Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen

24 augustus 2009

Vervlochten grenzen, Marion Bloem

Bloem vertelde op de radio over haar nieuwste roman. Nogal aanstekelijk, dezelfde middag kwam ik met de zaterdagboodschappen én het boek thuis.
            Het boek kent verschillende vertellers. Het verhaal dat de achttienjarige Senne vertelt, houdt alles bij elkaar. De roman heeft wel iets van een matroesjka, er is een verhaal, daarin zit een ander verhaal dat ook weer een verhaal bevat, etc. Een belangrijk binnenpopje, het hart van alle vertellingen, is het verhaal van Sennes grootvader, een ex-KNIL-militair die in het boek op sterven ligt en over wiens leven we via andere personages en met name via de herinneringen die hij zelf heeft opgeschreven allerlei stukjes aangereikt krijgen. Verschillende losse eindjes komen zo uiteindelijk bij elkaar. Het is knap geconstrueerd zonder dat het geconstrueerd aandoet.
            Het is een in mooie taal geschreven boek dat kies en genuanceerd, maar ook onverbloemd gevoelige onderwerpen benoemt. De Nederlands-Indische, Indonesische, Nederlandse vertegenwoordigers van de verschillende generaties hebben ieder een eigen, overtuigende stem.
            (Ik had één eigenwijs struikelpuntje; de constructie 'noch hij noch zij' staat naar mijn smaak op te veel pagina's, viel misschien extra op omdat er verder niets mis is met de formuleringen. Eén keer noch volstaat. Ik had die ander weggeredigeerd. De beste stuurlui zitten in de tuin te lezen.)

17 juni 2009

Melnitz, Charles Lewinsky

Lewinsky heeft verhalen en kan die prachtig vertellen. Hij weet vaak in één zin hele werelden aan te duiden, maakt in een nevenzin helder waarvoor anderen alinea’s nodig hebben. Melnitz is zo’n boek vol van kirrende verhalen, mooie geschiedenissen, gruwelijke narigheid, allerlei lijnen die zich eindeloos vertakken. Over de geschiedenis die zich niet zou herhalen, maar wel herhaalt en nog steeds herhaalt. Ik begrijp niet waarom de Nederlandse uitgever de Duitse titel Melnitz niet heeft gehandhaafd. ’t Is een naam die het hele verhaal in zich draagt. Dat geldt niet voor de suffe Nederlandse titel Het lot van de familie Meijer (dat zegt niets over de kwaliteit van de vertaling, menig vertaler is ongelukkig met de uitgeverskeuze voor vertaalde titels; ik las het origineel en heb verder geen mening over de Nederlandse uitgave).
            Laatst ging het over Vroman en misschien had ik daarom een onmiddellijke associatie met zijn bekendste gedicht Vrede, dat hetzelfde verwoordt als Lewinsky’s Melnitz. Ik googelde de tekst, te lui om die zelf in te kloppen, meanderde van hit naar hit en belandde zo ook op de blog van Jaeggi. Het gaat mij om het complete gedicht van Vroman, niet alleen om de muziek-voor-miljoenen-regels, maar ik ben niet zo streng als Jaeggi en geef hieronder dan ook het hele gedicht. Laat het je er niet van weerhouden niettemin naar de boekhandel te gaan voor bundels van Vroman. (Via zijn site kun je Jaeggi trouwens mailen, hoe absurd kan virtueel zijn.)


Vrede

Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogde blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede.’

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede:
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt me nu mijn bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds zijn armpjes
opheft.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman

