23 mei 2007

Radetzkymarsch, Joseph Roth

Drie generaties Trotta: grootvader Joseph Trotta, nakomeling van een eenvoudig boerengezin, redt 1859 het leven van de jonge keizer Franz Joseph I en wordt daarvoor geadeld. Zijn zoon Franz studeert rechten, trouwt, heeft een zoon en leidt een rechtschapen leven als Bezirkshauptmann. Kleinzoon Carl Joseph Trotta, die al jong zijn moeder verliest, moet officier worden, volgt ook een militaire carrière, blijkt echter een slappeling, geen ruggengraat, geen normbesef, geen oog voor andere dan zijn eigen belangen. Zijn slapte weerspiegelt het morele verval binnen de hogere legerrangen en de algehele uitholling en neergang van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Roths pen is scherp, maar zijn humane blik en humoristische beschrijvingen verzachten veel.
Naast de grotere politieke lijn wordt het verhaal verteld van een vader en een zoon. Carl Joseph werkt zich steeds meer in de nesten, vader Franz ziet het aan, hoopt misschien tegen beter weten in dat de wijsheid met de jaren zal komen en redt zijn zoon uit de penibelste situatie. Franz is een anachronisme, hij leeft nog in en volgens de mores van de roemrijke Dubbelmonarchie. Hij is ook een vader. Bij het afscheid na een van hun laatste ontmoetingen, waarbij het ook Franz niet is ontgaan dat Carl Joseph te veel drinkt, te weinig slaapt, onmiskenbaar verloedert, wisselen ze geijkte afscheidswoorden uit.
Er hielt den Hut in der Linken und schlug die Rechte um den Rücken Carl Josephs. Er küßte den Sohn auf die Wangen. Und obwohl er sagen wollte: Mach mir keinen Kummer! Ich liebe dich, mein Sohn!, sagte er lediglich: »Halt dich gut!« - Denn die Trottas waren schüchterne Menschen.
Treurige mannen. Treuriger nog dat de zoon vóór de vader sterft, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog tijdens een roekeloze actie van misplaatst heroïsme.
Prachtig boek. Volgens Reich-Ranicki een van de twintig meest belangwekkende Duitstalige romans. Hij heeft misschien wel gelijk. Het is micro- en macrogeschiedenis ineen en dat ook nog zo vaardig en smakelijk verpakt.

Dan nog even een favoriete anekdote die mij tijdens het lezen te binnen schoot, niet zo heel oud en toch zo lang geleden, van de jonge jongen die de oudere man vertelt dat er voetballen is die dag. 'Wie spelen er', wil de oude weten. 'Oostenrijk-Hongarije', antwoordt de jonge. 'Tegen wie?', vraagt de oude.

02 mei 2007

Van geluk gesproken - gedichten uit Nederland en Vlaanderen over voorspoed en geluk

Zondag kreeg ik een mood-enhancing bundeltje. Ik was er er blij mee en dat was ook de bedoeling. Alle geluk komt aan bod, van klein tot groot. Het leukste is het om het lukraak open te laten vallen en weer een gelukje te lezen. Niet ieder geluk spreekt mij aan, andere regels resoneren weer wel direct. Een enkel gedicht is wat banaal, op pagina 61 ontbreekt een 'd', er staan vooral veel fijne regels in. Over wrang geluk las ik ook en het resoneerde; ik wilde het eerst hier citeren, maar ach, die emotie herhaalt zich ook zonder hulpje.
J.C. Bloem, waar het de eerste keer openviel, is nog niet overtroffen:

De nachtegalen

Ik heb van 't leven vrijwel niets verwacht,
't Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? - In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.

 

20 april 2007

Edith Wharton

In 1893 verscheen van Edith Wharton, die ik graag lees, het verhaal "The Fulness of Life". Een vrouw ligt op sterven, kijkt terug op haar huwelijk en spreekt over haar leven met de Spirit of Life.

Zegt ze:
"But I have sometimes thought that a woman's nature is like a great house full of rooms: there is the hall, through which everyone passes in going in and out; the drawing-room, where one receives formal visits; the sitting-room, where the members of the family come and go as they list; but beyond that, far beyond, are other rooms, the handles of whose doors perhaps are never turned; no one knows the way to them, no one knows whither they lead; and in the innermost room, the holy of holies, the soul sits alone and waits for a footstep that never comes."

"And your husband," asked the Spirit, after a pause, "never got beyond the family sitting-room?"

"Never," she returned, impatiently; "and the worst of it was that he was quite content to remain there. He thought it perfectly beautiful, and sometimes, when he was admiring its commonplace furniture, insignificant as the chairs and tables of a hotel parlor, I felt like crying out to him: 'Fool, will you never guess that close at hand are rooms full of treasures and wonders, such as the eye of man hath not seen, rooms that no step has crossed, but that might be yours to live in, could you but find the handle of the door?'"


Vervang 'a woman's nature' door 'human nature', in ieder mens gaan immers verborgen kamers schuil, al kent men die vaak zelf niet. En lees Wharton, haar romans en verhalen overstijgen de vervlogen tijden, waarin ze zijn gesitueerd.

19 april 2007

Stationschef Fallmerayer, Joseph Roth

Andere laatst viel de naam Joseph Roth. Ik wist titels, kon me geen inhouden herinneren. Wat had ik van hem gelezen? Sinds eergisteren zeker zijn novelle Stationschef Fallmerayer uit 1933.
Het is ca. 1910, Fallmerayer, getrouwd, twee kindjes, beheert een Oostenrijks stationnetje, een treinongeluk, een van de reizigers, de Russische gravin Walewski, vindt enkele dagen onderdak bij Fallmerayers gezin, vertrekt dan weer om zich bij haar man te voegen, stuurt nog een brief met dank en later twee ansichtkaarten, exit. Maar niet uit Fallmerayers hoofd en hart. In de Eerste Wereldoorlog wordt Fallmerayer ingezet en komt hij via omzwervingen in Oekraïne, nabij het landgoed van de gravin die hij zich nog steeds levendig herinnert. Hij gaat langs, zij is alleen, haar man strijdt aan Russische kant. Fallmerayer is sinds het uitbreken van de oorlog niet meer thuis geweest, heeft ook niets van zich laten horen. In de laatste weken van de oorlog trekt hij bij de gravin in, zij worden geliefden, in de chaos van de laatste dagen vluchten ze via omwegen naar Monte Carlo. De liefde is groot, zij wil dat hij zich laat scheiden, hij ontdekt dat hij als verloren geldt en daar laten ze het bij, zij wil als bezegeling van hun liefde een kind, hij wil dat ook, zij wordt zwanger (dat lukt dan ook meteen in zo'n verhaal). Plotseling, zij is zes maanden zwanger, duikt de gravins man weer op, ze haalt hem met Fallmerayer van het station, de graaf is niet goed uit de oorlog gekomen, zit in een rolstoel, kan nog geen maaltijd zelfstandig nuttigen, ze helpen hem het huis in. "Hierauf reiste Fallmerayer ab; man hat nie mehr etwas von ihm gehört." Hij is dan 45, een jaar lichtte zijn leven fel op, dan verdwijnt hij in de nietszeggendheid waar hij ook uit kwam.
Roth schrijft mooie zinnen. Doe mij maar meer Roth.
En nee, dit is niet woggen want gister mooi iets afgerond. Ha.

