Posts tonen met het label VS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VS. Alle posts tonen

23 augustus 2009

De ogen van Kronos, Marie Rutkoski

Er was er één jarig en ik zocht een passend boek. Dit verhaal speelt in Bohemen, de kaft deed denken aan Krabat, de associatie werd bevestigd door de opmerking binnenin: 'In de traditie van Meester van de zwarte molen'. De gelukkige ontvanger houdt van Krabat, ik ook.
            Het verhaal speelt in de zestiende eeuw en is opgebouwd rond een legende over de astronomische klok in Praag. Volgens deze legende werd de maker van de astronomische klok na voltooiing van zijn werk op bevel van zijn opdrachtgever blind gemaakt zodat hij nooit meer iets vergelijkbaars zou kunnen maken voor een andere stad. In het boek is de vader van Petra Kronos, onze twaalfjarige heldin, de instrumentenmaker met magische krachten die de klok bouwt. Hij keert blind thuis, nadat zijn opdrachtgever de prins zijn zilverkleurige ogen heeft gestolen. Petra reist naar Praag om de ogen terug te halen en moet het opnemen tegen de zwarte prins. Veel magie en vuurwerk, kinderspel en volwassen intriges.
            Soms een struikelzin, maar de verhaallijnen zijn uitstekend met elkaar verweven, de toon sluit op een heldere, maar niet betuttelende manier aan bij de jongere doelgroep, over donkere krachten wordt niet kinderachtig gedaan en er blijven genoeg openingen voor een vervolg (dat kennelijk in de maak is).
            Misschien geef ik het volgende maand nog een keer weg aan alweer de volgende jarige.

Engelse titel: The Cabinet of Wonders (The Kronos Chronicles: Book I)
Nederlandse vertaling: Tjalling Bos

12 juni 2009

The Selected Works of T.S. Spivet, Reif Larsen

In 1970 was onze maup een mupje dat in de VS woonde. In dat jaar zag Sesame Street het licht. Aan het Sesame Street van toen kan ik pagina’s vol nostalgie wijden, anderen ook en sommigen doen dat dan ook. We hadden thuis een LP met Sesame Street-liedjes die zo voor het leven in mijn hoofd belandden.
            Vanochtend las ik Larsens The Selected Works of T.S. Spivet uit, onder de douche stond ik na te mijmeren. Zoals bekend is de douche een zeer geschikte mijmerplek. T.S. Spivet, de hoofdpersoon in het net uitgelezen boek, zou de mijmerplekken in kaart kunnen brengen en daarbij grafisch hun mijmergeschiktheid aangeven. Zoiets doet dat personage en daar gaat het boek over. Deze hoofdpersoon en ik-verteller is een voorlijk jochie van twaalf, dat opgroeit in Montana in een ietwat disfunctioneel gezin met een Tragedie, gefascineerd is door kaarten, alles om zich heen ziet als in principe in kaart te brengen (op enkele uitzonderingen na en die herkent en benoemt hij dan ook vol verwondering als ‘niet in kaart te brengen!’) en op deze manier tracht het leven te begrijpen en zijn plek in de maatschappij te vinden.
            Wat heeft dit met Sesame Street te maken? Ik mijmerde onder de douche over het boek en stond ineens Big Birds alfabetlied te zingen, viel er middenin bij de regel ‘but somewhere in the middle it gets awfully qr to me’. Het was de vinger op de zere plek. The Selected Works of T.S. Spivet is opgebouwd uit drie delen. Deel één loopt als een trein, in deel twee werd het nogal ‘qr to me’, het verhaal wordt onevenwichtig en zo blijft het tot het eind. Ik las het niettemin graag, raad het ook aan, het is vlot geschreven, er worden verbazend veel thema’s aangesneden en de meeste zijn interessant. De toon werd naar mijn idee wel steeds jeugdiger. Ik ben benieuwd hoe een volgende roman van de debuterende Larsen uitpakt. Spiegelt deze initiatieroman zijn eigen overgang naar ander werk?
            Aan het eind wordt verwezen naar het (in de VS) populaire jeugdboek From the Mixed-Up Files of Mrs. Basil E. Frankweiler, dat zelfs twee jaar ouder is dan Big Birds alfabetlied. Nostalgia galore! (Het lied begint op 1 minuut 20.)