12 juni 2009

The Selected Works of T.S. Spivet, Reif Larsen

In 1970 was onze maup een mupje dat in de VS woonde. In dat jaar zag Sesame Street het licht. Aan het Sesame Street van toen kan ik pagina’s vol nostalgie wijden, anderen ook en sommigen doen dat dan ook. We hadden thuis een LP met Sesame Street-liedjes die zo voor het leven in mijn hoofd belandden.
            Vanochtend las ik Larsens The Selected Works of T.S. Spivet uit, onder de douche stond ik na te mijmeren. Zoals bekend is de douche een zeer geschikte mijmerplek. T.S. Spivet, de hoofdpersoon in het net uitgelezen boek, zou de mijmerplekken in kaart kunnen brengen en daarbij grafisch hun mijmergeschiktheid aangeven. Zoiets doet dat personage en daar gaat het boek over. Deze hoofdpersoon en ik-verteller is een voorlijk jochie van twaalf, dat opgroeit in Montana in een ietwat disfunctioneel gezin met een Tragedie, gefascineerd is door kaarten, alles om zich heen ziet als in principe in kaart te brengen (op enkele uitzonderingen na en die herkent en benoemt hij dan ook vol verwondering als ‘niet in kaart te brengen!’) en op deze manier tracht het leven te begrijpen en zijn plek in de maatschappij te vinden.
            Wat heeft dit met Sesame Street te maken? Ik mijmerde onder de douche over het boek en stond ineens Big Birds alfabetlied te zingen, viel er middenin bij de regel ‘but somewhere in the middle it gets awfully qr to me’. Het was de vinger op de zere plek. The Selected Works of T.S. Spivet is opgebouwd uit drie delen. Deel één loopt als een trein, in deel twee werd het nogal ‘qr to me’, het verhaal wordt onevenwichtig en zo blijft het tot het eind. Ik las het niettemin graag, raad het ook aan, het is vlot geschreven, er worden verbazend veel thema’s aangesneden en de meeste zijn interessant. De toon werd naar mijn idee wel steeds jeugdiger. Ik ben benieuwd hoe een volgende roman van de debuterende Larsen uitpakt. Spiegelt deze initiatieroman zijn eigen overgang naar ander werk?
            Aan het eind wordt verwezen naar het (in de VS) populaire jeugdboek From the Mixed-Up Files of Mrs. Basil E. Frankweiler, dat zelfs twee jaar ouder is dan Big Birds alfabetlied. Nostalgia galore! (Het lied begint op 1 minuut 20.)

28 maart 2009

Kehlmann en Grunberg

Gisteravond was Daniel Kehlmann in Amsterdam. Arnon Grunberg had een gesprek met hem en Felix Meritis zat vol. Het was een avond in het kader van de zogenaamde Versus-ontmoetingen. Vorige week was er ook zo'n avond met Uwe Timm en Adriaan van Dis, die ik uit extreme moeheid op de valreep niet bezocht. Daar heb ik geen spijt van gehad, die avond draaide namelijk uit op een allenus, Van Dis kwam niet en Uwe Timm, die ik bewonder en graag lees, had ik al eerder live meegemaakt, dus een toegevoegde waarde had die avond voor mij niet direct gehad.
            De volgende ontmoeting van een Duitse en Nederlandse auteur wilden we niet mislopen en zo luisterden wij gisteren naar een gesprek, voertaal Duits (Grunbergs bijzonder goede uitspraak en originele naamvallen), tussen Kehlmann en Grunberg. Onderwerp van gesprek was met name Kehlmanns nieuwste boek Ruhm en de verschijning van de Nederlandse vertaling Roem (vertaald uit het Duits door Jacq Firmin Vogelaar, informatie die je niet makkelijk achterhaalt, zelfs Querido, Kehlmanns Nederlandse uitgever, vindt het niet nodig de vertaler op de productpagina te vermelden).
            Ik heb Ruhm niet gelezen, wel Die Vermessung der Welt en dat met veel plezier. Het verhaal in Ruhm ontspint zich uit het gegeven dat iemand de identiteit van een ander aanneemt, nadat hij bij herhaling is opgebeld met de vraag of hij die persoon zou zijn. Klinkt bekend. ‘It was a wrong number that started it, the telephone ringing three times in the dead of night, and the voice on the other end asking for someone he was not.’ Openingszin van Austers New York Trilogy.
            Nieuwsgierig naar Ruhm maakte de avond zeker. Kehlmann sprak weliswaar niet met ‘een aangename, rodewijn-donker, bronskleurige stem’ (ik heb geen flauw idee hoe rodewijn-donker klinkt, het verslag van die vorige Versusavond is de moeite van het klikken en lezen waard, want wat is het? slecht vertaald uit het Duits? Nederlands van een Duitstalig persoon?), maar was wel onderhoudend, vertelgraag en gevat. Ter oriëntatie op zijn onderwerp had hij zich ondermeer verdiept in het forumgedrag van internetgebruikers. Wat hij, geestig geformuleerd, vertelde over de grote verongelijktheid die je daar aantreft en het ongenuanceerde gescheld op sommige fora strookt volledig met eigen ervaringen. Hij las een passage uit zijn boek voor, virtuoos, je zult het maar moeten vertalen. Rare dingen zei hij trouwens ook, bijvoorbeeld die opmerking dat hij volledig begreep dat Günter Grass zijn SS-verleden had verzwegen om zijn kansen op de Nobelprijs voor Literatuur niet te vergooien. Belachelijk.