18 april 2007

Traumnovelle, Schnitzler

Laatst ging het over Freud en deze opmerking van hem in een brief aan Schnitzler: "So habe ich den Eindruck gewonnen, daß Sie durch Intuition - eigentlich aber in Folge feiner Selbstwahrnehmung - alles das wissen, was ich in mühseliger Weise an anderen Menschen aufgedeckt habe." Nou was het bij Schnitzler bepaald niet alleen intuïtie, voor een groot deel echter wel.
Zo zat Schnitzler in mijn hoofd en toen ik langs de boekenkast liep, knipoogde zijn Traumnovelle naar me - de mooie vormgeving van het boekje, de reproductie van Schiele, ik had het een keer niet kunnen laten staan en zo'n klassieker moet je gewoon in huis hebben - en ik (her)las het op een zonnige zondag.
Schnitzlers Traumnovelle is het ultieme 'onbewuste' verhaal: wat speelt zich zoal in de geest af, hoe uit zich dat, wat drijft ons onbewust? De hoofdpersonen Albertine en Fridolin worstelen met trouw en ontrouw. Waar begint ontrouw? Zijn fantasieën alleen al gevaarlijk? Wat brengen zij aan het licht? Bij Albertine gaat het allemaal erg onbewust, zij heeft een heftige droom waarin ze zonder enige emotie toekijkt hoe haar man de strop krijgt terwijl ze zelf in een soort orgie is beland en het daar ook wel naar haar zin lijkt te hebben. Fridolins fantasieën lijken zich meer in zijn werkelijkheid af te spelen, maar is dat echt zo? Wat fantaseert hij en wat maakt hij mee? Aan het begin van het verhaal zijn beiden zeer verliefd en gelukkig met elkaar, in het tijdsbestek van een etmaal nemen ze grote afstand van elkaar, verrassend is dat ze zich aan het einde toch weer vinden.
Zo'n fraai verhaal moet je eens in de zoveel tijd herlezen.
Ik wog me een ongeluk.

Perenbomen bloeien wit, Gerbrand Bakker

Mooi ingetogen en aangrijpend verhaal. (Ik vond meer, 't is ff te druk voor uitgebreidheid en ook dit is woggen.)

11 april 2007

Ingenieurs van de ziel, Frank Westerman

waterbouwproza ...

Vanuit een verrassende invalshoek worden schrijvers onder het communisme in de Sovjet-Unie gevolgd. Het beginpunt zijn de megalomane waterbouwplannen van Stalin, een ingrijpen in de natuur dat volgens bepaalde theorieën een dictatuur typeert: waar de potentaat heerst, bloeit de waterbouw, waarbij het er in de Sovjet-Unie uiteindelijk zelfs om ging rivierlopen om te keren. Alles ten dienste van het arbeidersparadijs. Stalins ondernemingen moesten verheerlijkt en daar kwamen de schrijvers, de 'ingenieurs van de ziel', in het spel. Onder de bezielende leiding van Gogol, die als de verloren zoon teruggekeerd is naar eigen land, ontstaat het ene na het andere deel waterbouwproza. Het begint met een naar sociaal-realistisch model door een Russisch schrijverscollectief geschreven boek over de aanleg van het Belomorkanaal tussen de Finse Golf en de Witte Zee en groeit uit tot een complete waterbouwbibliotheek met spannende titels als 'Energie', 'De waterkrachtcentrale' en 'Van misdaad tot arbeid' (want wie denk je dat daar zo mocht ploeteren in de harde grond?).
Het is een fascinerende kijk op, maar evenzo treurige inkijk in de Russische letteren en het meedogenloze literaire beleid in de Sovjet-Unie vanaf Stalin tot en met Brezjnev. Veel narigheid, uitzichtloosheid, lakeiendom, opportunisme, verraad en verdriet onder de Russische schrijvers.
De genoemde titels lonken niet echt - het leest allemaal geheid niet zo vlot als Westerman het heeft beschreven - het Russisch en het Russische onveranderd wel.

