Posts tonen met het label NL. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NL. Alle posts tonen

24 augustus 2009

Vervlochten grenzen, Marion Bloem

Bloem vertelde op de radio over haar nieuwste roman. Nogal aanstekelijk, dezelfde middag kwam ik met de zaterdagboodschappen én het boek thuis.
            Het boek kent verschillende vertellers. Het verhaal dat de achttienjarige Senne vertelt, houdt alles bij elkaar. De roman heeft wel iets van een matroesjka, er is een verhaal, daarin zit een ander verhaal dat ook weer een verhaal bevat, etc. Een belangrijk binnenpopje, het hart van alle vertellingen, is het verhaal van Sennes grootvader, een ex-KNIL-militair die in het boek op sterven ligt en over wiens leven we via andere personages en met name via de herinneringen die hij zelf heeft opgeschreven allerlei stukjes aangereikt krijgen. Verschillende losse eindjes komen zo uiteindelijk bij elkaar. Het is knap geconstrueerd zonder dat het geconstrueerd aandoet.
            Het is een in mooie taal geschreven boek dat kies en genuanceerd, maar ook onverbloemd gevoelige onderwerpen benoemt. De Nederlands-Indische, Indonesische, Nederlandse vertegenwoordigers van de verschillende generaties hebben ieder een eigen, overtuigende stem.
            (Ik had één eigenwijs struikelpuntje; de constructie 'noch hij noch zij' staat naar mijn smaak op te veel pagina's, viel misschien extra op omdat er verder niets mis is met de formuleringen. Eén keer noch volstaat. Ik had die ander weggeredigeerd. De beste stuurlui zitten in de tuin te lezen.)

15 maart 2009

Een tafel vol vlinders, Tim Krabbé

Ik keek het gegeven paard in de bek, trachtte zonder oordeel vooraf te waarderen en waardeerde niet wat ik las. De eerste alinea’s nodigen uit tot verder lezen, prima. Dan komen de eerste struikelblokken, zinnen die je verward achterlaten. Ze dronken koffie aan haar tafel en met een even grote kracht als hij niet zo lang daarna zou weten dat hij van haar af wilde, had hij haar gewild. Hûh? Nog maar eens lezen. Aha, hij, Fred, wil haar heel graag en dadelijk wil hij haar net zo graag niet meer. Behalve dat Fred vervolgens een wat langere relatie met deze vrouw krijgt en later uit niets blijkt dat hij ‘met grote kracht’ van haar af wil. Hij wil nogal slap van haar af, hij is ook een niksig weekdier, zij beëindigt de relatie. Komt geen kracht van zijn kant aan te pas. Meer kromme zinnen en inconsequenties, maar ik haak niet af, ben zelfs nieuwsgierig naar verder verloop.
            Het boekenweekgeschenk van dit jaar is een tweeluik. Het hoofdpersonage van deel één is die pedante, verwaande Fred. Een onsympathiek personage hoeft niet af te schrikken. Terugkijkend was deel één een feest, het ging ergens over: over een vervelende ijdeltuit die vindt dat hij beter is dan de lullige medemens, zijn eigen leven leeft en invult, mensen ontmoet, anderen achter zich laat, veel navelstaart en weinig relativeert. In deel twee is ik-verteller Bram aan zet. Bram komt helaas niet zo goed uit zijn woorden. Hij heeft ook niet veel te vertellen, moet toch de helft van de novelle zien vol te praten. Wat een vervelende, in clichés dolende puber is Bram. Bram krijgt ook zelf genoeg van Bram. Arme Bram, niemand begrijpt hem. Ik ook niet.

08 december 2007

In liefdes naam, Greta Seghers

Ik heb het ooit gekregen en inmiddels gelezen. Eerst met aandacht, toen steeds vluchtiger. Het is goed geschreven, er staat veel interessants in over Griekenland en de Griekse taal en cultuur, het heeft helaas ook een hoog bakvisgehalte. Daar was ik niet tegen bestand. Een 'melige roman' schreef een recensent. Ik was wel nieuwsgierig geworden naar de ontwikkelingen en heb daarom tot het eind gesnelleesbladerd. De crux heb ik geloof ik gemist. Het zij zo. Er is vast een lezer die dit leuker vindt. Op reis dan maar.