27 maart 2009

The Blindfold, Siri Hustvedt

Vier hoofdstukken uit het leven van studente Iris Vegan. Ze maakt vreemde dingen mee door eigenaardige ontmoetingen, maar ook ontwrichtende psychische processen in haar zelf waar ze geen grip op lijkt te hebben. De hoofdstukken volgen haar leven niet chronologisch, maar er zijn wel verschillende verwijzingen dat je inzicht krijgt hoe ze in elkaar grijpen en welke gebeurtenissen aan welke zieleonrust voorafgaan. Het hoofdthema is die zieleonrust, die Iris in allerlei schakeringen ondergaat.
            Hustvedt heeft oog voor juist deze innerlijke processen en weet ze vlijmscherp te beschrijven. Een immens inlevingsvermogen, vermoed ik. Bijna griezelig, volgens een psychoanalystische kennis, dat zo zuiver beschreven wordt hoe Iris afzakt in een psychose.
            Op zeker moment is Iris bezig met een vertaalproject, ze vertaalt voor een van haar hoogleraren een Duits verhaal naar het Engels, hij begeleidt haar en ze bespreken haar keuzes en werkwijze. Dat wordt boeiend neergezet en ik werd erg nieuwsgierig naar het (fictieve) Duitse verhaal en de Engelse vertaling ervan.
            Minnetje: de laatste scène is ongeloofwaardig, strookt niet met het personage Iris dat in het voorafgaande naar voren kwam. Die Iris is fragiel, ook veerkrachtig, eigenzinnig, hypergevoelig, oorspronkelijk. De Iris van de laatste pagina’s is een onnozele net-niet-meer puber, een naïef vrouwtje, die moet je maar snel weer vergeten.
            The Blindfold is geen boek waar je lekker in wegduikt, de verhalen zijn te verontrustend, de personages verliezen bijna of helemaal hun evenwicht. Ik moet het nog eens lezen om meer onderstromen te kunnen herkennen.
            Nou The Sorrows of an American nog en ik ben bij met Hustvedt. Misschien dat ik het volgende week in handen krijg van gulle geefster van dit boek? enorm onsubtiele hint

11 maart 2009

The Curious Case of Benjamin Button, F. Scott Fitzgerald

Ik lees nog, hoor. Boeken mondjesmaat, verder veel krant en onder andere iedere dag een literaire gebeurtenis. Enige tijd terug las ik online F. Scott Fitzgeralds The Curious Case of Benjamin Button, naar aanleiding van de verfilming die me, ondanks positieve berichten van anderen, weer minder trekt. Het verhaal dus wel, want Fitzgerald lees ik graag en dit verhaal kende ik niet.
            Fitzgerald schreef dat het was ontstaan omdat Mark Twain had opgemerkt dat het zo jammer was dat het beste van het leven aan het begin kwam en het rottigste aan het eind. Ik draai de zaak om, dacht Fitzgerald et voilà: Benjamin Button. Als je alleen het verhaal leest, vraag je je af hoe je daar in hemelsnaam een avondvullende film van maakt, maar dat lukte kennelijk door allerlei extra’s toe te voegen, waaronder een tragische liefde. Film niet gezien dus ik spreek met vooroordeel, maar het lijkt me niks. In het verhaal speelt de liefde een bijrol en heeft de toonzetting iets grimmigs, ook met betrekking tot die liefde: Ben trouwt, wordt jonger, zij ouder en de tragiek is dat hij naarmate hij jonger en egocentrischer wordt dat oude mens op een gegeven moment niet meer hoeft. Benjamin Button ontwikkelt zich fysiek én psychisch in omgekeerde richting en daarmee haalt Fitzgerald Twains uitspraak onderuit.
            In een inleiding bij een verhalenbundel vertelt Fitzgerald dat hij naar aanleiding van dit verhaal een brief ontving van een anonieme lezer (zelf schrijft hij ‘admirer’ ...) uit Cincinnati:
"Sir--
I have read the story Benjamin Button in Colliers and I wish to say that as a short story writer you would make a good lunatic I have seen many peices of cheese in my life but of all the peices of cheese I have ever seen you are the biggest peice. I hate to waste a peice of stationary on you but I will."


[Hmmm, i before e, except after c, heb ik geleerd.]

