle it gets awfully qr to me’. Het was de vinger op de zere plek. The Selected Works of T.S. Spivet is opgebouwd uit drie delen. Deel één loopt als een trein, in deel twee werd het nogal ‘qr to me’, het verhaal wordt onevenwichtig en zo blijft het tot het eind. Ik las het niettemin graag, raad het ook aan, het is vlot geschreven, er worden verbazend veel thema’s aangesneden en de meeste zijn interessant. De toon werd naar mijn idee wel steeds jeugdiger. Ik ben benieuwd hoe een volgende roman van de debuterende Larsen uitpakt. Spiegelt deze initiatieroman zijn eigen overgang naar ander werk?
            Aan het eind wordt verwezen naar het (in de VS) populaire jeugdboek From the Mixed-Up Files of Mrs. Basil E. Frankweiler, dat zelfs twee jaar ouder is dan Big Birds alfabetlied. Nostalgia galore! (Het lied begint op 1 minuut 20.)

30 mei 2009

Kate Atkinson: wel schrijven, niet uitgegeven worden

In The Guardian dit artikel waarin Kate Atkinson zich uitlaat over schrijven, recensies, critici. Stof tot nadenken. Voor wie schrijf je als je alles thuis ongepubliceerd op de plank laat liggen? Eerst maar het eigen broddelwerk voor brood op de plank voltooien.

05 mei 2009

Marilyn French overleden

Marilyn French had slokdarmkanker, genas daarvan en is nu overleden aan hartfalen. Ik las dat ze geboren was in 1929, net als mijn moeder. Altijd gedacht dat slokdarmkanker ongeneeslijk was en dat French van een latere generatie was.
            Gelezen heb ik zeker The Women's Room, dat boek kan ik me namelijk herinneren. Over de emancipatie van Mira Ward, een hard boek vol boude beweringen, maar ook een verhaal dat me destijds meetrok (al was ik nog of ook toen behoorlijk naïef en las ik deels met verbazing). Jaren later kocht ik op het vliegveld My Summer with George, een zijig, niksig, tuttig boek, heel raar voor zo'n ostentatief feministische auteur. Ik deed het snel weer de deur uit.
            Dan gaat een auteur dood en er flakkert een vlammetje van interesse op. Dat komt misschien ook omdat er zoveel te lezen is en je daarom ieder dingetje aangrijpt dat quasi helpt structuur aan te brengen.

02 mei 2009

Het vertrek van de mier, Toon Tellegen

Tussen alle bedrijven door het lezen niet gelaten. Dit was een van de hoogtepunten.
            Het vertrek van de mier begint met een kort hoofdstuk waarin verteld wordt dat de mier weg is, daarna wordt in 43 korte en minder korte hoofdstukken beschreven hoe de verschillende dieren hierop reageren. Allemaal bekenden uit Misschien wisten zij alles passeren de revue met hun herkenbare trekjes en tics, ook andere dieren blijken op de hoogte van het vertrek van de mier en vinden daar iets van. Ieder hoofdstukje is een eigen verhaal, stuk voor stuk bonbons waarvan je af en toe eentje langzaam op de tong kan laten smelten. In het tweede deel reis je in twintig hoofdstukjes mee met de mier die vertrokken is om ‘een drang van binnen’, die hij zelf niet kan verklaren, hem soms laat twijfelen en andere keren voortdrijft. Het boek eindigt met de aantekeningen van de mier, die tijdens zijn reis steeds meer zijn identiteit verliest en uiteindelijk oplost in enzovoort.
            Het vertrek van de mier blijft op het nachtkastje liggen zodat ik er nu en dan iets uit kan pikken en daarover kan peinzen.

28 maart 2009

Kehlmann en Grunberg

Gisteravond was Daniel Kehlmann in Amsterdam. Arnon Grunberg had een gesprek met hem en Felix Meritis zat vol. Het was een avond in het kader van de zogenaamde Versus-ontmoetingen. Vorige week was er ook zo'n avond met Uwe Timm en Adriaan van Dis, die ik uit extreme moeheid op de valreep niet bezocht. Daar heb ik geen spijt van gehad, die avond draaide namelijk uit op een allenus, Van Dis kwam niet en Uwe Timm, die ik bewonder en graag lees, had ik al eerder live meegemaakt, dus een toegevoegde waarde had die avond voor mij niet direct gehad.
            De volgende ontmoeting van een Duitse en Nederlandse auteur wilden we niet mislopen en zo luisterden wij gisteren naar een gesprek, voertaal Duits (Grunbergs bijzonder goede uitspraak en originele naamvallen), tussen Kehlmann en Grunberg. Onderwerp van gesprek was met name Kehlmanns nieuwste boek Ruhm en de verschijning van de Nederlandse vertaling Roem (vertaald uit het Duits door Jacq Firmin Vogelaar, informatie die je niet makkelijk achterhaalt, zelfs Querido, Kehlmanns Nederlandse uitgever, vindt het niet nodig de vertaler op de productpagina te vermelden).
            Ik heb Ruhm niet gelezen, wel Die Vermessung der Welt en dat met veel plezier. Het verhaal in Ruhm ontspint zich uit het gegeven dat iemand de identiteit van een ander aanneemt, nadat hij bij herhaling is opgebeld met de vraag of hij die persoon zou zijn. Klinkt bekend. ‘It was a wrong number that started it, the telephone ringing three times in the dead of night, and the voice on the other end asking for someone he was not.’ Openingszin van Austers New York Trilogy.
            Nieuwsgierig naar Ruhm maakte de avond zeker. Kehlmann sprak weliswaar niet met ‘een aangename, rodewijn-donker, bronskleurige stem’ (ik heb geen flauw idee hoe rodewijn-donker klinkt, het verslag van die vorige Versusavond is de moeite van het klikken en lezen waard, want wat is het? slecht vertaald uit het Duits? Nederlands van een Duitstalig persoon?), maar was wel onderhoudend, vertelgraag en gevat. Ter oriëntatie op zijn onderwerp had hij zich ondermeer verdiept in het forumgedrag van internetgebruikers. Wat hij, geestig geformuleerd, vertelde over de grote verongelijktheid die je daar aantreft en het ongenuanceerde gescheld op sommige fora strookt volledig met eigen ervaringen. Hij las een passage uit zijn boek voor, virtuoos, je zult het maar moeten vertalen. Rare dingen zei hij trouwens ook, bijvoorbeeld die opmerking dat hij volledig begreep dat Günter Grass zijn SS-verleden had verzwegen om zijn kansen op de Nobelprijs voor Literatuur niet te vergooien. Belachelijk.