27 maart 2009

The Blindfold, Siri Hustvedt

Vier hoofdstukken uit het leven van studente Iris Vegan. Ze maakt vreemde dingen mee door eigenaardige ontmoetingen, maar ook ontwrichtende psychische processen in haar zelf waar ze geen grip op lijkt te hebben. De hoofdstukken volgen haar leven niet chronologisch, maar er zijn wel verschillende verwijzingen dat je inzicht krijgt hoe ze in elkaar grijpen en welke gebeurtenissen aan welke zieleonrust voorafgaan. Het hoofdthema is die zieleonrust, die Iris in allerlei schakeringen ondergaat.
            Hustvedt heeft oog voor juist deze innerlijke processen en weet ze vlijmscherp te beschrijven. Een immens inlevingsvermogen, vermoed ik. Bijna griezelig, volgens een psychoanalystische kennis, dat zo zuiver beschreven wordt hoe Iris afzakt in een psychose.
            Op zeker moment is Iris bezig met een vertaalproject, ze vertaalt voor een van haar hoogleraren een Duits verhaal naar het Engels, hij begeleidt haar en ze bespreken haar keuzes en werkwijze. Dat wordt boeiend neergezet en ik werd erg nieuwsgierig naar het (fictieve) Duitse verhaal en de Engelse vertaling ervan.
            Minnetje: de laatste scène is ongeloofwaardig, strookt niet met het personage Iris dat in het voorafgaande naar voren kwam. Die Iris is fragiel, ook veerkrachtig, eigenzinnig, hypergevoelig, oorspronkelijk. De Iris van de laatste pagina’s is een onnozele net-niet-meer puber, een naïef vrouwtje, die moet je maar snel weer vergeten.
            The Blindfold is geen boek waar je lekker in wegduikt, de verhalen zijn te verontrustend, de personages verliezen bijna of helemaal hun evenwicht. Ik moet het nog eens lezen om meer onderstromen te kunnen herkennen.
            Nou The Sorrows of an American nog en ik ben bij met Hustvedt. Misschien dat ik het volgende week in handen krijg van gulle geefster van dit boek? enorm onsubtiele hint

15 maart 2009

Een tafel vol vlinders, Tim Krabbé

Ik keek het gegeven paard in de bek, trachtte zonder oordeel vooraf te waarderen en waardeerde niet wat ik las. De eerste alinea’s nodigen uit tot verder lezen, prima. Dan komen de eerste struikelblokken, zinnen die je verward achterlaten. Ze dronken koffie aan haar tafel en met een even grote kracht als hij niet zo lang daarna zou weten dat hij van haar af wilde, had hij haar gewild. Hûh? Nog maar eens lezen. Aha, hij, Fred, wil haar heel graag en dadelijk wil hij haar net zo graag niet meer. Behalve dat Fred vervolgens een wat langere relatie met deze vrouw krijgt en later uit niets blijkt dat hij ‘met grote kracht’ van haar af wil. Hij wil nogal slap van haar af, hij is ook een niksig weekdier, zij beëindigt de relatie. Komt geen kracht van zijn kant aan te pas. Meer kromme zinnen en inconsequenties, maar ik haak niet af, ben zelfs nieuwsgierig naar verder verloop.
            Het boekenweekgeschenk van dit jaar is een tweeluik. Het hoofdpersonage van deel één is die pedante, verwaande Fred. Een onsympathiek personage hoeft niet af te schrikken. Terugkijkend was deel één een feest, het ging ergens over: over een vervelende ijdeltuit die vindt dat hij beter is dan de lullige medemens, zijn eigen leven leeft en invult, mensen ontmoet, anderen achter zich laat, veel navelstaart en weinig relativeert. In deel twee is ik-verteller Bram aan zet. Bram komt helaas niet zo goed uit zijn woorden. Hij heeft ook niet veel te vertellen, moet toch de helft van de novelle zien vol te praten. Wat een vervelende, in clichés dolende puber is Bram. Bram krijgt ook zelf genoeg van Bram. Arme Bram, niemand begrijpt hem. Ik ook niet.