07 april 2007

On Chesil Beach, Ian McEwan

De nieuwe novelle van Ian McEwan trok als een magneet, te meer daar de auteur naar aanleiding van het uitkomen van de Nederlandse vertaling van zijn boek volgende week in Nederland is en ik zeker bij een van zijn lezingen zal zijn. Ondanks strikte boekenkoopstop snel bij Bol geshopt (dankzij de bonnen die ik regelmatig ontvang en ach, die boekenkoopstop werkt dus echt nooit). Het plan was op de mooie paaszondag in de licht verfraaide tuin een lange leessessie te houden. Bol hield woord, voor 21.00 uur besteld, volgende dag in huis en zo lag On Chesil Beach al sinds gisteren te lonken. En te lonken. En vanmiddag zwichtte ik. En nu is het uit.
Het ontroerende en psychologisch sterke en genuanceerde verhaal heeft me met immense weemoed vervuld. Dat McEwan de menselijke psyche zo goed doorheeft en dat dan ook nog zo fraai weet te verwoorden, wist ik al sinds Saturday. Ook deze novelle nadert het volmaakte verhaal.
'They were young, educated, and both virgins on this, their wedding night, and they lived in a time when a conversation about sexual difficulties was plainly impossible.' De openingszin vat het hele verhaal samen. Het is 1962, twee jonge twintigers trouwen nadat ze elkaar een klein jaar kennen, het nu is hun huwelijksnacht, in tussenliggende passages kijken we terug op hun beider jeugd en de korte verkeringstijd voorafgaand aan het huwelijk. Beide zijn zelfstandig en ambitieus en seksualiteit is onontgonnen gebied. Hij, historicus, kijkt vol verwachtingsvolle spanning, ontzag en verlangen uit naar de huwelijksnacht, zij, violiste, vol verscheurende angst, twijfel en wanhoop. Allemaal onkunde en dan zijn ze ook nog onvoldoende toegerust om zonder gêne dingen te benoemen waarvan ze bovendien deels niet eens wéten hoe ze heten. Geen goed recept. Haar muzikale activiteiten zijn met het verhaal verweven, veel van haar emoties vinden in haar onmiddellijke spiegeling in fragmenten uit allerlei (kamer)muziekstukken. Prachtig en fijn als je die muziek ook kent.
Met de tweede zin 'But it is never easy.' beperkt McEwan het verhaal niet tot die specifieke, seksueel meer restrictieve tijd en evenmin tot de specifieke problematiek van de personages.
Kleine min: aan het eind wordt het grote stappen, snel thuis. Ach, je hebt dan al zoveel plussen binnen, het minnetje is gering.
'Ik koop het, lees het en geef het door', dacht ik optimistisch. Dit verhaal wil ik echter nog even niet kwijt. Nu terug naar de non-fictie, die prevaleert al een tijd, veel veiliger, niks geen weemoedige gedachten over la condition humaine, twijfel over de juistheid van beslissingen, gemijmer over wat had kunnen zijn.

01 maart 2007

Een stoomfluit midden in de nacht, Haruki Murakami

Het fraai vormgegeven bundeltje bevat drie verhalen die voor het eerst in het Nederlands uitkomen. De eerste twee verhalen zijn ronduit bizar. Kreta Kano en haar zus zijn personages uit Murakami's 'De opwindvogelkronieken', wat ik nog niet heb gelezen. Merkwaardige uithoeken van de ziel worden getoond. Evenzo in het verhaal De tweeling en het verzonken continent, wat weer inhaakt op Murakami's roman 'Flipperen in 1973', eveneens mij onbekend. Ik weet niet wat ik, behalve dat ze bizar zijn, van deze verhalen vind. De vertaling (Jacques Westerhoven) loopt goed, de verhalen laten een onbestemd gevoel achter, er blijft dus wel iets hangen.
Het titelverhaal Een stoomfluit midden in de nacht is van een ontroerende schoonheid, een literair kleinood dat ik reeds meermaals heb gelezen en voorgelezen. Het is kort, concentreert zich rond de pregnante metafoor van de nachtelijke stoomfluit en gaat over de dingen des levens: eenzaamheid, wanhoop, verlangen, liefde, troost. Echt prachtig.

De eeuwige ander, Ina Boudier-Bakker

Mijn aanvankelijke vrees dat de treurigheid in dit verhaal alleen maar zou toenemen, bleek ongegrond. Boudier-Bakker geeft interessante karakterschetsen in de gesloten setting van een dorp waar in de vakantieperiode enkele buitenstaanders de rust verstoren en het een en ander in beweging zetten.
Ik las ergens dat Boudier-Bakker vooral voor vrouwen zou hebben geschreven. Bij het recentelijk overlijden van Marianne Fredriksson hoorde ik op het journaal de opmerking "Fredriksson was vooral populair bij vrouwen". We hadden hierover een korte discussie, mij stoorde deze kwalificatie namelijk. Nou houd ik vrouw én lezer niet van het werk van Fredriksson, maar er klinkt iets geringschattends in die mededeling door. Bovendien, zo merkte een gewaardeerde medelezer op, wordt over een mannelijk auteur nooit gezegd "zijn boeken waren vooral populair bij mannen". De ene auteur wordt ongetwijfeld meer door vrouwen, de andere meer door mannen gelezen, maar zeg daar dan iets zinnigs over, probeer te benoemen waarom het een of het ander het geval is.
Of Boudier-Bakker vooral voor vrouwen schreef? Ik denk het niet, ze schreef. Misschien werd en wordt ze vooral door vrouwen gelezen, ze schrijft psychologische romans en verhalen en ik weet dat vele vrouwen dat aanspreekt. Er zijn zeker ook mannelijke lezers die daar graag kennis van nemen.
Ik las nog meer, het wordt tijdelijk minder goed bijgehouden, te veel andere zaken die de aandacht opeisen.

15 februari 2007

Lees ik nog wel?

Jazeker, maar hap snap en minder gestaag dan wenselijk. Veel externe en interne onrust, wegens overdagse drukte op de weg twee minuten voor, soms iets na afspraak rak tjak inparkeren, andere keren tijdens het conducteursfluitje net nog in de trein springen, laptop uitpakken en tik tik tik Belangrijke Saaie Teksten produceren, fluks over Hoog Catharijne (ook aan te raden als je geen haast hebt), als raketvrouw door de stad fietsen, bij de garage een lange links-rechtsdiscussie voeren, maar tussendoor uiteraard de letters niet laten liggen.
Ik lees querbeet door Kästners Lyrische Hausapotheke, meermaals, want, zegt mijn held van toen en nu: "Die Katharsis ist älter als ihr Entdecker und nützlicher als ihre Interpreten". Heeft ie toch mooi een eigen recente gedachte verwoord. Ik las beklemmende verhalen van Wolf Dietrich Schnurre, verstilde eenvoud in een verhaal van Ina Boudier-Bakker (titel van het bundeltje ben ik kwijt, het bundeltje zelf ligt ongetwijfeld op een van de stapels*), nu ook begonnen in haar De eeuwige ander, hecht geformuleerd, intreurig en ik vrees dat dat alleen erger wordt; voorts las ik de eerste pagina's van Tjechovs De dame met het hondje in het Russisch, toen kon ik even niet meer, over wankelmoedigheid in Het Dwaallicht van Elsschot, in de kranten artikelen over wat onze werkelijkheid heet te zijn, maar soms meer weg heeft van de twilight zone, over de liefde volgens Erich Fromm, over Pablo Casals die weer inspireert en dan zit ik regelmatig te watertanden bij langzame recepten en lees ik de avonturen van Kleine Beer voor, die jaren terug al ook mijn hart heeft gestolen. Er wordt altijd gelezen!