27 maart 2009

The Blindfold, Siri Hustvedt

Vier hoofdstukken uit het leven van studente Iris Vegan. Ze maakt vreemde dingen mee door eigenaardige ontmoetingen, maar ook ontwrichtende psychische processen in haar zelf waar ze geen grip op lijkt te hebben. De hoofdstukken volgen haar leven niet chronologisch, maar er zijn wel verschillende verwijzingen dat je inzicht krijgt hoe ze in elkaar grijpen en welke gebeurtenissen aan welke zieleonrust voorafgaan. Het hoofdthema is die zieleonrust, die Iris in allerlei schakeringen ondergaat.
            Hustvedt heeft oog voor juist deze innerlijke processen en weet ze vlijmscherp te beschrijven. Een immens inlevingsvermogen, vermoed ik. Bijna griezelig, volgens een psychoanalystische kennis, dat zo zuiver beschreven wordt hoe Iris afzakt in een psychose.
            Op zeker moment is Iris bezig met een vertaalproject, ze vertaalt voor een van haar hoogleraren een Duits verhaal naar het Engels, hij begeleidt haar en ze bespreken haar keuzes en werkwijze. Dat wordt boeiend neergezet en ik werd erg nieuwsgierig naar het (fictieve) Duitse verhaal en de Engelse vertaling ervan.
            Minnetje: de laatste scène is ongeloofwaardig, strookt niet met het personage Iris dat in het voorafgaande naar voren kwam. Die Iris is fragiel, ook veerkrachtig, eigenzinnig, hypergevoelig, oorspronkelijk. De Iris van de laatste pagina’s is een onnozele net-niet-meer puber, een naïef vrouwtje, die moet je maar snel weer vergeten.
            The Blindfold is geen boek waar je lekker in wegduikt, de verhalen zijn te verontrustend, de personages verliezen bijna of helemaal hun evenwicht. Ik moet het nog eens lezen om meer onderstromen te kunnen herkennen.
            Nou The Sorrows of an American nog en ik ben bij met Hustvedt. Misschien dat ik het volgende week in handen krijg van gulle geefster van dit boek? enorm onsubtiele hint

15 maart 2009

Een tafel vol vlinders, Tim Krabbé

Ik keek het gegeven paard in de bek, trachtte zonder oordeel vooraf te waarderen en waardeerde niet wat ik las. De eerste alinea’s nodigen uit tot verder lezen, prima. Dan komen de eerste struikelblokken, zinnen die je verward achterlaten. Ze dronken koffie aan haar tafel en met een even grote kracht als hij niet zo lang daarna zou weten dat hij van haar af wilde, had hij haar gewild. Hûh? Nog maar eens lezen. Aha, hij, Fred, wil haar heel graag en dadelijk wil hij haar net zo graag niet meer. Behalve dat Fred vervolgens een wat langere relatie met deze vrouw krijgt en later uit niets blijkt dat hij ‘met grote kracht’ van haar af wil. Hij wil nogal slap van haar af, hij is ook een niksig weekdier, zij beëindigt de relatie. Komt geen kracht van zijn kant aan te pas. Meer kromme zinnen en inconsequenties, maar ik haak niet af, ben zelfs nieuwsgierig naar verder verloop.
            Het boekenweekgeschenk van dit jaar is een tweeluik. Het hoofdpersonage van deel één is die pedante, verwaande Fred. Een onsympathiek personage hoeft niet af te schrikken. Terugkijkend was deel één een feest, het ging ergens over: over een vervelende ijdeltuit die vindt dat hij beter is dan de lullige medemens, zijn eigen leven leeft en invult, mensen ontmoet, anderen achter zich laat, veel navelstaart en weinig relativeert. In deel twee is ik-verteller Bram aan zet. Bram komt helaas niet zo goed uit zijn woorden. Hij heeft ook niet veel te vertellen, moet toch de helft van de novelle zien vol te praten. Wat een vervelende, in clichés dolende puber is Bram. Bram krijgt ook zelf genoeg van Bram. Arme Bram, niemand begrijpt hem. Ik ook niet.

11 maart 2009

The Curious Case of Benjamin Button, F. Scott Fitzgerald

Ik lees nog, hoor. Boeken mondjesmaat, verder veel krant en onder andere iedere dag een literaire gebeurtenis. Enige tijd terug las ik online F. Scott Fitzgeralds The Curious Case of Benjamin Button, naar aanleiding van de verfilming die me, ondanks positieve berichten van anderen, weer minder trekt. Het verhaal dus wel, want Fitzgerald lees ik graag en dit verhaal kende ik niet.
            Fitzgerald schreef dat het was ontstaan omdat Mark Twain had opgemerkt dat het zo jammer was dat het beste van het leven aan het begin kwam en het rottigste aan het eind. Ik draai de zaak om, dacht Fitzgerald et voilà: Benjamin Button. Als je alleen het verhaal leest, vraag je je af hoe je daar in hemelsnaam een avondvullende film van maakt, maar dat lukte kennelijk door allerlei extra’s toe te voegen, waaronder een tragische liefde. Film niet gezien dus ik spreek met vooroordeel, maar het lijkt me niks. In het verhaal speelt de liefde een bijrol en heeft de toonzetting iets grimmigs, ook met betrekking tot die liefde: Ben trouwt, wordt jonger, zij ouder en de tragiek is dat hij naarmate hij jonger en egocentrischer wordt dat oude mens op een gegeven moment niet meer hoeft. Benjamin Button ontwikkelt zich fysiek én psychisch in omgekeerde richting en daarmee haalt Fitzgerald Twains uitspraak onderuit.
            In een inleiding bij een verhalenbundel vertelt Fitzgerald dat hij naar aanleiding van dit verhaal een brief ontving van een anonieme lezer (zelf schrijft hij ‘admirer’ ...) uit Cincinnati:
"Sir--
I have read the story Benjamin Button in Colliers and I wish to say that as a short story writer you would make a good lunatic I have seen many peices of cheese in my life but of all the peices of cheese I have ever seen you are the biggest peice. I hate to waste a peice of stationary on you but I will."