11 maart 2009

The Curious Case of Benjamin Button, F. Scott Fitzgerald

Ik lees nog, hoor. Boeken mondjesmaat, verder veel krant en onder andere iedere dag een literaire gebeurtenis. Enige tijd terug las ik online F. Scott Fitzgeralds The Curious Case of Benjamin Button, naar aanleiding van de verfilming die me, ondanks positieve berichten van anderen, weer minder trekt. Het verhaal dus wel, want Fitzgerald lees ik graag en dit verhaal kende ik niet.
            Fitzgerald schreef dat het was ontstaan omdat Mark Twain had opgemerkt dat het zo jammer was dat het beste van het leven aan het begin kwam en het rottigste aan het eind. Ik draai de zaak om, dacht Fitzgerald et voilà: Benjamin Button. Als je alleen het verhaal leest, vraag je je af hoe je daar in hemelsnaam een avondvullende film van maakt, maar dat lukte kennelijk door allerlei extra’s toe te voegen, waaronder een tragische liefde. Film niet gezien dus ik spreek met vooroordeel, maar het lijkt me niks. In het verhaal speelt de liefde een bijrol en heeft de toonzetting iets grimmigs, ook met betrekking tot die liefde: Ben trouwt, wordt jonger, zij ouder en de tragiek is dat hij naarmate hij jonger en egocentrischer wordt dat oude mens op een gegeven moment niet meer hoeft. Benjamin Button ontwikkelt zich fysiek én psychisch in omgekeerde richting en daarmee haalt Fitzgerald Twains uitspraak onderuit.
            In een inleiding bij een verhalenbundel vertelt Fitzgerald dat hij naar aanleiding van dit verhaal een brief ontving van een anonieme lezer (zelf schrijft hij ‘admirer’ ...) uit Cincinnati:
"Sir--
I have read the story Benjamin Button in Colliers and I wish to say that as a short story writer you would make a good lunatic I have seen many peices of cheese in my life but of all the peices of cheese I have ever seen you are the biggest peice. I hate to waste a peice of stationary on you but I will."


[Hmmm, i before e, except after c, heb ik geleerd.]

20 januari 2009

Man in the Dark, Paul Auster

August Brill, 72, woont tijdelijk in bij zijn dochter, is herstellende na een auto-ongeluk, lijdt aan slapeloosheid en tracht tijdens de lange eenzame nachten herinneringen (ondermeer aan zijn onlangs overleden vrouw en aan de gruwelijke dood van een vriend van zijn kleindochter) te verdringen door in gedachten eindeloos voort te borduren op zelf verzonnen verhalen. Zo bedenkt hij een parallelle wereld waarin de VS nooit Irak heeft aangevallen, maar verwikkeld is in een burgeroorlog.
            In dit andere Amerika staan de WTC-torens nog fier overeind en heeft zich na de verkiezingen van 2000 staat na staat afgescheiden van de ons bekende Verenigde Staten, wat weer heeft geleid tot een gewelddadige burgeroorlog. In deze andere werkelijkheid begint Austers Man in the Dark. Het perspectief wisselt steeds, van ‘onze’ wereld naar de door Brill verzonnen situatie. Een pakkende opzet, tot ergens halverwege. Dan zakt het in als een mislukte soufflé. Brills parallelle VS wordt met veel bombarie weggevaagd en je hoort er niets meer over. In plaats daarvan zijn er ineens nieuwe hoofdthema’s.
            Ik lees alles van Auster, vrijwel alles graag en soms heel graag, en kijk altijd uit naar nieuwe titels van hem. Man in the Dark bood een teleurstellende leeservaring. De eerste sombere helft las ik graag, toen was de vaart eruit en werd het onsamenhangend, alsof Auster coûte que coûte alle grote thema’s van het moment erin wilde proppen. Kortom: onevenwichtig en toen moest er kennelijk toch nog een optimistische draai aan worden gegeven en zo eindigt het verhaal met een zoetig beeld van klein geluk en familiewaarden.
            Dit boek las ik oktober 2008. Ik leende het van een medelezer. 'Wat vind je ervan?' mailde ze later. 'In één woord: onevenwichtig,' antwoordde ik. Vervolgens stuurde ze me haar oordeel. Zoveel eensluidendhuid, bijna griezelig.

19 januari 2009

The Death of Achilles, Boris Akunin

Akunins speurneus Fandorin is ijdel en trots en zelfingenomen en niettemin of juist daarom prima te hebben als hoofdpersoon. Dit Fandorinverhaal is weer anders opgezet dan het vorige.
            Het boek heeft twee delen, heel verschillend in stijl en toon, maar het gaat in beide delen om dezelfde gebeurtenissen. Het verhaal speelt in 1882. In het eerste deel volg je Fandorin die zich bezighoudt met de moord op nationale held generaal Michel Sobolev ("Achilles" voor het gewone volk) en de mysterieuze verdwijning van diens attachékoffer. Hij ontdekt veel en begrijpt van alles niet. In deel twee worden dezelfde dagen nog eens beschreven, maar nu vanuit een ander perspectief, en allerlei valt op zijn plek.
            Sommige lezers stoort het verschil in taal en stijl, het eerste deel te theatraal en het tweede dan zo natuurlijk en onopgesmukt. Dat verschil is er, het stoorde mij niet. Voor deze lezer kwamen bovendien de duveltjes zeker niet makkelijk uit een doosje. Misschien ben ik wat naïef en kan Akunin mij makkelijk bedotten. Het deert niet, de leeservaring wordt er alleen maar leuker door.