*Gevonden, het heet Honger en ligt inmiddels waar? Op een andere stapel, ergens.

30 januari 2007

Turkish Gambit, Boris Akunin

Ruim een jaar geleden maakte ik kennis met Erast Fandorin in The Winter Queen. Akunin trok al enige tijd, vooral om het Russische en ik werd niet teleurgesteld. Fandorin is een innemend personage, vleugje avontuur, zweempje tragiek, sprankje charme en Sint Petersburg als achtergrond wakkerde het verlangen aan weer eens die kant op te reizen. Het verhaal smaakte naar meer, nu kwam ik er eindelijk toe Fandorins tweede avontuur te lezen.

1877, Rusland trekt ten oorlog tegen het Ottomaanse rijk. Fandorin sluit zich aan bij een van de Russische eenheden. Hij ontmoet ook Varya Suvorova, een jonge serieuze dame, prettig om te zien ook, met revolutionaire idealen, die zich als jongeman heeft verkleed om haar gewaardeerde kameraad en verloofde Pyotr in het leger te kunnen bezoeken. Fandorin redt Varya uit een netelige situatie, zij kan niettemin haar minachting voor deze tsaristische lakei nauwelijks verdoezelen. Varya heeft Pyotr amper een begroetingszoen kunnen geven of deze wordt beschuldigd van spionage. Pyotr wacht de doodstraf en Varya moet de verachte Fandorin vragen haar te helpen de echte spion te vinden. Fandorin voelt aan z'n water dat er groot verraad speelt. Dan wordt het steeds ingewikkelder, je wordt om de oren geslagen met veldslagen, intriges, duellen, nog meer nieuwe personages, ik raakte het spoor soms bijster. Uiteindelijk komt uiteraard alles op z'n pootjes terecht, bijna dan. Pyotrs naam wordt gezuiverd, Varya heeft Fandorin leren waarderen en misschien wel meer dan dat, er vallen wat spaanders, maar er wordt dan ook flink gehakt en na wat red herrings komt het tot een ontknoping en blijkt dat de minst waarschijnlijke en meest sympathieke man het dubbelspel speelt.

Een van de nevenpersonages is de Franse oorlogscorrespondent Charles Paladin. In een grappig intermezzo stelt hij dat een goed schrijver zelfs over niets een goed stukje kan schrijven. 'One does not need a topic in order to write a good feuilleton,' the Frenchman declared. 'One simply needs to know how to write well.' Hij durft zelfs een weddenschap aan te gaan dat hij dit kan aantonen, die Wette gilt, mein Herr, Paladin wint met glans. Hij heeft dan ook volledig gelijk, vindt deze lezer.

Het eerste Fandorin-verhaal sprak mij meer aan. In Turkish Gambit is Varya de hoofdpersoon, Fandorin een sleutelfiguur, het hele verhaal speelt zich af op vaag Turks grondgebied, ik houd van meer Fandorin en meer Russisch. Je vangt gelukkig wel glimpjes van de Russische ziel op. Aan het eind van het boek word je lekker gemaakt met de eerste hoofdstukken van een volgend Fandorin-verhaal. Dat sprak meteen meer aan, het speelt in een herkenbaar Moskou, de intrige lijkt boeiender, hier verheug ik me nu al op. Later, er ligt nog een stapel ongelezen.

26 januari 2007

De Rode Prinses, Paul Biegel

Biegels Rode Prinses zit vol klassieke componenten uit Propps morfologie van het toversprookje. Hij laveert zo mooi binnen de structuur van vaste elementen dat het een heel origineel en vloeiend verhaal van schijn en wezen wordt.
Het begint met een knal, in hoofdstuk twee verwacht je al de ontknoping en hé, daar is de verrassende wending, waardoor het sterke begin slechts introductie blijkt. Het coming-of-age verhaal van de prinses wordt afgewisseld met geestige scènes, waarin halve en foute informatie leiden tot speculatie, roddel, achterklap, gewinzucht en een koude kermis.
Leuke personages: de dappere prinses, de eigengereide koningin-moeder, de door wanhoop verlamde en toch al niet zo wilskrachtige koning-vader en koningin-moeder, de schijterige hofdames, de dommen, de slimmen.
Weinig mis mee. Alleen dit: waar was de eindredacteur?

08 januari 2007

Belle van Zuylen (1740-1805). Leven op afstand, Simone Dubois

Ik bladerlas het afgelopen jaar ook deze biografie van Belle van Zuylen. Ik heb enige tijd om de hoek van slot Zuylen gewoond en heb, door de geografische toevalligheid gedreven, in die tijd veel van Belle van Zuylen gelezen. Zij leefde dan wel zo'n twee eeuwen geleden en haar verhalen spelen ook in die tijd, maar deze doen zeer fris aan en gaan over universele menselijke (eigen)aardigheden. In haar boeken geeft Belle een prettige kijk op de imperfecte mens.

In de biografie wordt ruim geciteerd uit de uitgebreide briefwisselingen die Belle met deze en gene onderhield. De briefcitaten worden aan elkaar gepraat door Simone Dubois. Het is een informatieve biografie, die kennelijk zo uitgebreid nog niet over Belle van Zuylen was verschenen. Wat mij een beetje stoorde, was de schijnbare willekeur van de selectie uit de brieven. Ik werd nieuwsgierig naar de niet-geciteerde alinea's. Het kan zijn dat ik gewoon Belle liever lees dan Simone.

Alles bij elkaar geen verloren leestijd en een fijne stimulans om weer eens iets van Belles hand te lezen.

26 december 2006

Die Stadt der träumenden Bücher, Walter Moers

Die Stadt der träumenden Bücher heb ik vorige maand in een verloren kwartiertje op een Duits station gekocht; meteen een end gelezen op de terugreis. Moers [mə:rs] schrijft fantasy. Niet mijn genre. De gedachten over genres en de nadelen van indelen in genres heb ik nog steeds niet op papier gezet. Het is een vorm van kastjesdenken, je doet altijd de afzonderlijke delen tekort. Het boek van Moers is erg fantastisch, het is ook zeer geestig en sprachspielerisch en het prikkelde al lange tijd mijn nieuwsgierigheid.