[Hmmm, i before e, except after c, heb ik geleerd.]

17 februari 2009

CPNB Top-100 2008

Wat het beste boek is, kun je niet meten, wel wat het best verkoopt. De CPNB heeft de lijst van de honderd bestverkochte boeken in 2008 gepubliceerd. En dan weet je nog steeds niet wat het meest ook echt wordt gelezen. Misschien dat statistieken van bibliotheekuitleen daar meer over zeggen.
Van de top-100 blijk ik vijf te hebben gelezen, in één ben ik bezig, het andere lees ik binnenkort. Schrale oogst. En wat het allemaal zegt? Geen idee.

Van de top-4 heb ik geen titel gelezen.

100.000 tot 150.000 exemplaren:
1 gelezen (Zafón, in het Engels, geen prettige leeservaring)

75.000 tot 100.000 exemplaren: geen gelezen

60.000 tot 75.000 exemplaren:
1 gelezen (Luyendijk)
1 ga ik lezen (Mercier, ligt hier in het Duits)

50.000 tot 60.000 exemplaren:
0 gelezen

40.000 tot 50.000 exemplaren:
1 gelezen (Wieringa) met spijt

30.000 tot 40.000 exemplaren:
1 aan het lezen (Draaisma)
1 gelezen (HP, Engels)
in 1 gestrand (Coelho, Engels)

26 januari 2009

The Mistress's Daughter, A.M. Homes

Homes was een tijd terug (najaar 2006 meen ik) te gast bij The John Adams Institute in Amsterdam en las toen voor uit haar nog te verschijnen ‘memoir’ The Mistress’s Daughter. Daarin vertelt ze hoe ze op 31-jarige leeftijd in contact komt met haar biologische moeder en later ook vader en over de bizarre wereld waarin ze vervolgens terechtkomt. Het stuk dat ze die avond in Amsterdam voorlas was geestig en maakte nieuwsgierig naar het verdere verhaal. Nu heb ik deze nieuwsgierigheid dan eindelijk bevredigd.
            Ik las het als een goed verhaal, het heeft kop en staart, bizarre, maar wel geloofwaardige personages, aannemelijke ontwikkelingen, prima boek. Het gaat over de existentiële vraag 'wie ben ik?' en of je het antwoord daarop vindt in de geschiedenis van je voorouders. In hoeverre bepaalt die geschiedenis je wezenlijk? Dat het ‘echt gebeurd’ is, vind ik het minst interessant, als bij trouwens ieder verhaal. Het gaat erom dat het echt had kunnen gebeuren. Af en toe voelde het niettemin lichtelijk voyeuristisch om zo mee te lezen in de intimiteiten van het leven van anderen. Het belangrijkste is dat Homes uitstekend schrijft, geweldig relativeert en de verhalen ziet.
            Wie wilde het toch ook lezen? Ik weet het niet meer en het boek moet de deur weer uit ivm strikt beleid. Volgens dat beleid zou ik het trouwens niet moeten hebben, maar chagrijn sloeg toe en boekhandel lag op fietsroute dwz werd op fietsroute gelegd. En volgens hetzelfde beleid werd het dus wel meteen gelezen. Nieuwe lezer kan zich melden.

            (Bekentenis van een fervente fictieaanhanger: Na lezing trachtte ik mooi wel via internet allerlei eigen bloedlijnen te vinden en volgen.)

20 januari 2009

Man in the Dark, Paul Auster

August Brill, 72, woont tijdelijk in bij zijn dochter, is herstellende na een auto-ongeluk, lijdt aan slapeloosheid en tracht tijdens de lange eenzame nachten herinneringen (ondermeer aan zijn onlangs overleden vrouw en aan de gruwelijke dood van een vriend van zijn kleindochter) te verdringen door in gedachten eindeloos voort te borduren op zelf verzonnen verhalen. Zo bedenkt hij een parallelle wereld waarin de VS nooit Irak heeft aangevallen, maar verwikkeld is in een burgeroorlog.
            In dit andere Amerika staan de WTC-torens nog fier overeind en heeft zich na de verkiezingen van 2000 staat na staat afgescheiden van de ons bekende Verenigde Staten, wat weer heeft geleid tot een gewelddadige burgeroorlog. In deze andere werkelijkheid begint Austers Man in the Dark. Het perspectief wisselt steeds, van ‘onze’ wereld naar de door Brill verzonnen situatie. Een pakkende opzet, tot ergens halverwege. Dan zakt het in als een mislukte soufflé. Brills parallelle VS wordt met veel bombarie weggevaagd en je hoort er niets meer over. In plaats daarvan zijn er ineens nieuwe hoofdthema’s.
            Ik lees alles van Auster, vrijwel alles graag en soms heel graag, en kijk altijd uit naar nieuwe titels van hem. Man in the Dark bood een teleurstellende leeservaring. De eerste sombere helft las ik graag, toen was de vaart eruit en werd het onsamenhangend, alsof Auster coûte que coûte alle grote thema’s van het moment erin wilde proppen. Kortom: onevenwichtig en toen moest er kennelijk toch nog een optimistische draai aan worden gegeven en zo eindigt het verhaal met een zoetig beeld van klein geluk en familiewaarden.
            Dit boek las ik oktober 2008. Ik leende het van een medelezer. 'Wat vind je ervan?' mailde ze later. 'In één woord: onevenwichtig,' antwoordde ik. Vervolgens stuurde ze me haar oordeel. Zoveel eensluidendhuid, bijna griezelig.