05 januari 2009

Jonathan Strange & Mr Norrell, Susanna Clark

Ik was op vakantie en ik nam mee: nogal wat boeken. Het goede voornemen was verschillende titels vanuit Indonesië de wijde wereld in te sturen. Uiteindelijk is het me gelukt vier boeken uit te zwaaien, daar staan twee nieuw verworven titels tegenover. Het ene boek kocht ik, het andere vond ik. Het lag op de stapel boeken naast de kassa van een eethuisje. Mijn monomane boekenoog spotte de boekenstapel meteen. Veel titels die mij niet interesseerden en toen ineens deze dikke pil van Susanna Clark. Qua omvang nam ik zo meer boek dan ik gaf.
            ‘Jonathan Strange & Mr Norrell is unquestionably the finest English novel of the fantastic written in the last seventy years,’ aldus Neil Gaiman. Deze waardering, die ik na lezing van de roman zag, zou mij eerder niet dan wel ertoe hebben aangezet dit boek te lezen. Fantasy bekoort alleen met mate, andere verhalen sluiten beter aan bij mijn smaak.
            Gelukkig wist ik het niet van die fantasy en begon ik onbevooroordeeld te lezen over de geschiedenis van de magie in Engeland. Jonathan Strange & Mr Norrell is een meeslepend boek, een absurd, subtiel geestig, grimmig, fantastisch verhaal. Onwerkelijk magisch en toch overtuigend realistisch. In de stijl van een groots negentiende-eeuws overzichtswerk, inclusief voetnoten en een lange lijst geraadpleegde literatuur (allemaal verzonnen). En tegelijk knipoog na knipoog naar vervlogen literaire tijden en gebruiken.
            Hier allerlei extra's over de wondere wereld van Strange en Norrell.

30 september 2008

Child 44, Tom Rob Smith

Seriemoordenaar houdt huis in Stalinistisch Rusland. Hij heeft het op kinderen gemunt, is voor zijn werk veel onderweg en laat her en der in het land zijn gruwelijke visitekaartje achter. In het Rusland onder Stalin komt zoiets niet voor, dat is iets voor het gedegenereerde Westen en vooralsnog worden de moorden niet met elkaar in verband gebracht, maar toegeschreven aan de eerste de beste plaatselijke zondebok, de buitenbeentjes van het sociale arbeidersparadijs. In 1953 was daarom iedereen in de Sovjet-Unie blind voor deze psychopaat. Iedereen? Nee, één man, Leo, gaat een lichtje branden en vervolgens bindt hij de strijd aan met het systeem en gaat hij op zoek naar de moordenaar.
            Ik ben geen thrillerlezer, misschien dat ik daarom minder in de greep was van het verhaal. Ik vond het ook niet zo goed geschreven, er waren vervelende onnauwkeurigheden (had de redacteur moeten rechtzetten), maar onnodiger vond ik de vaak omslachtige beschrijvingen van de gedachten en beweegredenen van de personages. In het begin leek het allemaal scherper en treffender neergezet, de achterdocht, de onmogelijke positie van mensen die klem zitten tussen belangen (eigen hachje, leven van een dierbare, leven van een vriend, leven van een onbekende), het onvermijdelijke verraad, de wroeging van de een en meedogenloosheid van de ander. Vanaf het moment dat Leo besluit niet langer klakkeloos in het systeem te geloven en zijn intuïtie te volgen, ging het mis. Neemt niet weg dat het toch leest als een trein en er allerlei raaks staat beschreven. Je wilt weten hoe het verdergaat, wie waar achter zit.
            Misschien had ik te hoge verwachtingen omdat het een relboek is: men sprak er schande van toen het op de longlist van de Booker stond, een thriller, oei. Men sprak er dus over, mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik begrijp ook niet waarom het op de longlist staat. Niet omdat het een thriller is, dat lijkt me geen criterium, maar omdat het dus gewoon niet zo goed geschreven en uiteindelijk wat clichématig is, wat volgens mij wel criteria zijn.
            De titel is niet goed gekozen. Dat vierenveertigste kind is een willekeurige in de reeks. Het blijft in het midden om hoeveel kinderen het gaat, het kind dat in het boek ineens wordt aangeduid met nummer vierenveertig is chronologisch niet het vierenveertigste, het stoort mij.