Die Stadt der träumenden Bücher speelt op het fictieve continent Zamonien, waar allerlei fantasieschepsels leven. Het boek zou een vertaling uit het Zamonische zijn van een selectie uit de omvangrijke, meer delen omvattende reisherinneringen van Hildegunst von Mythenmetz, sentimentele dinosaurus, poeta laureatus. Mythenmetz gaat op reis, op zoek naar de onbekende auteur van een korte, volmaakt geschreven tekst. Zo belandt hij in Buchhaim, de „stad van de dromende boeken“. Mythenmetz is onervaren en naïef, wordt erin geluisd en door de boosdoeners afgescheept naar de beruchte catacomben onder Buchhaim, een complex en duister labyrint vol boeken, slechteriken, brave borsten en ongekende gevaren. De jonge Mythenmetz slaat zich er doorheen, is aan het eind van zijn queeste ouder en wijzer en heeft dan ook geleerd hoe hij zijn schrijversschap vorm moet geven.

Volgens Sebastian Domsch van Die Tageszeitung is deze roman „nicht nur ein Muß für Moers-Fans, sondern für alle, die Literatur lieben“. Da kommt man als Leser nicht umhin. Ik heb het graag gelezen. Soms werd het me wel iets te fantastisch. Het is een dik boek, helaas door overbodige passages, het boek is te lang. Het is echter ook zeer vermakelijk en je went aan de rare schepsels in Zamonien, de medemens is vaak oneindig raarder dan zo'n lezende dinosaurus.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de zogenaamde Buchlinge, cyclopen die uitsluitend voorkomen in de catacomben van Buchhaim. Iedere Buchling leert tijdens zijn leven het complete oeuvre van een auteur, naar wie hij dan ook is vernoemd, uit het hoofd. Een aardigheid is dat hun namen allemaal anagrammen zijn van meer of minder bekende auteurs, veel Duitse, maar ook wel anderstalige. Dat moet een hele klus zijn geweest voor de vertalers van dit boek, ik verwacht althans dat dit aangepast is aan het taalgebied van de doeltaal. Een prominente Buchling is Ojahnn Golgo van Fontheweg (Johann Wolfgang von Goethe), haha. Perla La Gadeon (Edgar Allan Poe), ook leuk. De Buchlinge gedragen zich naar hun naamgever, ja, leuke truc. Bij sommige anagrammen is het een heel gepuzzel. Het schijnt een running gag van Moers te zijn, hij anagramt wat af in zijn Zamonien-boeken.

De sympathieke Buchlinge grossieren in aforismen.
„Lesen ist eine intelligente Methode, sich selber das Denken zu ersparen.“
„Dicke Bücher sind deswegen dick, weil der Autor nicht die Zeit hatte, sich kurz zu fassen.“ (goede raad voor de auteur?)
„Schreiben ist der verzweifelte Versuch, der Einsamkeit etwas Würde abzugewinnen – und etwas Geld!“
„Fußnoten sind wie die Bücher im untersten Regal. Die guckt sich keiner gerne an, weil er sich bücken muss.“
„Wenn ein Punkt eine Mauer ist, dann ist ein Doppelpunkt eine Tür.“
etc., etc.

Tot slot mijn favoriete uitspraak in het boek, een gedachte van Hildegunst, die na het nuttigen van een eenvoudig hapje zijn evenwicht hervonden constateert: „Es ist nicht das Gehirn, das unser Bewußtsein bestimmt. Es ist der Magen.“

24 november 2006

Emil Reiseschwein und die Meermonster, Nortrud Boge-Erli

Afgelopen woensdagavond luisterde ik naar de verkiezingsuitslagen op de radio. De cijfers druppelden binnen en de uren werden verder volgebabbeld met ditjes en datjes en veel herhalingen. Beetje saai, daarom las ik terwijl ik luisterde, namelijk dit verhaal over het reisvarkentje Emil. Het vereiste weinig concentratie, ik schakelde moeiteloos van boek naar radio naar boek. Aan het eind van de avond was het boek uit en had de avond daarmee ook nog een leuk element gehad.

't Is een aardig verhaaltje met originele invallen, over een talig varkentje met een goede inborst dat veel en graag reist. Het valt vast goed bij de jeugd en zo ben ik weer wat bij voor de Duitstalige lezertjes in mijn omgeving. Veel meer valt er niet over te zeggen. Ja, bij het nawoord van de auteuse trok ik de wenkbrauwen wat op, zo gewild pedagogisch.

Ik stuur het reislustige varkentje naar nieuwe oorden, morgen mag het gaan snuffelen in Berlin Zoo, fijne beestenbende daar. Gute Fahrt, Emil.

20 november 2006

Small World, Martin Suter

Een jaar geleden las ik Lila, Lila, mijn eerste Martin Suter. De roman viel in goede aarde.
Nu kruiste Small World mijn pad en weer las ik Suter graag. Ook hier speelt Suter met vorm (er ligt hier nóg een Suter, wie weet ga ik patronen ontdekken), het lag er iets dikker bovenop dan de vorige keer, echt storen deed 't me echter nog steeds niet.

Konrad Lang groeit op als het huisvriendje en tweederangs medebewoner van Thomas Koch, zoon van een Zwitserse multimiljonair.
Aan het begin van de roman is Konrad ergens in de zestig, al spoedig blijkt dat zijn geheugen hem wel eens parten speelt, dit wordt snel erger en hij krijgt de diagnose Alzheimer. Konrad herinnert zich steeds minder van het nu, weet daarentegen wel in verrassend detail steeds meer te vertellen over zijn vroege en vroegste jeugd. En daar liggen nou net gebeurtenissen die van grande dame Elvira Senn, die de scepter over het Koch-imperium zwaait, voor altijd begraven moeten blijven. Elvira steunt daarom het plan om Konrad privé te laten verzorgen, niet uit altruïsme, maar omdat ze zo grip meent te kunnen houden op dat warrige brein.

Er zit een spanningsboog in de roman (welk geheim verbergt Elvira Senn?), die wordt enigszins kunstmatig gerekt. Maar dit is vooral het verhaal van een man die in zijn geheugen verdwaalt en dat verhaal vertelt Suter bijzonder goed. Ik herkende er althans veel in (want helaas is Alzheimer geen vreemde in onze familie, dat wordt nog wat).