19 januari 2009

The Death of Achilles, Boris Akunin

Akunins speurneus Fandorin is ijdel en trots en zelfingenomen en niettemin of juist daarom prima te hebben als hoofdpersoon. Dit Fandorinverhaal is weer anders opgezet dan het vorige.
            Het boek heeft twee delen, heel verschillend in stijl en toon, maar het gaat in beide delen om dezelfde gebeurtenissen. Het verhaal speelt in 1882. In het eerste deel volg je Fandorin die zich bezighoudt met de moord op nationale held generaal Michel Sobolev ("Achilles" voor het gewone volk) en de mysterieuze verdwijning van diens attachékoffer. Hij ontdekt veel en begrijpt van alles niet. In deel twee worden dezelfde dagen nog eens beschreven, maar nu vanuit een ander perspectief, en allerlei valt op zijn plek.
            Sommige lezers stoort het verschil in taal en stijl, het eerste deel te theatraal en het tweede dan zo natuurlijk en onopgesmukt. Dat verschil is er, het stoorde mij niet. Voor deze lezer kwamen bovendien de duveltjes zeker niet makkelijk uit een doosje. Misschien ben ik wat naïef en kan Akunin mij makkelijk bedotten. Het deert niet, de leeservaring wordt er alleen maar leuker door.

13 januari 2009

Mistica Maeva en de geheime legende van Venetië, Laura Walter

Een jonge vriend was jarig, ik zou op bezoek gaan, er kwam allerlei tussen (aardverschuiving, verhuizing, veel hooi, kleine vork, etc.), ik ging nog niet. Ik had voor de jarige wel een boek uitgezocht. Mijn eerste keus was een titel van Andreus geweest, het boek bleek echter beschadigd, er was maar één exemplaar, zo week ik uit naar Mistica Maeva. Een gok, maar het zag er mooi uit en de eerste regels beloofden wat. 'Dat is ook veel leuker dan Andreus,' aldus de boekverkoper nog en ik ging tevreden naar huis.
            Of het leuker is, weet ik niet, maar leuk is het zeker. Zo'n verhaal dat ik als plusminus tienjarige wat graag zou hebben gelezen. De hoofdpersoon heet Mistica Maeva, tien jaar oud. Met haar schoolvriendje Jakko beleeft ze een Venetiaans avontuur. Er zijn verder een excentrieke oma, een kat die bevriend is met een duif, een oude professor met menselijke zwaktes en een legende die tot leven komt.
            Een aanrader is het echter helaas niet, de uitgave is namelijk zo slordig verzorgd. In de Recensent.nl schreef Maaike Melsen een kritische bespreking die ik volledig onderschrijf. Daar kan ik aan toevoegen dat de vertaling door Loes Randazzo bepaald niet slecht is (je tenen krommen niet, wat bij andere vertalingen helaas te vaak wel gebeurt), maar gewoon niet af. Nog één redactieslag en het resultaat zou al zoveel beter zijn.
            Toch vermoed, en hoop, ik dat het verhaal in de smaak valt bij mijn jonge lezende vriend. Hier in de kast staat menig boek dat ik vroeger, vaak meer dan eens, heb verslonden, terwijl ik nu struikel over het slordige of krukkige of anderszins falende taalgebruik (bijvoorbeeld bij Beckman). De reacties op Melsens stuk sterken mij in mijn vermoeden.

05 januari 2009

Jonathan Strange & Mr Norrell, Susanna Clark

Ik was op vakantie en ik nam mee: nogal wat boeken. Het goede voornemen was verschillende titels vanuit Indonesië de wijde wereld in te sturen. Uiteindelijk is het me gelukt vier boeken uit te zwaaien, daar staan twee nieuw verworven titels tegenover. Het ene boek kocht ik, het andere vond ik. Het lag op de stapel boeken naast de kassa van een eethuisje. Mijn monomane boekenoog spotte de boekenstapel meteen. Veel titels die mij niet interesseerden en toen ineens deze dikke pil van Susanna Clark. Qua omvang nam ik zo meer boek dan ik gaf.
            ‘Jonathan Strange & Mr Norrell is unquestionably the finest English novel of the fantastic written in the last seventy years,’ aldus Neil Gaiman. Deze waardering, die ik na lezing van de roman zag, zou mij eerder niet dan wel ertoe hebben aangezet dit boek te lezen. Fantasy bekoort alleen met mate, andere verhalen sluiten beter aan bij mijn smaak.
            Gelukkig wist ik het niet van die fantasy en begon ik onbevooroordeeld te lezen over de geschiedenis van de magie in Engeland. Jonathan Strange & Mr Norrell is een meeslepend boek, een absurd, subtiel geestig, grimmig, fantastisch verhaal. Onwerkelijk magisch en toch overtuigend realistisch. In de stijl van een groots negentiende-eeuws overzichtswerk, inclusief voetnoten en een lange lijst geraadpleegde literatuur (allemaal verzonnen). En tegelijk knipoog na knipoog naar vervlogen literaire tijden en gebruiken.
            Hier allerlei extra's over de wondere wereld van Strange en Norrell.

