Posts tonen met het label Krabbé. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Krabbé. Alle posts tonen

15 maart 2009

Een tafel vol vlinders, Tim Krabbé

Ik keek het gegeven paard in de bek, trachtte zonder oordeel vooraf te waarderen en waardeerde niet wat ik las. De eerste alinea’s nodigen uit tot verder lezen, prima. Dan komen de eerste struikelblokken, zinnen die je verward achterlaten. Ze dronken koffie aan haar tafel en met een even grote kracht als hij niet zo lang daarna zou weten dat hij van haar af wilde, had hij haar gewild. Hûh? Nog maar eens lezen. Aha, hij, Fred, wil haar heel graag en dadelijk wil hij haar net zo graag niet meer. Behalve dat Fred vervolgens een wat langere relatie met deze vrouw krijgt en later uit niets blijkt dat hij ‘met grote kracht’ van haar af wil. Hij wil nogal slap van haar af, hij is ook een niksig weekdier, zij beëindigt de relatie. Komt geen kracht van zijn kant aan te pas. Meer kromme zinnen en inconsequenties, maar ik haak niet af, ben zelfs nieuwsgierig naar verder verloop.
            Het boekenweekgeschenk van dit jaar is een tweeluik. Het hoofdpersonage van deel één is die pedante, verwaande Fred. Een onsympathiek personage hoeft niet af te schrikken. Terugkijkend was deel één een feest, het ging ergens over: over een vervelende ijdeltuit die vindt dat hij beter is dan de lullige medemens, zijn eigen leven leeft en invult, mensen ontmoet, anderen achter zich laat, veel navelstaart en weinig relativeert. In deel twee is ik-verteller Bram aan zet. Bram komt helaas niet zo goed uit zijn woorden. Hij heeft ook niet veel te vertellen, moet toch de helft van de novelle zien vol te praten. Wat een vervelende, in clichés dolende puber is Bram. Bram krijgt ook zelf genoeg van Bram. Arme Bram, niemand begrijpt hem. Ik ook niet.