De titel is bijzonder raak. Zoals menig Alzheimer-patiënt weet Konrad nog een hele tijd met behulp van verschillende trucjes de schijn van normaal functioneren hoog te houden. Hij is opgegroeid in de haute culture, smalltalk is een tweede natuur en daar komt hij al aftakelend een heel eind mee. À la "ken ik u ergens van" zegt hij bij een vluchtige ontmoeting vaak "small world" (jij hier? small world). Het gaat lang goed, maar naarmate hij minder onder de mensen komt, valt op hoe vaak hij deze nietszeggendheid uit. Zijn repertoire neemt af, zijn wereld wordt kleiner, small world.

Tegen het einde neemt het verhaal wel een erg onrealistische wending. Een partiële genezing van Alzheimer behoort dan tot het leven. Is dat wenselijk? Ik wens niemand Alzheimer toe, maar we worden hier met z'n allen veels te oud en krakkemikkig, het leven is eindig, echt.

The Shadow in the North, Philip Pullman

Wat had ik dan verwacht?
Dit: genoten van de trilogie His Dark Materials, escapisme pur sang, heel simpel geconcludeerd dat ook ander werk van Pullman geknipt zou zijn voor een druilerige middag. Zo gebeurde het. Het druilde en ik nestelde mij op de bank met Pullmans The Shadow in the North. Dat pakte heel anders uit dan gehoopt. Wat een flutboek, zeg. Wat een melodrama, wat een suspense van piet met z'n petje, wat een moraliserend ondertoontje, fatsoen moet je doen, bah, bah, bah. Welke 'young adult' maak je hier nou blij mee? Nauwelijks verkapte boeketromantiek, kleffe vertelling.
Kennelijk zat de verkeerde greep nog in de boekenhand.

01 november 2006

De Citoyenne, Ad van Iterson

Bah, zonde van m'n tijd. Een vorige lezeres had me gevraagd onder woorden te brengen wat haar aan deze roman zo stoorde. Ik weet natuurlijk niet waar een ander over struikelt. Zij las het boek niet uit. Bladzijde 138 van de 207 en ook ik geef het op. Eindelijk.

Volgens een Parool-recensent op de achterflap koppelt Van Iterson lichtheid aan vernuft. In Vrij Nederland, eveneens achterop geciteerd, heeft iemand het over Itersons "luchtige toon", die ervoor zou zorgen "dat de ernst nergens te zwaarwichtig wordt". Ze hebben het over ander werk van Van Iterson, misschien dat hij met deze roman een geheel nieuwe weg wilde inslaan en dat is hem dan gelukt. Hier is namelijk niks luchtig en licht, ik las uitsluitend zwaar geforceerde zinnen, zinloze omdraaiingen, onnodige synoniemen. En dat is dan alleen de schrijfstijl. De personages zijn ook nog eens ongeloofwaardig en onaf en het verhaal hangt van rarigheid en logge bewegingen aan elkaar, terwijl ik zo'n vermoeden heb dat Van Iterson geen bizarre vertelling voor ogen stond.
Ik maak er verder ook geen woorden aan vuil.

31 oktober 2006

Small Island, Andrea Levy

Misschien heb ik mijn draai niet. Of ik heb even een ongelukkige hand. Dit boek bekoorde niet. Ik vond het niet slecht, maar het trok onvoldoende en ik bladerde steeds sneller, sloeg zinnen, alinea's, hele hoofdstukken over.
Het deed me in de verte denken aan MacDonalds Fall On Your Knees, wat ik overigens heel graag heb gelezen. Ik vermoed dat ik nu niet in de mood ben voor zo'n saga. Exit Small Island.

Cellojaren, J. Bernlef

Eerder dit jaar las ik wat verhalen uit Bernlefs Cellojaren. Geen geslaagd experiment.

De titel zou de sfeer in de tweede reeks verhalen moeten omschrijven. Bernlef was in een Engelse krant het begrip 'cello years' tegengekomen, dat zou staan voor 'nadagen', 'de jaren waarin melancholie en verdriet doorklinken'. Dat melancholische zou de boventoon (haha, wat een taalgejongleer weer) voeren in Bernlefs verhalen. Ik weet het niet. Paar gelezen, 't is zorgvuldig geschreven, daar houd ik wel van, maar ik vind het bepaald geen fijne verhalen, melancholisch evenmin, eerder somber, naar, het leven is geen lolletje. Ik kon er niet tegen.

Dat was Bernlef.

25 oktober 2006

Onze hersenen, René Kahn

"Over de smalle grens tussen normaal en abnormaal". Je moet wel flink wat eelt kweken om de schrijfstijl te kunnen verdragen. Het boek neigt naar een populair-wetenschappelijke toon, dat kan irriteren. Je wordt ook heen en weer geslingerd van wetenschapstak naar wetenschapstak, steeds een stukje van dittem en dan van dattem en niet even fijn op een rij en grondig uitgediept. Dat noem ik ook populair-wetenschappelijk, maar uitsluitend volgens een zelfbedachte definitie.

Inmiddels heeft het boek zo'n tien maanden half gelezen op mijn nachtkastje gelegen, het werd toch niets tussen ons. Het leek me interessant, het is zo bar slecht geschreven. Is het dan toch nog interessant? Nee, vind ik niet. Gedachten die niet helder zijn verwoord, zijn niet helder. Jammer.

20 oktober 2006

Die drei Posträuber, Christine Nöstlinger

Na al het existentiële gezwoeg in Australië en London las ik een nostalgische Nöstlinger. De Mupfer zoeken avontuur en proberen te achterhalen waarom Ivonka Pivonka zo plotseling van de aardbodem is verdwenen. Ze komen drie Otto's op het spoor die een akkefietje bij de post hebben. Gelukkig lezen Liese Schmupfers tante Alice en tante Aline graag Christies en pakken zij iedere aanwijzig zo op. Ols well dett änds well, zouden zij zeggen.