01 oktober 2008

Koud bloed, true crime magazine

Koud bloed is een nieuw literair-journalistiek tijdschrift met als thema misdaad. Het wil het in de Engelstalige wereld populaire 'true crime'-genre meer bekendheid geven onder Nederlandse lezers en brengt verhalen van Nederlandstalige auteurs. True crime is een non-fictiegenre waarin de auteur zich baseert op een echt gebeurde misdaad en echte mensen. Niet per se mijn genre, 'echt gebeurd' maakt een verhaal voor deze lezer niet aantrekkelijk, waarachtig wel. Het eerste nummer kreeg ik en ik heb er her en der wat in gelezen. Een volgend nummer zal ik laten liggen; misdaad mag dan, aldus de redactie, iets zeggen over de tijd waarin we leven en een onderwerp zijn dat ieder mens raakt, in deze vorm raakt het mij matig. De bijdragen hebben een hoog Peter R.-gehalte, geef mij maar de krant.
            Een goede roman met o.a. een misdaad of misschien wel geheel over een misdaad is prima, het gaat dan om de wijze waarop het verhaal wordt verteld. In Hustvedts What I Loved zit ook veel misdaad, maar dat is dan niet zogenaamd echt gebeurd en dus geen true crime. Wel een truly goed boek. Vooroordelen of niet, het enige wat ik echt graag las in dit tijdschrift was Schwantje's Fijne Vleeschwaren, een voorpublicatie uit een A.F.Th-roman in wording.
            Het blad heb ik inmiddels doorgegeven, van de overige bijdragen kan ik me weinig tot niets herinneren. De roman van Van der Heijden lees ik te zijner tijd misschien in zijn geheel.

30 september 2008

Child 44, Tom Rob Smith

Seriemoordenaar houdt huis in Stalinistisch Rusland. Hij heeft het op kinderen gemunt, is voor zijn werk veel onderweg en laat her en der in het land zijn gruwelijke visitekaartje achter. In het Rusland onder Stalin komt zoiets niet voor, dat is iets voor het gedegenereerde Westen en vooralsnog worden de moorden niet met elkaar in verband gebracht, maar toegeschreven aan de eerste de beste plaatselijke zondebok, de buitenbeentjes van het sociale arbeidersparadijs. In 1953 was daarom iedereen in de Sovjet-Unie blind voor deze psychopaat. Iedereen? Nee, één man, Leo, gaat een lichtje branden en vervolgens bindt hij de strijd aan met het systeem en gaat hij op zoek naar de moordenaar.
            Ik ben geen thrillerlezer, misschien dat ik daarom minder in de greep was van het verhaal. Ik vond het ook niet zo goed geschreven, er waren vervelende onnauwkeurigheden (had de redacteur moeten rechtzetten), maar onnodiger vond ik de vaak omslachtige beschrijvingen van de gedachten en beweegredenen van de personages. In het begin leek het allemaal scherper en treffender neergezet, de achterdocht, de onmogelijke positie van mensen die klem zitten tussen belangen (eigen hachje, leven van een dierbare, leven van een vriend, leven van een onbekende), het onvermijdelijke verraad, de wroeging van de een en meedogenloosheid van de ander. Vanaf het moment dat Leo besluit niet langer klakkeloos in het systeem te geloven en zijn intuïtie te volgen, ging het mis. Neemt niet weg dat het toch leest als een trein en er allerlei raaks staat beschreven. Je wilt weten hoe het verdergaat, wie waar achter zit.
            Misschien had ik te hoge verwachtingen omdat het een relboek is: men sprak er schande van toen het op de longlist van de Booker stond, een thriller, oei. Men sprak er dus over, mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik begrijp ook niet waarom het op de longlist staat. Niet omdat het een thriller is, dat lijkt me geen criterium, maar omdat het dus gewoon niet zo goed geschreven en uiteindelijk wat clichématig is, wat volgens mij wel criteria zijn.
            De titel is niet goed gekozen. Dat vierenveertigste kind is een willekeurige in de reeks. Het blijft in het midden om hoeveel kinderen het gaat, het kind dat in het boek ineens wordt aangeduid met nummer vierenveertig is chronologisch niet het vierenveertigste, het stoort mij.

Make Your Child Brilliant, Bernadette Tynan


Bernadette Tynan legt in tien hoofdstukken uit hoe je het beste uit je kind kunt halen. Er zitten leuke tips en weetjes in haar boek, daarnaast trapt ze op betuttelende toon open deur na open deur in. In Engeland schijnt haar aanpak een enorm succes te zijn. Het begon met een populaire tv-serie en nu slaat ze met dit boek meer munt uit het succes.
            In hoofdstuk één staat een uitleg over de werking van de hersenen, daarna volgen hoofdstukken over leerstijlen, de juiste schoolkeuze, hersentraining, persoonlijke doelen, e.d. en veel tips en trucs hoe je de aanleg van een kind kunt herkennen en wat je kunt doen zodat je kind zijn talenten volop kan ontplooien. Naast zinnige in mijn ogen ook onzinnige aanwijzingen. Het meest stoorde mij de simplistische kijk op barokmuziek, die als een soort muzak wordt neergezet en, tip der tips, tot gekmakens toe moet worden beluisterd, bijvoorbeeld per koptelefoon tijdens het maken van huiswerk. Dat zou namelijk een geweldig effect hebben op het brein omdat het ritmisch en harmonisch zo mooi aansluit op de natuurlijke hersengolven. 'Het is het soort achtergrondmuziek waarvan je de aanwezigheid vergeet,' beweert ze doodleuk. Kwalijk modern consumeren en zo heeft iedereen z'n stokpaardje(s).
            Het is jammer dat Tynans betere ideeën ondergesneeuwd raken door het oppervlakkige populairwetenschappelijke en meer nog door een aaneenrijging van dooddoeners. Ouder en kind worden door Tynan bij de hand genomen op deze schitterende reis naar een gelukkiger leven. De mantra is haar mantra en de belangrijkste denkbeelden worden herhaald herhaald.
            Tynan meent universele mechanismen bloot te leggen, het boek verschijnt binnenkort vertaald naar tig talen in tig plus landen.