16 september 2008

The consequences of love, Sulaiman Addonia

Naser is een Eritrese jongen die in 1980 op zijn tiende naar Soedan vlucht, waar zijn oom hem en zijn broertje oppikt en meeneemt naar zijn huis in Djedda. Van de regen in de drup, blijkt al snel. Naser is opgegroeid tussen vrouwen, in het streng islamitische Saoedi-Arabië maken mannen de dienst uit en zijn alle vrouwen aan zijn zicht onttrokken. Ze gaan in boerka gehuld over straat en worden ook op allerlei andere manieren afgeschermd van de mannenwereld. Er gaan verhalen rond over vrouwen die liefdesbriefjes laten vallen voor de voeten van een man en zo contact zoeken. Om de liefde of om de verveling te verdrijven?
            Naser ligt al snel overhoop met zijn oom en wordt het huis uitgezet. Oom en broertje vertrekken zonder afscheid te nemen naar Riyad en Naser blijft alleen achter in Djedda, waar de religieuze politie vanachter de geblindeerde ramen van hun zwarte jeeps erop toeziet dat de zedelijkheid wordt bewaard.
            1989: In de hete julimaand heeft de negentienjarige Naser vrijaf van zijn baantje als autowasser. Hij verdroomt zijn tijd onder een palmboom terwijl voor zijn ogen onophoudelijk de zwart-witfilm van passerende abaya's en thoubs draait. De monotonie van zijn dagen wordt doorbroken als een boerkadame een briefje voor zijn voeten laat vallen. Er ontspint zich een klassieke liefdesgeschiedenis, vol tegenslag en voorspoed, aarzeling en overmoed.
            Addonia introduceert een scala aan thema's en doet dat vaak zo dat je niet alleen vanaf de zijlijn meekijkt, maar via de belevenissen van Naser een insiderkijk hebt in de realiteit van de Saoedische maatschappij. Naser becommentarieert bijvoorbeeld niet alleen de positie van de vrouwen in Djedda, op een bepaald moment gaat hij zelf in boerka over straat en dat blijkt oneindig vervelender dan hij met al zijn empathie had gedacht.
            The Consequences of Love is een liefdesverhaal, niet zompig of zijig, maar echt en geloofwaardig. Nasers eenzaamheid en verlangen naar een vrouwelijke hand, niet primair om het erotische, worden zonder overdreven sentimentaliteit neergezet en raken je in je ziel. De Romeo-en-Juliaspanning houdt de vaart erin. Een punt van kritiek dat ik elders las en deel: 'it leaves you misty-eyed, rather than angry. It's as if Addonia loves the love born of misery more than he hates the misery that gave it birth.'
            Slotsom: het lezen waard. Nl vertaling Als gevolg van liefde moet 23 oktober in de winkel liggen.

15 september 2008

Der Weltensammler, Ilija Trojanow

De Britse officier Richard Burton (1821-1890) belandt voor de East India Company in Brits-Indië, heeft daar meer belangstelling voor de plaatselijke bevolking, taal en gebruiken dan voor de gezapige, benauwde kolonialistische arrogantie van zijn landgenoten, verdiept zich in het hindoeïsme en, als hij later wordt overgeplaatst naar Sindh, in de islam. Hij verbruit het bij zijn meerderen, wordt met 'ziekteverlof' teruggestuurd naar Engeland en bereidt een volgende reis voor. Dit keer reist hij als moslim verkleed eerst naar Caïro, van daaruit naar Medina en Mekka. Hij vertrekt als ontdekkingsreiziger, maar wordt gaandeweg ook steeds meer pelgrim en beleeft tijdens deze pelgrimage onbedoeld een zekere loutering. In de derde reis die in het boek wordt beschreven, trekt Burton vanuit Zanzibar Afrika in, op zoek naar de bron van de Nijl.
            Burton wil én moet reizen, is ein Fremdling überall, zieht fremd ein en fremd wieder aus. Waar hij ook komt, hij blijft nieuws- en leergierig, verdiept zich in de lokale gebruiken, wil talen die hij nog niet spreekt leren en lijkt een immens aanpassingsvermogen te hebben. Toch blijft hij overal die vreemdeling; zijn landgenoten vinden hem een rare, in de andere culturen blijft hij de buitenstaander, al weet hij die rol bij vlagen te ontvluchten.
            Iedere inhoudelijke samenvatting doet deze kleurrijke, veelgelaagde roman tekort, de grote verhaallijnen klinken misschien al aardig, maar de charme van Trojanows vertelling zit in de details, de rijke woordkeuze, de fraaie zinnen, de stilistische pracht, de inherente levenswijsheid. Iedere reis van Burton beslaat één deel, ieder deel heeft een eigen opbouw met een afwisseling van vertelperspectieven. Een schitterend boek, duizend-en-één verhalen, zoveel observaties over het leven, het zijn, de anderen, de zin.
            Ilija Trojanow is van oorsprong Bulgaars, vluchtte op jonge leeftijd met zijn ouders via Italië naar Duitsland, het gezin verhuisde kort daarop naar Kenia, later keert Ilija terug naar Duitsland om in München te studeren.