26 januari 2009

The Mistress's Daughter, A.M. Homes

Homes was een tijd terug (najaar 2006 meen ik) te gast bij The John Adams Institute in Amsterdam en las toen voor uit haar nog te verschijnen ‘memoir’ The Mistress’s Daughter. Daarin vertelt ze hoe ze op 31-jarige leeftijd in contact komt met haar biologische moeder en later ook vader en over de bizarre wereld waarin ze vervolgens terechtkomt. Het stuk dat ze die avond in Amsterdam voorlas was geestig en maakte nieuwsgierig naar het verdere verhaal. Nu heb ik deze nieuwsgierigheid dan eindelijk bevredigd.
            Ik las het als een goed verhaal, het heeft kop en staart, bizarre, maar wel geloofwaardige personages, aannemelijke ontwikkelingen, prima boek. Het gaat over de existentiële vraag 'wie ben ik?' en of je het antwoord daarop vindt in de geschiedenis van je voorouders. In hoeverre bepaalt die geschiedenis je wezenlijk? Dat het ‘echt gebeurd’ is, vind ik het minst interessant, als bij trouwens ieder verhaal. Het gaat erom dat het echt had kunnen gebeuren. Af en toe voelde het niettemin lichtelijk voyeuristisch om zo mee te lezen in de intimiteiten van het leven van anderen. Het belangrijkste is dat Homes uitstekend schrijft, geweldig relativeert en de verhalen ziet.
            Wie wilde het toch ook lezen? Ik weet het niet meer en het boek moet de deur weer uit ivm strikt beleid. Volgens dat beleid zou ik het trouwens niet moeten hebben, maar chagrijn sloeg toe en boekhandel lag op fietsroute dwz werd op fietsroute gelegd. En volgens hetzelfde beleid werd het dus wel meteen gelezen. Nieuwe lezer kan zich melden.

            (Bekentenis van een fervente fictieaanhanger: Na lezing trachtte ik mooi wel via internet allerlei eigen bloedlijnen te vinden en volgen.)

20 januari 2009

Man in the Dark, Paul Auster

August Brill, 72, woont tijdelijk in bij zijn dochter, is herstellende na een auto-ongeluk, lijdt aan slapeloosheid en tracht tijdens de lange eenzame nachten herinneringen (ondermeer aan zijn onlangs overleden vrouw en aan de gruwelijke dood van een vriend van zijn kleindochter) te verdringen door in gedachten eindeloos voort te borduren op zelf verzonnen verhalen. Zo bedenkt hij een parallelle wereld waarin de VS nooit Irak heeft aangevallen, maar verwikkeld is in een burgeroorlog.
            In dit andere Amerika staan de WTC-torens nog fier overeind en heeft zich na de verkiezingen van 2000 staat na staat afgescheiden van de ons bekende Verenigde Staten, wat weer heeft geleid tot een gewelddadige burgeroorlog. In deze andere werkelijkheid begint Austers Man in the Dark. Het perspectief wisselt steeds, van ‘onze’ wereld naar de door Brill verzonnen situatie. Een pakkende opzet, tot ergens halverwege. Dan zakt het in als een mislukte soufflé. Brills parallelle VS wordt met veel bombarie weggevaagd en je hoort er niets meer over. In plaats daarvan zijn er ineens nieuwe hoofdthema’s.
            Ik lees alles van Auster, vrijwel alles graag en soms heel graag, en kijk altijd uit naar nieuwe titels van hem. Man in the Dark bood een teleurstellende leeservaring. De eerste sombere helft las ik graag, toen was de vaart eruit en werd het onsamenhangend, alsof Auster coûte que coûte alle grote thema’s van het moment erin wilde proppen. Kortom: onevenwichtig en toen moest er kennelijk toch nog een optimistische draai aan worden gegeven en zo eindigt het verhaal met een zoetig beeld van klein geluk en familiewaarden.
            Dit boek las ik oktober 2008. Ik leende het van een medelezer. 'Wat vind je ervan?' mailde ze later. 'In één woord: onevenwichtig,' antwoordde ik. Vervolgens stuurde ze me haar oordeel. Zoveel eensluidendhuid, bijna griezelig.

29 juli 2008

Away, Amy Bloom

In het voorjaar van 1927 begon de kort daarvoor naar New York geëmigreerde Russische Lillian Alling, ziek van heimwee, aan een voettocht naar huis, dwars door Noordwest-Canada en subarctisch Alaska en Siberië. Cassandra Pybus schrijft naar aanleiding hiervan het non-fictieverslag The Woman Who Walked to Russia, wat weer de grondslag vormt voor Amy Blooms roman Away.
Blooms heldin Lillian Leyb vlucht rond 1924 vanuit Rusland naar Amerika nadat haar hele familie tijdens een pogrom is vermoord (dat denkt ze althans), werkt in New York verbeten aan een nieuw bestaan en verneemt dan plots dat haar dochtertje en enig kind nog zou leven en door kennissen meegenomen zou zijn naar Siberië. Vanaf dat moment heeft ze één doel: dochtertje vinden. Geld heeft ze niet, wel een goede vriend die haar op het idee brengt om over land naar Siberië te gaan, voilà Lillian Alling. Zo begint Lillian Leyb aan haar eigen odyssee dwars door Noord-Amerika naar Alaska en verder langs de roemruchte telegraafroute richting Siberië.
Het heeft alles in zich voor een mierzoetig verhaal van tegenspoed en weerzien, maar in Blooms woorden is het een weerbarstige vertelling over armoede en wilskracht, het New York en overige Amerika van begin jaren 20 in een 'dog eat dog'-wereld, opportunisme rechts en links, kleine mensen met pretentieuze ideeën en grote geesten met bescheiden dromen.
Geleend van een andere enthousiaste lezer die herlezing overweegt.
Ons advies: lezen.