16 september 2008

The consequences of love, Sulaiman Addonia

Naser is een Eritrese jongen die in 1980 op zijn tiende naar Soedan vlucht, waar zijn oom hem en zijn broertje oppikt en meeneemt naar zijn huis in Djedda. Van de regen in de drup, blijkt al snel. Naser is opgegroeid tussen vrouwen, in het streng islamitische Saoedi-Arabië maken mannen de dienst uit en zijn alle vrouwen aan zijn zicht onttrokken. Ze gaan in boerka gehuld over straat en worden ook op allerlei andere manieren afgeschermd van de mannenwereld. Er gaan verhalen rond over vrouwen die liefdesbriefjes laten vallen voor de voeten van een man en zo contact zoeken. Om de liefde of om de verveling te verdrijven?
            Naser ligt al snel overhoop met zijn oom en wordt het huis uitgezet. Oom en broertje vertrekken zonder afscheid te nemen naar Riyad en Naser blijft alleen achter in Djedda, waar de religieuze politie vanachter de geblindeerde ramen van hun zwarte jeeps erop toeziet dat de zedelijkheid wordt bewaard.
            1989: In de hete julimaand heeft de negentienjarige Naser vrijaf van zijn baantje als autowasser. Hij verdroomt zijn tijd onder een palmboom terwijl voor zijn ogen onophoudelijk de zwart-witfilm van passerende abaya's en thoubs draait. De monotonie van zijn dagen wordt doorbroken als een boerkadame een briefje voor zijn voeten laat vallen. Er ontspint zich een klassieke liefdesgeschiedenis, vol tegenslag en voorspoed, aarzeling en overmoed.
            Addonia introduceert een scala aan thema's en doet dat vaak zo dat je niet alleen vanaf de zijlijn meekijkt, maar via de belevenissen van Naser een insiderkijk hebt in de realiteit van de Saoedische maatschappij. Naser becommentarieert bijvoorbeeld niet alleen de positie van de vrouwen in Djedda, op een bepaald moment gaat hij zelf in boerka over straat en dat blijkt oneindig vervelender dan hij met al zijn empathie had gedacht.
            The Consequences of Love is een liefdesverhaal, niet zompig of zijig, maar echt en geloofwaardig. Nasers eenzaamheid en verlangen naar een vrouwelijke hand, niet primair om het erotische, worden zonder overdreven sentimentaliteit neergezet en raken je in je ziel. De Romeo-en-Juliaspanning houdt de vaart erin. Een punt van kritiek dat ik elders las en deel: 'it leaves you misty-eyed, rather than angry. It's as if Addonia loves the love born of misery more than he hates the misery that gave it birth.'
            Slotsom: het lezen waard. Nl vertaling Als gevolg van liefde moet 23 oktober in de winkel liggen.

15 september 2008

Der Weltensammler, Ilija Trojanow

De Britse officier Richard Burton (1821-1890) belandt voor de East India Company in Brits-Indië, heeft daar meer belangstelling voor de plaatselijke bevolking, taal en gebruiken dan voor de gezapige, benauwde kolonialistische arrogantie van zijn landgenoten, verdiept zich in het hindoeïsme en, als hij later wordt overgeplaatst naar Sindh, in de islam. Hij verbruit het bij zijn meerderen, wordt met 'ziekteverlof' teruggestuurd naar Engeland en bereidt een volgende reis voor. Dit keer reist hij als moslim verkleed eerst naar Caïro, van daaruit naar Medina en Mekka. Hij vertrekt als ontdekkingsreiziger, maar wordt gaandeweg ook steeds meer pelgrim en beleeft tijdens deze pelgrimage onbedoeld een zekere loutering. In de derde reis die in het boek wordt beschreven, trekt Burton vanuit Zanzibar Afrika in, op zoek naar de bron van de Nijl.
            Burton wil én moet reizen, is ein Fremdling überall, zieht fremd ein en fremd wieder aus. Waar hij ook komt, hij blijft nieuws- en leergierig, verdiept zich in de lokale gebruiken, wil talen die hij nog niet spreekt leren en lijkt een immens aanpassingsvermogen te hebben. Toch blijft hij overal die vreemdeling; zijn landgenoten vinden hem een rare, in de andere culturen blijft hij de buitenstaander, al weet hij die rol bij vlagen te ontvluchten.
            Iedere inhoudelijke samenvatting doet deze kleurrijke, veelgelaagde roman tekort, de grote verhaallijnen klinken misschien al aardig, maar de charme van Trojanows vertelling zit in de details, de rijke woordkeuze, de fraaie zinnen, de stilistische pracht, de inherente levenswijsheid. Iedere reis van Burton beslaat één deel, ieder deel heeft een eigen opbouw met een afwisseling van vertelperspectieven. Een schitterend boek, duizend-en-één verhalen, zoveel observaties over het leven, het zijn, de anderen, de zin.
            Ilija Trojanow is van oorsprong Bulgaars, vluchtte op jonge leeftijd met zijn ouders via Italië naar Duitsland, het gezin verhuisde kort daarop naar Kenia, later keert Ilija terug naar Duitsland om in München te studeren.

25 augustus 2008

Waar is de taart (Thé Tjong-Khing) en Een dagje aan zee (Germano Zullo + Albertine)

Waar is de taart is een prachtig oneindig beeldverhaal. Meneer en mevrouw Hond doen de dagelijkse klussen, het zit er zo op, de taart staat al klaar. Twee ratten gluren vanuit het bos en ho, ze gaan er met de taart vandoor. Pagina na pagina volgen we meneer en mevrouw Hond die de grijpgrage ratten achternazitten. Dat is slechts één van de vele verhalen die van prent naar prent worden verteld. Er zijn een huilend konijntje, een kameleon op vrijersvoeten, een stelletje brutale apen en en en.
            Ik vertelde over dit fraaie prentenboek en kreeg prompt Een dagje aan het strand, waarin ook verschillende verhaallijnen door de prenten in het boek lopen. De rode draad is hier 'waar is Bo', het jongetje dat nieuwsgierig alle bezienswaardigheden op het strand onderzoekt terwijl elders zijn moeder roept en zoekt. Op iedere prent staat verder ten minste één muzikant, op het laatst vormen ze een vrolijk combo, maar er is ook een muisje met z'n koffertje onderweg en en en. De trotse bezitster van het taartenboek raakt hier zeker ook niet snel op uitgekeken.
            De tekeningen van Thé Tjong-Khing zijn geheimzinnig en sprookjesachtig, aan het strand is het licht en luchtig.