29 juli 2008

Away, Amy Bloom

In het voorjaar van 1927 begon de kort daarvoor naar New York geëmigreerde Russische Lillian Alling, ziek van heimwee, aan een voettocht naar huis, dwars door Noordwest-Canada en subarctisch Alaska en Siberië. Cassandra Pybus schrijft naar aanleiding hiervan het non-fictieverslag The Woman Who Walked to Russia, wat weer de grondslag vormt voor Amy Blooms roman Away.
Blooms heldin Lillian Leyb vlucht rond 1924 vanuit Rusland naar Amerika nadat haar hele familie tijdens een pogrom is vermoord (dat denkt ze althans), werkt in New York verbeten aan een nieuw bestaan en verneemt dan plots dat haar dochtertje en enig kind nog zou leven en door kennissen meegenomen zou zijn naar Siberië. Vanaf dat moment heeft ze één doel: dochtertje vinden. Geld heeft ze niet, wel een goede vriend die haar op het idee brengt om over land naar Siberië te gaan, voilà Lillian Alling. Zo begint Lillian Leyb aan haar eigen odyssee dwars door Noord-Amerika naar Alaska en verder langs de roemruchte telegraafroute richting Siberië.
Het heeft alles in zich voor een mierzoetig verhaal van tegenspoed en weerzien, maar in Blooms woorden is het een weerbarstige vertelling over armoede en wilskracht, het New York en overige Amerika van begin jaren 20 in een 'dog eat dog'-wereld, opportunisme rechts en links, kleine mensen met pretentieuze ideeën en grote geesten met bescheiden dromen.
Geleend van een andere enthousiaste lezer die herlezing overweegt.
Ons advies: lezen.

12 mei 2008

Murder on the Leviathan, Boris Akunin

Akunin is hier ten huize een favoriet. Dat is een gril; The Winter Queen, het eerste boek van zijn Fandorin-serie, was een zeer geslaagde Holmes meets Boris, boek twee, Turkish Gambit, las ik echter helemaal niet graag (en naar ik hoorde ik niet alleen: een andere Fandorin-fan, eveneens alleen na lezing van het eerste boek gecharmeerd door de dandyachtige Russische detective Erast Fandorin, heeft het zelfs niet uitgelezen). Eén boek meer dan prima, één lastig: het lijkt fiftyfifty, toch had Fandorin nog steeds een streepje voor.

Murder on the Leviathan was weer een schot in de roos. Het gaat over inslechte bedriegers, omslachtige oplichterijpraktijken, de zwakke mens die roem en rijkdom niet kan weerstaan, een vlijmscherpe Fandorin die slechts op de achtergrond lijkt te figureren, maar uiteindelijk alle touwtjes in handen blijkt te hebben en een originele ontknoping.

Gelukkig kocht ik met deel 3 ook meteen deel 4 van de serie en reken ik er gewoon op dat dat net zo goed in elkaar steekt als 1 en 3.

08 december 2007

In liefdes naam, Greta Seghers

Ik heb het ooit gekregen en inmiddels gelezen. Eerst met aandacht, toen steeds vluchtiger. Het is goed geschreven, er staat veel interessants in over Griekenland en de Griekse taal en cultuur, het heeft helaas ook een hoog bakvisgehalte. Daar was ik niet tegen bestand. Een 'melige roman' schreef een recensent. Ik was wel nieuwsgierig geworden naar de ontwikkelingen en heb daarom tot het eind gesnelleesbladerd. De crux heb ik geloof ik gemist. Het zij zo. Er is vast een lezer die dit leuker vindt. Op reis dan maar.

03 december 2007

The Gathering, Anne Enright

I would like to write down what happened in my grandmother's house the summer I was eight or nine, but I am not sure if it really did happen. I need to bear witness to an uncertain event. I feel it roaring inside me - this thing that may not have taken place. I don't even know what name to put on it. I think you might call it a crime of the flesh, but the flesh is long fallen away and I am not sure what hurt may linger in the bones.