13 oktober 2006

Saturday, Ian McEwan

En meteen een volgend verbluffend goed boek gelezen. McEwans Saturday had me vanaf de eerste pagina in zijn greep, ik las en las en las het uit. Vierentwintig uur uit het leven van de 48-jarige neurochirurg Henry Perowne, op de vooravond van de inval in Irak. Dit speelt op de achtergrond, komt soms naar de voorgrond, is altijd aanwezig. Maar deze roman is veel meer dan een verhaal rond actuele gebeurtenissen (wat volgens velen, met name Joost Zwagerman, de Nederlandse hedendaagse literatuur zo node zou missen) en daarom is het zo goed. De gebeurtenissen zijn relevant, de roman ontstijgt de actualiteit.
            McEwan bewaart de Aristotelische eenheden, niet gestileerd, maar ongemerkt en elegant. Prachtig hoe in de climax poëzie wordt ingezet als wapen, het is zo idealistisch, in het verhaal overtuigt het volledig. Stel je de wereld voor waar poëzie wreedheid uitschakelt.
            Enig minpuntje: soms was het iets te uitleggerig, heel soms, ik struikelde er misschien één of twee keer over. 't Is een minpuntje van niets, een hobbeltje.
            Een groot geluk dat ik McEwan na dat vervelende, rammelende, clichématige Amsterdam nog een kans heb gegeven.

Klik op het boekplaatje als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

The Vivisector, Patrick White

De hele maand september en de kop van oktober las ik één boek: The Vivisector van Patrick White, die in 1973 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Ik volg diverse boekenblogs, in een daarvan werd gewezen op de Patrick White Readers’ Group, wat mij zo intrigeerde dat ik mij snel aansloot. Het was nog een hele toer om een exemplaar van het gekozen boek te bemachtigen, het lukte, ik las mee.

Wat een boek! The Vivisector is een kunstenaarsroman. We volgen het leven van Hurtle Duffield, vanaf zijn vroegste jeugd tot aan zijn dood. Hij is van meet af aan een buitenbeentje; in de openingsscène pikken de scharminkelige kippen thuis genadeloos in op een nieuwkomertje dat hen te zeer uit de toon valt. Anders mag niet, anders wordt bestreden.
"Why're the others pecking at it, Pa?"
"Because they don't like the look of it. Because it's different."
Zo staat ook Hurtle in het leven. Hij wordt geboren in een gezin met te veel kinderen en te weinig geld. Als een vermogend echtpaar in het dorp, dat alleen een misvormd dochtertje op de wereld heeft kunnen zetten, aangeeft Hurtle graag als hun zoon te willen beschouwen, grijpen Hurtles ouders deze kans met beide handen en 'verkopen' ze hun gevoelige, te intelligente zoontje voor 500 Australische dollar. Harteloos? Ze hadden geen cent te makken, pragmatisch en hard, het zet Hurtle wel op het artistieke pad. Was hij anders zo'n groot schilder geworden? Want dat wordt hij, wereldberoemd, zeer gewild, heel eigen. Een egocentrische, norse zonderling die móet schilderen.
Hurtle is zich al snel bewust van zijn eigenheid, lijkt daar ook niet onder te lijden, maar accepteert dat hij zijn leven moet leven en dat betekent in zijn geval coûte que coûte schilderen. Als jongetje maakt hij met zijn adoptievader een toer langs de schapenboerderijen van de familie. Hij kijkt nieuwsgierig naar binnen bij Mr Spargo, een zieke opzichter, een nare, hypochondrische man. "He knew that Mr Spargo was one of those people to whom he would never have anything to say. You were happier with furniture." Hurtle heeft van kinds af aan weinig mensen nodig, men accepteert dat niet, raar, anders, bedreigend.

Waarom heet het boek The Vivisector? Hurtle reist als puber met zijn adoptieouders door Europa. Ze doen onder andere Londen aan. Daar wordt gewezen op de kwalijke vivisectiepraktijken. Hurtles adoptiemoeder trekt zich dit vreselijk aan, ze heeft verder weinig om handen en is altijd te vinden voor weer een nieuwe 'good cause'. Zij doordringt haar kinderen van de slechtheid van vivisectie, Hurtle vergeet dit zijn leven niet. Hij doet het echter zelf ook, in zijn schilderen ontleedt hij zonder mededogen de wereld om hem heen, zijn geliefde Nance, de prostituee, zijn geliefde Hero, die tegen het psychotische aanleunt (en die hem banaal maakt en neerhaalt), zijn adoptiezus Rhoda met de bochel, de geperverteerde kruidenier Cutbush, de dertienjarige pianiste Kathy Volkov, met wie hij als 55-jarige een fysieke verhouding heeft en die hij maar geen plaats kan geven in zijn hoofd. Geliefde? Dochter? Zielsverwant? Scrupules heeft hij echter niet, sowieso niet, hij schildert, het is het enige wat telt. Als hij een stel nieuwe doeken binnen heeft gekregen, stelt hun kleurloosheid hem gerust, zij helpen hem zijn hoofd te legen: "He was enjoying himself in a purely negative way: which made it no less delectable, possibly less destructible."

The Vivisector is een magistrale kunstenaarsbiografie. White speelt met kleuren en beschrijft Hurtles artistieke worsteling letterlijke tot de laatste snik. Heel zijn leven blijft Hurtle streven naar de zuiverste vorm, tegen het eind lijkt hij die nog het meest te naderen. "If he could have chosen, if, rather, he had developed the habit of prayer, he would have prayed to shed his needled flesh, and for his psychopomp to guide him, across the river, into an endlessness of pure being from which memory couldn't look back." (cursief van mij). Hij verdwijnt in indigoblauw, wordt puur geschilderd.

Er zijn te veel Mr Spargo's, te weinig meubels.

27 september 2006

Familienleben, Viola Roggenkamp

Dit boek kreeg ik van een andere lezer die graag Duits leest. Ik begon erin toen ik enkele uren moest reizen, geen ongelezen alternatief bij de hand. Dat is dan meteen de enige reden waarom ik toch nog halverwege ben gekomen.

Op de achterflap is Elke Heidenreich enthousiast. Wie is Elke Heidenreich? Een veelzijdige en verstandige Duitse vrouw die sinds april 2003 bij de ZDF het boekenprogramma Lesen! presenteert. Ik heb een aantal van de eerste afleveringen gezien, wel een aardig programma, sympathiek omdat het onomwonden om haar subjectieve boekenvoorkeur gaat. Heidenreich leest graag en veel, er komt daarom van alles aan bod.