22 augustus 2008

Persepolis, Marjane Satrapi

Fascinerende graphic novel, over het leven van Marji, 1970 geboren in Iran, die alle politieke omwentelingen meemaakt, op haar veertiende door haar ouders naar Oostenrijk wordt gestuurd, om de veiligheid en voor de goede opleiding, waar ze eenzaam pubert en uit de bocht vliegt. Ze keert terug naar Teheran om uiteindelijk toch het land weer te verlaten en het repressieve regime van Iran te ontvluchten.
Satrapi vertelt dit interessante verhaal vol informatie ook over de nieuwere Perzische/Iraanse geschiedenis met expressieve zwart-wittekeningen. Het is aangrijpend én geestig en boeit enorm. Mij althans wel, ik keek het eigenlijk alleen even in, zat toen ineens al ruim een uur aaneengesloten te lezen, hoorde niet wat er om me heen gebeurde, ging toch maar naar bed, pakte het boek de volgende dag meteen weer op, nam vaag waar dat er iets werd gezegd, legde het verhaal onwillig even terzijde en wat werd er gezegd? Dat ik het boek, dat ik de volgende dag weg wilde geven, misschien ook voor eigen boekenkast moest kopen.
            Er is een verfilming, waaraan Satrapi meewerkte als co-auteur en co-regisseur en die, zo heb ik me laten vertellen, zeer de moeite waard is.

07 augustus 2008

George Orwell blogt



Op 9 augustus begint op de George Orwell-site een blog met aantekeningen uit zijn dagboek, precies 70 jaar nadat hij zelf met dat dagboek begon. Tot 2012 verschijnt dan dagelijks een stukje.
Elders wees ik er al op, maar dat bleef zonder respons. Misschien ben ik de enige die verrukt is van het idee en dat houd ik stug vol: bijzonder leuk project, ik ga het volgen.
Te zijner tijd wellicht meer hierover.

29 juli 2008

Away, Amy Bloom

In het voorjaar van 1927 begon de kort daarvoor naar New York geëmigreerde Russische Lillian Alling, ziek van heimwee, aan een voettocht naar huis, dwars door Noordwest-Canada en subarctisch Alaska en Siberië. Cassandra Pybus schrijft naar aanleiding hiervan het non-fictieverslag The Woman Who Walked to Russia, wat weer de grondslag vormt voor Amy Blooms roman Away.
Blooms heldin Lillian Leyb vlucht rond 1924 vanuit Rusland naar Amerika nadat haar hele familie tijdens een pogrom is vermoord (dat denkt ze althans), werkt in New York verbeten aan een nieuw bestaan en verneemt dan plots dat haar dochtertje en enig kind nog zou leven en door kennissen meegenomen zou zijn naar Siberië. Vanaf dat moment heeft ze één doel: dochtertje vinden. Geld heeft ze niet, wel een goede vriend die haar op het idee brengt om over land naar Siberië te gaan, voilà Lillian Alling. Zo begint Lillian Leyb aan haar eigen odyssee dwars door Noord-Amerika naar Alaska en verder langs de roemruchte telegraafroute richting Siberië.
Het heeft alles in zich voor een mierzoetig verhaal van tegenspoed en weerzien, maar in Blooms woorden is het een weerbarstige vertelling over armoede en wilskracht, het New York en overige Amerika van begin jaren 20 in een 'dog eat dog'-wereld, opportunisme rechts en links, kleine mensen met pretentieuze ideeën en grote geesten met bescheiden dromen.
Geleend van een andere enthousiaste lezer die herlezing overweegt.
Ons advies: lezen.

24 juni 2008

Donald Duck en de Steen der Wijzen

De Donald Duck-pocket viel mij letterlijk in de schoot. Lange tijd was ik trouw DD-lezer, iedere week het vrolijk weekblad met precies de goede kwinkslagen en knipogen. De sjeu ging eruit, het blad ook.

Dit was een zeer geslaagde reünie, ouderwets goede DD-verhalen, waarin de driftige loser onvermoeibaar zijn noodlot tart.

Tja, 't is druk, dan weer hier een alinea gelezen, dan weer daar en de laatste weken (maanden?) las ik alleen deze zware kost van pagina 1 tot laatste. Tizmewat.

12 mei 2008

Murder on the Leviathan, Boris Akunin

Akunin is hier ten huize een favoriet. Dat is een gril; The Winter Queen, het eerste boek van zijn Fandorin-serie, was een zeer geslaagde Holmes meets Boris, boek twee, Turkish Gambit, las ik echter helemaal niet graag (en naar ik hoorde ik niet alleen: een andere Fandorin-fan, eveneens alleen na lezing van het eerste boek gecharmeerd door de dandyachtige Russische detective Erast Fandorin, heeft het zelfs niet uitgelezen). Eén boek meer dan prima, één lastig: het lijkt fiftyfifty, toch had Fandorin nog steeds een streepje voor.

Murder on the Leviathan was weer een schot in de roos. Het gaat over inslechte bedriegers, omslachtige oplichterijpraktijken, de zwakke mens die roem en rijkdom niet kan weerstaan, een vlijmscherpe Fandorin die slechts op de achtergrond lijkt te figureren, maar uiteindelijk alle touwtjes in handen blijkt te hebben en een originele ontknoping.

Gelukkig kocht ik met deel 3 ook meteen deel 4 van de serie en reken ik er gewoon op dat dat net zo goed in elkaar steekt als 1 en 3.

18 februari 2008

achterstand

Uit het blote hoofd:

In de kersttijd las ik Niekerks Het oog van de meester, verschenen ter gelegenheid van de jaarwisseling 2007-2008 voor vrienden van Em. Querido's Uitgeverij en Athenaeum-Polak & Van Gennep. Van Niekerk vertelt het apocriefe verhaal van Bileam, het boeide, de stijl was enigszins weerbarstig, de wreedheid kwam (voor mij) volstrekt uit het niets. Ik las het voor, het is een geschikte voorleeskerstvertelling.