Veronica Hegarty, uit een gezin met twaalf kinderen (plus zeven miskramen), vertelt vervolgens het verhaal over haar jeugd, haar familie toen en nu en haar eigen gezinsleven terwijl ze onderweg is om het lichaam van haar door zelfdoding om het leven gekomen ietwat oudere broer op te halen. Wat gebeurde er in het huis van haar grootmoeder? Heeft die gebeurtenis het leven van haar broer en zijn vroegtijdig einde inderdaad bepaald? En is het werkelijk gebeurd? In haar terugblik verweeft Veronica heden en verleden, fantasie en herinnering.

Het is geen vrolijk verhaal, maar stemde toch niet somber. De zinnen zijn stuk voor stuk prachtig, de stream of consciousness van Veronica danst ondanks de zware ondertoon lichtvoetig van onderwerp naar onderwerp. Even stoorde het me dat het kind Veronica, dat soms ook aan het woord is, zo wijs en met te veel inzicht kijkt en analyseert. Tot me opviel dat niet het kind sprak, maar Veronica de veertiger die zich scènes uit haar jeugd herinnert en met haar volwassen bagage deze herinneringen verwoordt.

Gatwick airport is not the best place to be gripped by fear of flying. But it seems that this is what is happening to me now; because you are up so high, in those things, and there is such a long way to fall. Then again, I have been falling for months. I have been falling into my own life, for months. And I am about to hit it now.

Harry Potter and the Goblet of Fire, JK Rowling, voorgelezen door Jim Dale

Jim Dale heeft een prachtstem met bewonderenswaardig veel facetten en is een zegen voor de insomniatische mens: als je ogen te moe zijn om te lezen en de radio alleen maar foute onderwerpen biedt, gaat de ouwe trouwe cassetterecorder aan en val je snel in slaap. Bij mij werkt het althans vrijwel altijd. Dat betekent ook dat je, met zo'n twee zinnen te gaan voor je wegdoezelt, heel lang over één luisterverhaal doet. The Goblet of Fire, boek vier in de Harry Potterreeks, onderhoudt me al sinds de vroege zomer. Extra luistervertraging had ik doordat A) ik een tijd sliep als een roos en B) bandje elf van de twaalf het ineens leek te begeven, maar dat kon ik onlangs oplossen met behulp van een geavanceerd cassettedeck dat fijngevoeliger met de cassette omspringt dan het draagbare nachtkastjesdingetje. Nu is het dan toch uit en gelukkig, een alternatief is al gevonden.
Memorable quote: 'Decent people are so easy to manipulate', schampert een inslechte volgeling van de Dark Lord. Een waarheid als een koe, het hele verhaal is gebaseerd op de platgetreden tegenstelling van goed en kwaad. En toch is het leuk.

Was deine Katze wirklich denkt, Robert Gernhardt

Een gelukkige greep uit eigen boekenkast omdat andere actuele boeken niet geschikt bleken voor bedlectuur (het ene te dik, een echt bankboek, het andere te zwaar, maar dan inhoudelijk, de overige tijdelijk onaantrekkelijk, grillig is deze lezer in haar smaak). Gernhardt, 1937 geboren als Baltische Duitser in Estland, is na de WOII uiteindelijk in Frankfurt beland, waar hij mede-oprichter was van de Neue Frankfurter Schule, een groep schrijvers en tekenaars die satirisch werk produceerde en het satirische blad Titanic oprichtte. Daar kende ik Gernhardt van. Het fraai vormgegeven en door de auteur zelf geïllustreerde bundeltje met dertien lessen in Catical Correctness kon ik eens niet laten liggen. Gernhardt schrijft zeer geestig en erudiet en onderhoudt als de beste. Hij heeft trouwens ook serieuze teksten (waaronder mooie poëzie) geschreven. Vorig jaar juni is hij overleden, hij gaf nog les, schreef nog, had helaas ook kanker.

27 november 2007

Die dunkle Seite des Mondes, Martin Suter

In november lees ik kennelijk altijd een roman van Suter, een Zwitserse schrijver die met veel flair zijn verhalen vertelt.
De geslaagde advocaat Urs Blank is vijfenveertig, heeft alles op orde, weet waar hij mee bezig is, is tevreden met zijn succes en beleeft dan een geheel eigen midlifecrisis. Na een trip met hallucinogene paddo's is hij zo wezenlijk veranderd, zijn morele kompas is compleet van slag, hij wordt gevaarlijk voor zijn omgeving. De immorele Blank overheerst niet altijd, soms steekt de beheerste en evenwichtige Urs de kop op. Blank vlucht wanhopig het bos in, op zoek naar die ene paddenstoel die hem veranderde en, naar hij hoopt, ook weer zal genezen.
Wie is uiteindelijk de grootste slechterik? De ontspoorde Blank, zijn gezapige, opportunistische advocatencompagnons of de berekenende, keiharde zakenman en jager Pius Ott?