03 december 2007

Ik vergat nog iets te vertellen, Ben Sijes

Ben Sijes (1909-1981) groeide op in een Amsterdams joods arbeidersgezin en werd na WOII bekend als geschiedschrijver van de Nederlandse arbeidersklasse en medewerker van het RIOD.
Het bundeltje bevat teksten van toespraken, maar ook persoonlijke notities die oorspronkelijk geenszins voor publicatie waren bestemd, hier dus toch zijn verschenen. Hij schrijft over de Nieuwe Kerkstraat, over de arbeidersbeweging, over schrijnend schuldgevoel, de zwakheid van de een, de slechtheid van de ander.
Hij beschrijft ook hoe God de mens schiep en, doordat dit niet zonder horten of stoten ging, hoe de mens uiteindelijk ontstond uit klei, de droeve tranen van de engel der waarheid en schuldgevoel. God had de mens geschapen, maar vergeten hem een toekomst te geven. Zo blijven we zoeken. Bepaald onvrolijk dit, maar weer mooi verwoord en niet alle teksten zijn zonder hoop. Je krijgt een mooi beeld van Sijes en zijn positie in het leven.

(Auteursportret door Peter van Straaten)

20 augustus 2007

Cicero Consultants, H.J.A. Hofland

ER WORDT WAT AFGELULD!

De geslepen Jakob Daader meent te leven in de 'allerlulligste tijd sinds mensenheugenis' en volgens hem komt dat omdat de mensen elkaar de waarheid niet meer durven te zeggen. Hij richt met zijn vriend Roen Cicero Consultants, een bureau 'voor al uw toespraken', op.
Ze adverteren als volgt:

* CC leren u te denken wat u gaat zeggen.
* CC ontdekken de zwakheden van uw vijanden.
* CC demoniseren wie u aanwijst (binnen de grenzen der wet).
* CC garanderen mediahype en nationale bijval.
* CC schrijven uw historische redevoering.

Ze hebben in no time een klant, strikken vervolgens ook de tegenpartij en spelen de twee tegen elkaar uit, riskant, maar, zegt Daader, het gaat om 'de waarheid'.
Een zeer vermakelijk gegeven, geestig uitgewerkt, precies het tegenwicht dat ik zocht voor Eggers' What is the What, dat zo in- en aangrijpend is dat het niet kort voor het slapen kan worden gelezen.
Hoflands schrijfstijl viel me wat tegen; zijn stukjes lees ik graag, in deze roman lopen de zinnen minder soepel en is de beeldspraak soms wat gezocht. Zijn ironische kijk, zijn understatement, zijn spitsvondigheid (alleen die namen al: Cicero Consultants, Daader, Daria van Beversen Donk, etc. etc. etc., allemaal leuk) wogen echter veel zwaarder; 't was gewoon leuk.

(Het lijkt een naveltje op de cover, het is een bezig bijtje.)

13 augustus 2007

De handboog der verbeelding - Arjan Peters in gesprek met Hella S. Haasse

Uitgave met drie gesprekken die Arjan Peters met Hella Haasse heeft gevoerd: 1998, 2003 en 2006. Er staan zo veel intelligente, rake en interessante uitspraken van Haasse in dat de enige gepaste samenvatting een integrale weergave van die drie gesprekken zou zijn. Ik heb er immens van genoten. Het gaat over alles: het schrijfproces, de rol van het onbewuste, de onmogelijkheid van het niet-schrijven, de anderen, het belang van het lezen, echt alles.
Één citaat dan: Helder denken, helder formuleren. Daar is een verband tussen. Taalgebruik en de kwaliteit van je denken. Het sluit aan bij recente eigen gedachten en als de redenering niet klopt, bevind ik mij nog steeds in bijzonder goed gezelschap.

03 augustus 2007

Doen en laten, Judith Herzberg

Ik zocht een verjaardagsgedicht en bladerde door bundels. Al spoedig had ik me vastgelezen in Judith Herzberg, raak, raak, raak. Het verjaardagsgedicht werd Moed, alle andere teksten hielden evenzeer mijn aandacht. Voor nu zingt het liedje rond in mijn hoofd. Het verscheen oorspronkelijk in Dagrest (1984), de titel al zo raak, verwijzend naar Freuds idee van de Tagesreste, de onverwerkte daggebeurtenissen die gemetamorfoseerd met name in je dromen opduiken, maar ook andere onbewuste uitlaatkleppen vinden. Ik ben geen kritiekloze Freud-adept, wel ervan overtuigd dat er meer in je hoofd spookt dan je kunt en misschien wilt zien. Herzbergs poëzie wijst je, soms pijnlijkst, op onbewuste samenhangen.

Liedje

Lieg alsjeblieft niet tegen me
niet over iets groots niet over iets
anders. Liever hoor ik het
vernietigendste dan dat je liegt
want dat is nog vernietigender.

Lieg niet over liefde
iets dat je voelt of iets dat je
zou willen voelen. Liever word ik
bedroefd dan dat je liegt
want dat is nog bedroevender.