Van Sam Harris las ik Letter to a Christian Nation: 'In response to The End of Faith, Sam Harris received thousands of letters from Christians excoriating him for not believing in God. Letter to a Christian Nation is his reply. Using rational argument, Harris offers a measured refutation of the beliefs that form the core of fundamentalist Christianity. In the course of his argument, he addresses current topics ranging from intelligent design and stem-cell research to the connections between religion and violence. In Letter to a Christian Nation, Sam Harris boldly challenges the influence that faith has on public life in our nation.' Ja, ja, en er zat ook veel kloppends in, helaas slaat Harris bij vlagen door naar sarcasme, waarmee hij zijn verhaal ondermijnt. Ook zonder spot en hoon kun je dergelijke kritiek overtuigend verwoorden. Neemt niet weg dat menigeen Harris' betoog zou moeten lezen en dan proberen dat onbevangen te doen.

Let the Northern Lights Erase Your Name van Vendela Vida was snel uit. De 28-jarige Clarissa ontdekt na het overlijden van haar vader, dat deze niet haar biologische vader is. Ze reist naar Fins Lapland om haar biologische vader te vinden, denkt veel aan haar moeder die toen ze veertien was plotseling uit haar leven is verdwenen, vindt antwoorden op vragen die ze niet wist te hebben en hier meer vertellen, zou de plot verklappen. Doe ik niet. Sympathie krijg je niet voor Clarissa, verder veel emotionele onhandigheid in deze prettig geschreven roman.

Bernice Rubens kreeg in 1969 de Booker Prize voor The Elected Member. Dat heb ik niet gelezen. Ruim twintig jaar later schreef ze Mother Russia. Dat heb ik net gelezen. Het was historisch interessant. De lezer volgt twee belangrijke personages vrijwel van wieg tot graf: zij worden op 1 januari 1900 op het Russische platteland geboren en je reist zo met ze de eeuw en de roerige Russische geschiedenis in. Het verhaal boeide lange tijd, toen werd het minder. Stilistisch geen hoogstandje, dat ging op den duur toch irriteren ('t is een dik boek), er kwamen op een bepaald moment wel erg veel dei ex machina uit de lucht vallen, de onwaarschijnlijkheid nam dus toe. Niettemin geen leesstraf. Rest de vraag of Rubens in de herkansing moet. De jury is er nog niet uit.

En en en ???

08 december 2007

In liefdes naam, Greta Seghers

Ik heb het ooit gekregen en inmiddels gelezen. Eerst met aandacht, toen steeds vluchtiger. Het is goed geschreven, er staat veel interessants in over Griekenland en de Griekse taal en cultuur, het heeft helaas ook een hoog bakvisgehalte. Daar was ik niet tegen bestand. Een 'melige roman' schreef een recensent. Ik was wel nieuwsgierig geworden naar de ontwikkelingen en heb daarom tot het eind gesnelleesbladerd. De crux heb ik geloof ik gemist. Het zij zo. Er is vast een lezer die dit leuker vindt. Op reis dan maar.

03 december 2007

The Gathering, Anne Enright

I would like to write down what happened in my grandmother's house the summer I was eight or nine, but I am not sure if it really did happen. I need to bear witness to an uncertain event. I feel it roaring inside me - this thing that may not have taken place. I don't even know what name to put on it. I think you might call it a crime of the flesh, but the flesh is long fallen away and I am not sure what hurt may linger in the bones.

Veronica Hegarty, uit een gezin met twaalf kinderen (plus zeven miskramen), vertelt vervolgens het verhaal over haar jeugd, haar familie toen en nu en haar eigen gezinsleven terwijl ze onderweg is om het lichaam van haar door zelfdoding om het leven gekomen ietwat oudere broer op te halen. Wat gebeurde er in het huis van haar grootmoeder? Heeft die gebeurtenis het leven van haar broer en zijn vroegtijdig einde inderdaad bepaald? En is het werkelijk gebeurd? In haar terugblik verweeft Veronica heden en verleden, fantasie en herinnering.

Het is geen vrolijk verhaal, maar stemde toch niet somber. De zinnen zijn stuk voor stuk prachtig, de stream of consciousness van Veronica danst ondanks de zware ondertoon lichtvoetig van onderwerp naar onderwerp. Even stoorde het me dat het kind Veronica, dat soms ook aan het woord is, zo wijs en met te veel inzicht kijkt en analyseert. Tot me opviel dat niet het kind sprak, maar Veronica de veertiger die zich scènes uit haar jeugd herinnert en met haar volwassen bagage deze herinneringen verwoordt.

Gatwick airport is not the best place to be gripped by fear of flying. But it seems that this is what is happening to me now; because you are up so high, in those things, and there is such a long way to fall. Then again, I have been falling for months. I have been falling into my own life, for months. And I am about to hit it now.

Ik vergat nog iets te vertellen, Ben Sijes

Ben Sijes (1909-1981) groeide op in een Amsterdams joods arbeidersgezin en werd na WOII bekend als geschiedschrijver van de Nederlandse arbeidersklasse en medewerker van het RIOD.
Het bundeltje bevat teksten van toespraken, maar ook persoonlijke notities die oorspronkelijk geenszins voor publicatie waren bestemd, hier dus toch zijn verschenen. Hij schrijft over de Nieuwe Kerkstraat, over de arbeidersbeweging, over schrijnend schuldgevoel, de zwakheid van de een, de slechtheid van de ander.
Hij beschrijft ook hoe God de mens schiep en, doordat dit niet zonder horten of stoten ging, hoe de mens uiteindelijk ontstond uit klei, de droeve tranen van de engel der waarheid en schuldgevoel. God had de mens geschapen, maar vergeten hem een toekomst te geven. Zo blijven we zoeken. Bepaald onvrolijk dit, maar weer mooi verwoord en niet alle teksten zijn zonder hoop. Je krijgt een mooi beeld van Sijes en zijn positie in het leven.

(Auteursportret door Peter van Straaten)