04 november 2007

The Several Lives of Joseph Conrad, John Stape

Joseph Conrad (Józef Teodor Konrad Korzeniowski) werd geboren op 3 december 1857, a.s. december honderdvijftig jaar geleden. Hier wordt op verschillende manieren aandacht aan besteed. Zo is er dit jaar een nieuwe biografie over deze Pools-Engelse schrijver verschenen van Conradkenner John Stape.
Stape heeft toegang gehad tot allerlei nieuw materiaal en dit in zijn boek verwerkt. Dat leidt hier en daar tot wat vermakelijke bruggetjes, dan wil hij kennelijk zo graag een gevonden weetje kwijt. Soms zijn het bruggetjes te ver; Stape werpt zich bijvoorbeeld geregeld op als deskundige op psychologisch gebied en levert dan voor bepaalde handelingen en beslissingen van Conrad verklaringen die weliswaar niet allemaal onwaarschijnlijk zijn, maar ook niet te verifiëren en daarom niet op hun plaats.
Waarom 'De vele levens van Joseph Conrad'? Geboren als zoon van rooms-katholieke Poolse ouders van lagere adel in wat nu Oekraïne is, op jonge leeftijd wees geworden, naar zee gegaan en jaren gevaren, onder meer naar Venezuela en het Verre Oosten, in Engeland beland, daar zijn draai gevonden en begonnen met schrijven (in het Engels), de Engelse nationaliteit aangevraagd en gekregen, zijn ster zien stijgen, getrouwd en twee zoons grootgebracht, gestorven.
Een boek vol Conradweetjes, aardig voor geïnteresseerden in Conrad en zijn werk evenals voor doorgewinterde biografielezers. De Nederlandse vertaling komt deze maand uit (naar verluidt opmerkelijk soepel vertaald).

10 oktober 2007

Heisa hop in de lila sneeuw, John Nichols

Ik ging op zoek naar Nichols' roman Heisa hop in de lila sneeuw, het was weer zo'n onweerstaanbare uitdaging: iemand anders had herinneringen aan het boek van lang geleê en ik zoek graag het onvindbare boek. Gegoocheld, gevonden, gekocht, gegeven. En op een lummelzondag ook zelf gelezen. In het Engels heet het The Sterile Cuckoo, eveneens een bizarre titel. De Engelse en Nederlandse titel komen allebei uit hetzelfde absurde gedicht dat Pookie, een van de hoofdpersonen, schrijft. De Nederlandse vertaling die ik las, was van C. Buddingh', daarom een feest en absurde dichtsels vertalen kan hij als geen ander.

Het verhaal is eenvoudig: de introverte loner Jerry Payne ontmoet de eigenzinnige, scharminkelige Pookie Adams, die hem onder een woordenstroom bedelft, eerst akoestisch, vervolgens in lange brieven. Hij reageert uit onhandigheid lange tijd helemaal niet, dan met een uitermate verlegen, afstandelijke en ongewild afwijzende brief. Einde contact. Ze ontmoeten elkaar toch weer en de vonk springt over. De twee hoofdpersonen zijn dan rond de twintig en zitten midden in de wilde haren, braspartijen, identiteitscrises en waar je verder zoal in zit als jonge student. De liefde is groot en gaat toch dood.
Pookie is het koekoeksjong in het nest van haar ouders die haar compleet vreemd zijn, Pookie ziet zichzelf ook als steriel eindstation. De Engelse titel is raker, dat gehops in de lila sneeuw is secundair. Dat is de kwestie van vertaalde titels.

Een 'coming of age'-verhaal, sterk, ontroerend en overtuigend. Had ik het gelezen toen ik zelf de leeftijd had van Jerry en Pookie, dan was het ongetwijfeld ook ergens in mijn hoofd blijven hangen. Nu is de afstand groter, ben ik ouder en roept het verhaal vooral weemoed op.

John Nichols schreef ook The Milagro Beanfield War, wat ik niet als boek ken(de), wel als film van Robert Redford. Ook The Sterile Cuckoo is trouwens verfilmd, misschien best aardig om te zien op een zompige zaterdag.