Lieg niet tegen me over gevaar
want ik voel toch je angst
en wat ik gewaar word is waar
of ik ken je niet en dat
is nog gevaarlijker.

Lieg niet tegen me over ziekte
liever kijk ik die diepte in
dan dat ik mij verlies in één
van jouw lieve verzinsels
want daarmee verlies ik me dieper

Lieg niet tegen me over sterven
want zo lang we er nog zijn
vind ik dat toegangsloze
niet mededelen wat je denkt
erger en zo veel doder.


Judith Herzberg

06 juli 2007

Die Kunst des Liebens, Erich Fromm

        Liefde is d'eenge kracht

        Liefde is d'eenge kracht die de ziel naar boven
        draagt tot de sfeer van het eeuwige leven
        van zelf; zij bevleugelt ook 't laagste streven
        daarom wil ik haar boven alles loven.

        Als ontgoocheling en twijfel ons ontrooven
        geloof dat menschheid eens omhoog zal zweven,
        laat ons dan 't wonder der liefde beleven
        een oogwenk maar: wij zullen weer gelooven.

        Al het moeitevolle inwendig schouwen
        en heel de spanning van de zielekrachten
        verwerven zwaar, wat Liefde spelend wint;

        daarom moet men op haar uitvloeiïng bouwen
        het nieuwe rijk, en de taak der gedachte
        is dat zij alle poorten open vindt.

        Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

04 juli 2007

Als ze maar gelukkig zijn, Beatrijs Ritsema

Een bundel met eerder gepubliceerde columns en essays van Ritsema uit o.a. NRC Handelsblad, die allemaal over (de opvoeding van) kinderen gaan. Ik kocht het boek om weg te geven en bladerlas er in alvorens het naar de volgende ging (volgens sommigen is dat not done, ik voel dat niet zo, het boek gaat niet beduimeld en bedorven naar de volgende, maar met aandacht en van harte; misschien een leuke vraag voor Ritsema die onder de noemer 'moderne manieren' ook etiquetteadviezen geeft).

Ritsema is prettig stellig. Ik ben het niet op alle punten met haar eens (over het vaderschap bijvoorbeeld niet, daarover neemt Ritsema een opmerkelijk traditioneel standpunt in, wat verbaast en enige ergernis wekt), maar in grote lijnen wel. En ze schrijft lekker, grote plus. Ze behandelt thema's als het tegenwoordig verfoeide 'om bestwil' dat vaak moet wijken voor 'superinschikkelijkheid' en 'opofferingsgezindheid'. Doe mij dan maar bestwil. In mijn omgeving is er meer dan één voorbeeld van ouders die zich eenvoudigweg door hun kinderen laten terroriseren omdat ze nooit duidelijk stelling hebben durven nemen. Waarom niet erkennen dat de volwassene vaak de dingen nou eenmaal beter overziet, oog heeft voor consequenties op termijn en de grotere samenhang? En waarom dit niet in het voordeel van het kind gebruiken, al zal het kind zelf dit niet altijd direct als voordelig ervaren? Want, schrijft Ritsema na een aantal uiteenlopende voorbeelden, 'ouders zullen het tot in lengte van dagen fout blijven doen, waaruit volgt dat je dan maar beter je eigen ideeën kunt volgen dan die van de kinderen'.

02 juli 2007

Het zijn net mensen - beelden uit het Midden-Oosten, Joris Luyendijk

Treurigstemmende kijk op de manipulaties van en door de media. Mijn eerste reactie: blij dat ik geen tv heb (wat trouwens geen principiële, maar een toevalskeuze is). Ik heb me altijd ongemakkelijk gevoeld bij het bekijken van actualiteitenuitzendingen die objectiviteit suggereren terwijl men juist door de combinatie van beeld en geluid zo zeer wordt beïnvloed. In Luyendijks boek gaat het niet alleen om het medium tv, maar over verslaglegging in het algemeen. Er wordt onvermijdelijk gefilterd, het beeld is altijd incompleet. Sommige van zijn observaties zijn zo klinkklaar voor de hand liggend, toch verrassen ze je soms. Niemand is immuun voor de al dan niet bewuste mediamanipulaties.
In het laatste hoofdstuk komt Luyendijk echt goed op dreef, het is verreweg het best geschreven en het meest onthutsend. Hij beschrijft wat de nieuwsuitzending/pers allemaal niet haalt, de kleine verhalen die de beeldvorming zouden nuanceren of zelfs doen verschuiven. Deels zijn het gruwelijke anekdotes, toch horen wij ze niet, ze worden niet als nieuws beschouwd of het verhaal kan niet voldoende worden bevestigd uit andere bronnen.

