Ik was op vakantie en ik nam mee: nogal wat boeken. Het goede voornemen was verschillende titels vanuit Indonesië de wijde wereld in te sturen. Uiteindelijk is het me gelukt vier boeken uit te zwaaien, daar staan twee nieuw verworven titels tegenover. Het ene boek kocht ik, het andere vond ik. Het lag op de stapel boeken naast de kassa van een eethuisje. Mijn monomane boekenoog spotte de boekenstapel meteen. Veel titels die mij niet interesseerden en toen ineens deze dikke pil van Susanna Clark. Qua omvang nam ik zo meer boek dan ik gaf.‘Jonathan Strange & Mr Norrell is unquestionably the finest English novel of the fantastic written in the last seventy years,’ aldus Neil Gaiman. Deze waardering, die ik na lezing van de roman zag, zou mij eerder niet dan wel ertoe hebben aangezet dit boek te lezen. Fantasy bekoort alleen met mate, andere verhalen sluiten beter aan bij mijn smaak.
Gelukkig wist ik het niet van die fantasy en begon ik onbevooroordeeld te lezen over de geschiedenis van de magie in Engeland. Jonathan Strange & Mr Norrell is een meeslepend boek, een absurd, subtiel geestig, grimmig, fantastisch verhaal. Onwerkelijk magisch en toch overtuigend realistisch. In de stijl van een groots negentiende-eeuws overzichtswerk, inclusief voetnoten en een lange lijst geraadpleegde literatuur (allemaal verzonnen). En tegelijk knipoog na knipoog naar vervlogen literaire tijden en gebruiken.
Hier allerlei extra's over de wondere wereld van Strange en Norrell.

Seriemoordenaar houdt huis in Stalinistisch Rusland. Hij heeft het op kinderen gemunt, is voor zijn werk veel onderweg en laat her en der in het land zijn gruwelijke visitekaartje achter. In het Rusland onder Stalin komt zoiets niet voor, dat is iets voor het gedegenereerde Westen en vooralsnog worden de moorden niet met elkaar in verband gebracht, maar toegeschreven aan de eerste de beste plaatselijke zondebok, de buitenbeentjes van het sociale arbeidersparadijs. In 1953 was daarom iedereen in de Sovjet-Unie blind voor deze psychopaat. Iedereen? Nee, één man, Leo, gaat een lichtje branden en vervolgens bindt hij de strijd aan met het systeem en gaat hij op zoek naar de moordenaar.
Naser is een Eritrese jongen die in 1980 op zijn tiende naar Soedan vlucht, waar zijn oom hem en zijn broertje oppikt en meeneemt naar zijn huis in Djedda. Van de regen in de drup, blijkt al snel. Naser is opgegroeid tussen vrouwen, in het streng islamitische Saoedi-Arabië maken mannen de dienst uit en zijn alle vrouwen aan zijn zicht onttrokken. Ze gaan in boerka gehuld over straat en worden ook op allerlei andere manieren afgeschermd van de mannenwereld. Er gaan verhalen rond over vrouwen die liefdesbriefjes laten vallen voor de voeten van een man en zo contact zoeken. Om de liefde of om de verveling te verdrijven?
Jim Dale heeft een prachtstem met bewonderenswaardig veel facetten en is een zegen voor de insomniatische mens: als je ogen te moe zijn om te lezen en de radio alleen maar foute onderwerpen biedt, gaat de ouwe trouwe cassetterecorder aan en val je snel in slaap. Bij mij werkt het althans vrijwel altijd. Dat betekent ook dat je, met zo'n twee zinnen te gaan voor je wegdoezelt, heel lang over één luisterverhaal doet. The Goblet of Fire, boek vier in de Harry Potterreeks, onderhoudt me al sinds de vroege zomer. Extra luistervertraging had ik doordat A) ik een tijd sliep als een roos en B) bandje elf van de twaalf het ineens leek te begeven, maar dat kon ik onlangs oplossen met behulp van een geavanceerd cassettedeck dat fijngevoeliger met de cassette omspringt dan het draagbare nachtkastjesdingetje. Nu is het dan toch uit en gelukkig, een alternatief is al gevonden.