04 september 2007

What is the What, Dave Eggers

Valentino Achak Deng bestaat. Hij heeft een literair alter ego dat tot leven komt in Eggers' What is the What. Het boek zoog mij meteen naar binnen; ik wilde alleen even voorproeven en kon het toen niet wegleggen.

Valentino Achak Deng is een van de Lost Boys van Soedan. Als hij zes is, breekt de burgeroorlog uit en vlucht hij weg uit zijn dorpje in Zuid-Soedan. Hij rent dwars door Soedan naar Ethiopië en ontmoet onderweg andere vluchtende jongens die niet weten of hun familie nog leeft. Zij worden al snel de Lost Boys genoemd en hebben een ambigue status. In de vluchtelingenkampen staan zij onder aan de sociale ladder, gelijktijdig worden zij beschouwd als de toekomst van een zelfstandig Zuid-Soedan. Daarvoor zet zich de Sudanese People's Liberation Army (SPLA) in, die de jongens ronselt en aan genadeloze trainingen onderwerpt om ze als (kind)soldaten (sommigen zijn nog geen 10) voor hun karretje te kunnen spannen. (Die wrange ironie van Peter Pans Lost Boys tegenover de Lost Boys van Soedan.)

In Ethiopië lijkt Deng eerst veilig, maar als ook in dat land conflicten uitbreken, zijn de Soedanese vluchtelingen de dupe en eindigt het Soedanese vluchtelingenkamp in een gruwelijke slachtpartij. De overlevenden vluchten naar Kenia en daar belandt Deng in het vluchtelingenkamp Kakuma, waar hij ruim tien jaar woont. Het provisorische kamp groeit in die tijd uit tot een mini-maatschappij, een eigenaardig autonoom eiland. Na veel getouwtrek mag Deng, net als vele andere Lost Boys, naar Amerika.

Wat maakt deze gefictionaliseerde biografie bijzonder? Het is ontstellend wat ik, en naar ik vermoed velen met mij, allemaal niet wist over de achtergronden van het Soedanese conflict. Ook het dagelijkse leven in een vluchtelingenkamp was voor mij vooral een abstractum. Eggers heeft uitgebreid met Deng gesproken en diens verhaal uitermate knap geordend en herverteld. De belevenissen van Deng in zowel de VS als Afrika zijn zo gerangschikt dat er verbanden ontstaan, waardoor Dengs verhaal meer is dan een vertelling van de belevenissen van een individu. Het boek roept ook gevoelens van diepe deernis op, door allerlei details, gedachten die Deng heeft, zijn beweegredenen, zijn verlangens en zijn hardnekkig volhouden. Naast alle gruwelijkheden, die de auteur realistisch, maar ook bewonderenswaardig ingetogen weergeeft, beschrijft Eggers momenten van poëtische schoonheid, die des te ontroerender zijn omdat ze zo contrasteren met het geweld, de ontberingen en de uitzichtloosheid. Mijn schaarse kritiekpunten vallen in het niet bij het belang en de kwaliteit van dit boek.

Ik kreeg het te leen van haar en ben het inmiddels met haar eens dat men dit boek móet lezen. Het maakt je nederig, helpt je relativeren, verruimt je visie en is ook nog eens goed geschreven.

13 augustus 2007

The Geographer's Library, Jon Fasman

Het werd me aangeraden als 'een 'zeventje', niet bijzonder', de verwachtingen waren daarom laag en het viel dan ook geheel niet tegen.
De jonge journalist Paul Tomm woont en werkt in een plaatsje iets boven New York. Er overlijdt een zonderling, een teruggetrokken levende Est, hoogleraar geschiedenis en Paul moet voor het plaatselijk krantje een in memoriam schrijven. Al snel ontdekt hij allerlei ongerijmds in het leven van de overledene, van 't een komt 't ander, beerputten en slangenkuilen. Het verhaal van Paul wordt afgewisseld door korte beschrijvingen van vijftien bijzondere voorwerpen die voor het merendeel uit de middeleeuwen stammen en die allemaal verband houden met alchemie. Het zijn interessante uitstapjes naar het verleden en uiteraard spelen de voorwerpen ook een rol in Pauls heden. De beginbrief en het laatste hoofdstuk waren overbodig. Verder fijn vermaak en vlot geschreven. Leuk scheldwoord: human palimpsest.
Elders vatte ik het zo samen: Dik boek dat snel leest, even geen existentialistisch gezwoeg en oneindig navelstaren, fijne vlucht van de realiteit.