Familienleben zou haar gelukkig hebben gemaakt. Mij maakte het eerder ongelukkig, een onsamenhangend verhaal verteld vanuit een kinderlijk perspectief dat van de hak op de tak springt. Die Zeit had het over „Witz, Bildkraft und Wärme“, die ben ik niet tegengekomen. Aan het eind van de reis heb ik het boek snel gesloten. Het boek reist verder via BookCrossing.

Waar was je nou, K. Schippers

Het klikt niet tussen ons. Ik was erg benieuwd naar dit boek, heb twee pogingen gedaan om erin te komen, maar ik haak af.

De eerste keer vond ik het vertelperspectief niet prettig. Toen ik het boek later weer oppakte, vond ik dat meevallen. Toen boeide het verhaal me echter geheel niet. Een volgende keer zou ik weer anders kunnen reageren. Voor nu trekt het me echter helemaal niet. Jammer. Ligt misschien aan het hier en nu. Wie weet pak ik het later nog eens op.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

14 september 2006

Die Vermessung der Welt, Daniel Kehlmann

Eind 18e eeuw brengen twee jonge Duitsers ieder op eigen wijze de wereld in kaart. De een, Alexander von Humboldt, gaat op ontdekkingsreis naar Zuid-Amerika, baant zich een weg door oerwoud en steppe, verkent de Orinoco, proeft vergif en verderf, telt hoofdluis, kruipt door grote en in kleine holen, beklimt vulkanen, komt oog in oog te staan met zeemonsters en menseneters en meet alles op wat zijn pad kruist. De ander is de mathematicus en astronoom Carl Friedrich Gauß, die zijn loopbaan als landopmeter begint, een hekel heeft aan reizen en vanuit zijn kleine wereld even grote ontdekkingen doet als Von Humboldt. Gauß kan zonder vrouw om zich heen niet leven, maar springt niettemin in zijn huwelijksnacht het bed uit om een formule op te schrijven. Als beide heren al enigszins op leeftijd zijn, ontmoeten ze elkaar in Berlijn, in 1828.

Met die ontmoeting begint het verhaal. Verder kijken we terug, twee biografieën van twee bijzonder begaafde mannen, hoe ze opgroeien, hun weg vinden, al snel merken dat ze anders (want geestelijk sneller) zijn dan vrijwel iedereen in hun omgeving, steeds weer nieuwe gebieden ontdekken waar ze hun geest op uit kunnen leven en trachten hun weg te vinden.

Ik heb het boek bijna in één zitting gelezen, met een flinke onderbreking om het op te nemen tegen koude krachtige Noordzee-golven (golven hebben gewonnen, ik werd genadeloos onderuit gehaald). Een zeer goed geschreven boek, zeer geestig, zeer ironisch, spot en zelfspot - een van de personages spreekt met dédain over historische romans, met name de biografische variant. De historische context is, waar of niet, zeer interessant, het zijn twee boeiende levens. Beide personages worden vooral gedreven door kennis, meer, meer, meer, de hersenen willen niet rusten. Ze zijn ieder op eigen wijze eigenzinnig, op het knorrige af, niet bepaald sympathiek, wel zeer menselijk.
Onthouden, Daniel Kehlmann.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

05 september 2006

Nogmaals: The Hitch Hiker's Guide to the Galaxy, Douglas Adams

Ik ben nu in het bezit van de complete Original BBC Radio Broadcast van dit notoire verhaal en hoera, het heet terecht original, hier wordt duidelijk hoe de hype ontstond. Het oorspronkelijke radiohoorspel is zoveel geestiger dan die rare boekbewerking. Het is echt immens flauw, dat hoeft geen minpunt te zijn. Interessant dat de geslaagde flauwe toon is getroffen in het hoorspel, terwijl die in het boek dus helemaal verkeerd doorslaat.

The Angel of Forgetfulness, Steve Stern

Drie verhalen over drie mannelijke personages: Saul, de achterneef van Keni die ooit Nathan Hart kende, een timide man met een grote verbeeldingskracht die met het wonderlijke verhaal van een gevallen engel Mocky en diens halfsterfelijke zoon Nachman met enig succes Keni het hof maakte.

Mocky kwam ooit op aarde, bleef daar hangen om Hannah, zij baarde hem een zoon, ellende en pogrom en dood en verdoemenis, Hannah gaat naar de hemel, Mocky smokkelt zichzelf met kind mee, maar gaat na niet al te lange tijd toch weer terug naar de aarde, zwerft onsterfelijk de eeuwen door en belandt omstreeks 1900 in de Lower East Side van New York met weinig besef dat hij ooit een engel was. Daar hervindt hij zijn zoon Nachman die inmiddels ook naar de aarde is gekomen en zijn vader zoekt. Nathan Hart heeft deze episode van zijn verhaal in zijn eigen tijd en omgeving gezet en is er op een gegeven moment zo slecht aan toe dat hij niet meer weet waar zijn armoedig bestaan ophoudt en zijn verbeelde leven begint.
Ruim zestig jaar later ontmoet Saul zijn verre bloedverwant Keni, Nathans grote liefde. Zij is stokoud, blijkt niet lang meer te hebben en hij verzorgt haar tot haar dood. Saul proeft alle seks, drugs en grensverkennende smaken van zijn tijd eer hij de hem door tante Keni op haar sterfbed opgelegde taak om het manuscript van Nathan Hart over Mocky te voltooien, gaat uitvoeren.

Het boek riep dubbele gevoelens op: ik heb het heel graag gelezen, al irriteren sommige aspecten.
Wat eerst? De irritatie: het is een mannenboek, sommige pagina's staan stijf van het testosteron (bah), het is bovendien een hetero mannenboek, de enkele niet-hetero staat in een wat droevig, clichématig daglicht. That said, zo zijn er mensen, in het echte en fictieve leven.
Het tegenwicht: het is een heerlijk verhalend boek, de verhaallijnen vertakken en vertakken, raken elkaar even, meanderen verder, in rijke, copieuze taal, vertellen zo verschillend. De lijm die het bij elkaar houdt, is ook weer een verhaal, het verhaal van Mocky, die engel van vergeetachtigheid, van vergetelijkheid, die na vele aardse omzwervingen teruggaat naar zijn engelachtige oorsprong.