Joseph Conrad (Józef Teodor Konrad Korzeniowski) werd geboren op 3 december 1857, a.s. december honderdvijftig jaar geleden. Hier wordt op verschillende manieren aandacht aan besteed. Zo is er dit jaar een nieuwe biografie over deze Pools-Engelse schrijver verschenen van Conradkenner John Stape.
Berekenende naïeveling trouwt met en laat zich bedotten door manipulatief kreng. Ze ontmoeten een verwende zeurpiet en zijn verzuurde vrouw. Iedereen liegt en bedriegt, de onsympathieke ik-verteller (de naïeveling) vertelt dit treurigste verhaal dat alleen treurig stemt omdat een stelletje egocentrische ijdeltuiten kennelijk niets beters te doen heeft dan onder het mom van fatsoen elkaar het leven zuur te maken.
Hmm, wat een anticlimax. Ik heb het wel uitgelezen, hoor, ik wilde te graag weten hoe het zou aflopen en hoe eindjes zouden worden afgewerkt. Wees gerust, lieve lezertjes, ik verklap niets.
Naar aanleiding van een nieuw werkproject haalde ik deze klassieker uit de kast. Volgens de potloodstreepjes her en der heb ik het ooit met aandacht gelezen, maar ik kon me er weinig tot niets van herinneren. Die eerste lezing moet dan zo'n twintig jaar geleden zijn geweest, dus wie weet heb ik over twintig jaar weer de leeservaring als nieuw met dit fraaie verhaal. Het zit ingenieus in elkaar, het onderwerp is niet vrolijk, maar ik moest ook grinniken, met name bij sommige passages in het derde hoofdstuk. Marlow is een sympathieke ik-verteller, Kurtz een begrijpelijke gek.
1870, Charles Wenmouth, een jonge leerlingsmid en Methodistische lekenpriester in de meest verlaten uithoek van Cornwall, maakt door de week lange dagen in de smidse en legt op de sabbath grote afstanden af, te voet, om te preken voor steeds kleinere aantallen gelovigen. Wenmouth is doordrenkt van zijn geloof, ziet God echter niet alleen in kerk en bijbel, maar ook in de natuur om hem heen. Zijn geloof wordt flink op de proef gesteld als zijn beschermelinge Harriet French, een doodziek blind meisje, sterft. Hij zit in een neerwaartse spiraal en trekt je mee naar beneden. Het verhaal vertelt het jaar rond, Wenmouth bezoekt met kerst zijn moeder en broers, de scherpte is uit zijn rouw om Harriet, waar hij zonder het zelf te erkennen liefde voor voelde, hij gaat door.
De nieuwe novelle van Ian McEwan trok als een magneet, te meer daar de auteur naar aanleiding van het uitkomen van de Nederlandse vertaling van zijn boek volgende week in Nederland is en ik zeker bij een van zijn lezingen zal zijn. Ondanks strikte boekenkoopstop snel bij Bol geshopt (dankzij de bonnen die ik regelmatig ontvang en ach, die boekenkoopstop werkt dus echt nooit). Het plan was op de mooie paaszondag in de licht verfraaide tuin een lange leessessie te houden. Bol hield woord, voor 21.00 uur besteld, volgende dag in huis en zo lag On Chesil Beach al sinds gisteren te lonken. En te lonken. En vanmiddag zwichtte ik. En nu is het uit.


Dit is humor. Zeggen ze. Ik heb volgens mij nooit eerder zoiets flauws en onverrassends gelezen; het ontstijgt nergens het puberale niveau van pukkelige jongens met de eeuwige baard in de keel. Misschien is het wel aardig in de audioversie. 