22 juli 2007

Everyman, Philip Roth

Roths Elckerlyc (Everyman is een verwijzing naar het allegorische personage uit de middeleeuwse literatuur) wordt begraven. Aan zijn graf staan onder anderen zijn broer, zijn zoons uit zijn eerste huwelijk, zijn dochter uit zijn tweede huwelijk en haar moeder, zijn tweede vrouw. In de korte roman kijken we terug op het leven van deze dertien-in-een-dozijn man.
Opgegroeid in een liefdevolle omgeving, één broer die tot het eind onvoorwaardelijk van hem houdt, ondanks een gezonde levensstijl een tegenwerkend lichaam, allerlei kwalen, klein en groot. Hij is drie keer getrouwd geweest. Het eerste huwelijk ontvlucht hij omdat het hem doodongelukkig maakte. Het valt niet goed bij vrouw en zoons, het is catch 22, hij had het toch niet goed kunnen doen.
Met zijn loopbaan als reclameman gaat het goed, al knaagt in zijn hart de wens om kunstschilder te zijn. Als hij met pensioen is, verwezenlijkt hij die droom, het lukt en bevalt, tot de vaart eruit gaat en alle glans uit zijn leven verdwijnt.
Eerder was de naamloze hoofdpersoon voor de derde keer getrouwd, dit keer met een leeghoofdig fotomodel. En waarom? Hij heeft een fijn huwelijk met een lieve vrouw, zij hebben veel gemeen, voelen zich bij elkaar thuis, maar de passie is uit hun huwelijk en hij heeft affaires. De fijne vrouw stuurt hem op gegeven moment de laan uit, gekwetst als ze is dat hij denkt haar voor de gek te kunnen houden. Want ach, het oude lied, hij doet stiekem over zijn affaires op zo'n treurige, onhandige manier. Hij trouwt vervolgens met zijn affaire van dat moment 'to do the right thing' op de een of andere kromme manier. Zijn derde huwelijk houdt uiteraard niet lang stand en aan het eind van zijn leven is hij alleen, kijkt terug, weet niet hoe het anders had gemoeten, maar is allerminst blij met de uitkomst. Het is trouwens geen onsympathieke man, menselijk, vol falen, niet dom, wel stom. Het is een van de aspecten die deze roman zo sterk maken. Nergens wordt cynisch gedaan over de personages, ze zijn zo menselijk in hun foute beslissingen.
Een prachtig geschreven roman over het leven en de dood die alles zo genadeloos relativeert.
Life's a bitch and then you die.

26 juni 2007

Landscape with traveler: The pillow book of Francis Reeves (Barry Gifford)

Francis Reeves, een homoseksuele man van ergens in de veertig, mijmert begin jaren tachtig vorige eeuw over zijn leven totnogtoe, wie hij kende, wie hij kent, wat hij deed en doet, hoe hij tegen het intermenselijk verkeer aankijkt. Ik (heteroseksuele vrouw van ergens in de veertig levend in ons nu) was het idioot vaak met hem eens, sterker nog, heel wat ontmoetingen, vrijages en conflicten waren volstrekt herkenbaar, been there, done that, left it behind.
Barry Gifford schreef ook Wild at Heart. Ik ken alleen de filmversie en was op slag weg van die film. Het kussenboek van Francis is compleet anders, rustig, bespiegelend, subtiel, geestig, kortom fijn.

"Cock-sucking is merely a social gesture." (Francis is niet altijd even subtiel, al zijn deze woorden niet van hem, maar citeert hij hier een kennis.)

30 mei 2007

The Year of Magical Thinking, Joan Didion

In de krant stond een recensie over de toneelbewerking van The Year of Magical Thinking, met een grote foto van Vanessa Redgrave en ergens het zinnetje dat ze - alleen, op het toneel - zit te huilen. Ik las het artikel niet, mijn ogen waren er schuin overheen gegleden, hier en daar een zinsdeel. Waarom ze huilde, wist ik niet. Doorgaans zie ik Redgrave graag. Toen het boek met dezelfde titel een paar dagen later ter sprake kwam, toonde ik interesse en ik kreeg het te leen. Om Redgrave dus. Beetje vaag allemaal. Het leidde ertoe dat ik compleet onbevangen en onwetend begon in dit verhaal over dood, rouw, verdriet, ziekte, vergankelijkheid, herinneringen, verdringing, troost in literatuur en kennis.
Didion beschrijft het jaar waar ze zich doorheen worstelt na het plotselinge overlijden van haar man (na zo'n 40 jaar huwelijk). Zo zat hij nog aan tafel te kissebissen over de whisky, zo was ie dood. Ze beschrijft die kou (die trouwens steeds weer terugkomt; volgens de thermometer is het aangenaam, toch maar weer een extra vest aan), de angst voor zelfmedelijden (liever een 'cool customer' dan een zielige zeur), het magische denken (als ik dit bewaar/doe/laat, dan is het niet gebeurd).
Een andere lezer beschreef het zo: 'I imagine it served as a catharsis for her and could be of comfort for somebody else who is suffering a recent loss.' Precies.
En nu 's wat vrolijks.

20 april 2007

Edith Wharton

In 1893 verscheen van Edith Wharton, die ik graag lees, het verhaal "The Fulness of Life". Een vrouw ligt op sterven, kijkt terug op haar huwelijk en spreekt over haar leven met de Spirit of Life.

Zegt ze:
"But I have sometimes thought that a woman's nature is like a great house full of rooms: there is the hall, through which everyone passes in going in and out; the drawing-room, where one receives formal visits; the sitting-room, where the members of the family come and go as they list; but beyond that, far beyond, are other rooms, the handles of whose doors perhaps are never turned; no one knows the way to them, no one knows whither they lead; and in the innermost room, the holy of holies, the soul sits alone and waits for a footstep that never comes."

"And your husband," asked the Spirit, after a pause, "never got beyond the family sitting-room?"

"Never," she returned, impatiently; "and the worst of it was that he was quite content to remain there. He thought it perfectly beautiful, and sometimes, when he was admiring its commonplace furniture, insignificant as the chairs and tables of a hotel parlor, I felt like crying out to him: 'Fool, will you never guess that close at hand are rooms full of treasures and wonders, such as the eye of man hath not seen, rooms that no step has crossed, but that might be yours to live in, could you but find the handle of the door?'"


Vervang 'a woman's nature' door 'human nature', in ieder mens gaan immers verborgen kamers schuil, al kent men die vaak zelf niet. En lees Wharton, haar romans en verhalen overstijgen de vervlogen tijden, waarin ze zijn gesitueerd.

05 september 2006

The Angel of Forgetfulness, Steve Stern

Drie verhalen over drie mannelijke personages: Saul, de achterneef van Keni die ooit Nathan Hart kende, een timide man met een grote verbeeldingskracht die met het wonderlijke verhaal van een gevallen engel Mocky en diens halfsterfelijke zoon Nachman met enig succes Keni het hof maakte.

Mocky kwam ooit op aarde, bleef daar hangen om Hannah, zij baarde hem een zoon, ellende en pogrom en dood en verdoemenis, Hannah gaat naar de hemel, Mocky smokkelt zichzelf met kind mee, maar gaat na niet al te lange tijd toch weer terug naar de aarde, zwerft onsterfelijk de eeuwen door en belandt omstreeks 1900 in de Lower East Side van New York met weinig besef dat hij ooit een engel was. Daar hervindt hij zijn zoon Nachman die inmiddels ook naar de aarde is gekomen en zijn vader zoekt. Nathan Hart heeft deze episode van zijn verhaal in zijn eigen tijd en omgeving gezet en is er op een gegeven moment zo slecht aan toe dat hij niet meer weet waar zijn armoedig bestaan ophoudt en zijn verbeelde leven begint.
Ruim zestig jaar later ontmoet Saul zijn verre bloedverwant Keni, Nathans grote liefde. Zij is stokoud, blijkt niet lang meer te hebben en hij verzorgt haar tot haar dood. Saul proeft alle seks, drugs en grensverkennende smaken van zijn tijd eer hij de hem door tante Keni op haar sterfbed opgelegde taak om het manuscript van Nathan Hart over Mocky te voltooien, gaat uitvoeren.

Het boek riep dubbele gevoelens op: ik heb het heel graag gelezen, al irriteren sommige aspecten.
Wat eerst? De irritatie: het is een mannenboek, sommige pagina's staan stijf van het testosteron (bah), het is bovendien een hetero mannenboek, de enkele niet-hetero staat in een wat droevig, clichématig daglicht. That said, zo zijn er mensen, in het echte en fictieve leven.
Het tegenwicht: het is een heerlijk verhalend boek, de verhaallijnen vertakken en vertakken, raken elkaar even, meanderen verder, in rijke, copieuze taal, vertellen zo verschillend. De lijm die het bij elkaar houdt, is ook weer een verhaal, het verhaal van Mocky, die engel van vergeetachtigheid, van vergetelijkheid, die na vele aardse omzwervingen teruggaat naar zijn engelachtige oorsprong.

08 juni 2006

The Story of Mrs. Lovewright and Purrless Her Cat, Lore Groszmann Segal (verhaal) en Paul O. Zelinsky (illustraties)

Ik was op zoek naar een verjaardagscadeau. Daar stond ik weer bij de boekenwinkel. De jarige houdt van jeugdliteratuur en haar oog wil ook wat. Ik keek hier, ik keek daar, ik keek bij de geïllustreerde kinderboeken en pikte dit er zo uit. De letters in het kader doen mij denken aan de Glasgow School of Art en daar zijn volgens jarige en mij geslaagde dingen uit voortgekomen. Niet gedraald, boek gekocht. En natuurlijk eerst zelf even gelezen (er zijn mensen die het onbehoorlijk vinden als je een cadeauboek eerst zelf leest; ik doe het zeker niet altijd, maar niet principieel niet, ik voel absoluut niet aan wat daar zo schokkend aan is). Het is fantastisch, echt. Een heerlijk verhaal over een wat droogstoppelige oude vrijster die het vaak koud heeft en constateert dat er iets in haar leven ontbreekt. Mevrouw Lovewright wil gezelligheid. Ze wil een katje, een lief beestje dat op haar schoot zit en spint. Het zou Purrly moeten heten. Het geluk lacht haar toe, de kat arriveert, maar dan wil deze niet spinnen. Hij heeft sowieso nogal een uitgesproken eigen willetje en al spoedig een zeer grote eigen wil.
Het verhaal is grappig en alles behalve zoet, de illustraties van Paul O. Zelinsky zijn prachtig.
Wat gebeurde er toen met mevrouw Lovewright? Ik stuurde het boek op naar de jarige en het is nooit gearriveerd. Ik heb het op een postkantoor afgegeven, met eigen ogen gezien hoe het in een bruine postzak verdween en dat was het.

Het wonderlijke archief van mevrouw Fitzalan, E.L. Koningsburg

Een ander tussendoortje, even geleend en de Nederlandse vertaling van Koningsburgs From the Mixed-Up Files of Mrs. Basil E. Frankweiler gelezen. Wat een geslaagd jeugdboek. Het speelt grotendeels in het Metropolitan Museum in New York. Een meisje besluit uit ongenoegen van huis weg te lopen en haalt een jonger broertje over om mee te gaan. Hun doel: dat museum. Het is een geweldige achtergrond voor een zeer onderhoudend verhaal. De kinderen steken van alles op zonder dat ze worden neergezet als onwaarschijnlijke leergierige ettertjes.

20 mei 2006

Pastwatch: The Redemption of Christopher Columbus, Orson Scott Card

Dit had ik ook nog gelezen, maar nog niet hier gemeld. Het activeert namelijk een lange gedachtegang (over die tussen-n twijfel ik met velen) en die heb ik nog niet af. De gedachtegang gaat over genres en de nadelen van het indelen in genres. Dat sluit weer aan bij Doris Lessing, die had het hier namelijk ook even over toen ze vorig jaar Amsterdam bezocht en al mijn gedachten daarover zitten nog steeds meer in mijn hoofd dan in mijn geschreven woord.

Terug naar Orson Scott Card. Dit boek zou ik nooit hebben gelezen als het niet via BookCrossing mijn pad had gekruist. Het is namelijk Science Fiction (kijk, dat genre dat ik dus níet lees, mijn vooroordeel, maar je pakt wat je kan als houvast bij het kiezen uit de vele beschikbare titels).
Ik vond het een onderhoudend boek. Het was helaas slordig geredigeerd, daar kan ik mijn ogen nooit voor sluiten, irritant want makkelijk te verhelpen. Het verhaal beviel me echter in grote trekken wel. Veel historische terugblikken naar de tijd van Columbus en allerlei alleraardigst historisch gedraai en gekonkel. Tegen het eind zakte het weer in, jammer, het werd erg moraliserend, niks fijn zonder pijn, van dattem en dat dan meteen ettelijke keren. Alles bijelkaar echter een plezierige leeservaring en helemaal leuk omdat ik hierdoor weer aan het denken ben gezet over die genres die nog ergens door mijn hoofd spookten sinds ik Lessing erover had horen praten. Daarover later meer.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

07 mei 2006

City of Glass, Paul Auster (Graphic novel adaptation by Paul Karasik and David Mazzucchelli)

Auster staat al twee decennia bij mij zeer hoog aangeschreven. City of Glass heb ik jaren geleden als roman gelezen, naar deze grafische bewerking was ik erg beniewd. Ik vind het mooi en toch spreekt het me niet aan. Voor mij beperkt het getekende de leeservaring in plaats van dat het toevoegt. Geef mij maar de oorspronkelijke roman.
De graphic novel ligt mij minder, ik heb er nu een aantal geprobeerd en het klikt niet. Niet erg, romans in overvloed.