Het interessantst vond ik Luyendijks voorbeelden van gechargeerd taalgebruik. Objectieve journalistiek bestaat natuurlijk niet, maar de voorbeelden die hij geeft benaderen die objectiviteit niet eens.

Met vlotte pen geschreven, wat een plezier om zo veel goed geformuleerde zinnen te lezen.

31 mei 2007

Haaiensafari, René van der Heijden

Goed, vrolijk is niet de juiste typering. Iets luchtigs heeft Haaiensafari ondanks de thematiek (jonge vrouw blijkt ongeneeslijk ziek, zoekt zo bot geconfronteerd met de eindigheid van het leven een eigen weg en ligt overhoop met haar weerbarstige, egocentrische, struisvogelpolitieke familie) echter wel. Het is vlot geschreven en vaak geestig, vooral omdat bepaalde type mensen zo raak worden neergezet. Dat heeft ook een keerzijde, de typetjes slaan soms door. Bovendien wordt er te veel herhaald, twee dingen die het verhaal wat onderuithalen.
Ik las het graag, al was het resultaat met een wat strakkere regie zeker beter geweest. Jammer ook van de slordige redactie.

02 mei 2007

Van geluk gesproken - gedichten uit Nederland en Vlaanderen over voorspoed en geluk

Zondag kreeg ik een mood-enhancing bundeltje. Ik was er er blij mee en dat was ook de bedoeling. Alle geluk komt aan bod, van klein tot groot. Het leukste is het om het lukraak open te laten vallen en weer een gelukje te lezen. Niet ieder geluk spreekt mij aan, andere regels resoneren weer wel direct. Een enkel gedicht is wat banaal, op pagina 61 ontbreekt een 'd', er staan vooral veel fijne regels in. Over wrang geluk las ik ook en het resoneerde; ik wilde het eerst hier citeren, maar ach, die emotie herhaalt zich ook zonder hulpje.
J.C. Bloem, waar het de eerste keer openviel, is nog niet overtroffen:

De nachtegalen

Ik heb van 't leven vrijwel niets verwacht,
't Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? - In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.

 

18 april 2007

Perenbomen bloeien wit, Gerbrand Bakker

Mooi ingetogen en aangrijpend verhaal. (Ik vond meer, 't is ff te druk voor uitgebreidheid en ook dit is woggen.)

11 april 2007

Ingenieurs van de ziel, Frank Westerman

waterbouwproza ...

Vanuit een verrassende invalshoek worden schrijvers onder het communisme in de Sovjet-Unie gevolgd. Het beginpunt zijn de megalomane waterbouwplannen van Stalin, een ingrijpen in de natuur dat volgens bepaalde theorieën een dictatuur typeert: waar de potentaat heerst, bloeit de waterbouw, waarbij het er in de Sovjet-Unie uiteindelijk zelfs om ging rivierlopen om te keren. Alles ten dienste van het arbeidersparadijs. Stalins ondernemingen moesten verheerlijkt en daar kwamen de schrijvers, de 'ingenieurs van de ziel', in het spel. Onder de bezielende leiding van Gogol, die als de verloren zoon teruggekeerd is naar eigen land, ontstaat het ene na het andere deel waterbouwproza. Het begint met een naar sociaal-realistisch model door een Russisch schrijverscollectief geschreven boek over de aanleg van het Belomorkanaal tussen de Finse Golf en de Witte Zee en groeit uit tot een complete waterbouwbibliotheek met spannende titels als 'Energie', 'De waterkrachtcentrale' en 'Van misdaad tot arbeid' (want wie denk je dat daar zo mocht ploeteren in de harde grond?).
Het is een fascinerende kijk op, maar evenzo treurige inkijk in de Russische letteren en het meedogenloze literaire beleid in de Sovjet-Unie vanaf Stalin tot en met Brezjnev. Veel narigheid, uitzichtloosheid, lakeiendom, opportunisme, verraad en verdriet onder de Russische schrijvers.
De genoemde titels lonken niet echt - het leest allemaal geheid niet zo vlot als Westerman het heeft beschreven - het Russisch en het Russische onveranderd wel.

01 maart 2007

De eeuwige ander, Ina Boudier-Bakker

Mijn aanvankelijke vrees dat de treurigheid in dit verhaal alleen maar zou toenemen, bleek ongegrond. Boudier-Bakker geeft interessante karakterschetsen in de gesloten setting van een dorp waar in de vakantieperiode enkele buitenstaanders de rust verstoren en het een en ander in beweging zetten.
Ik las ergens dat Boudier-Bakker vooral voor vrouwen zou hebben geschreven. Bij het recentelijk overlijden van Marianne Fredriksson hoorde ik op het journaal de opmerking "Fredriksson was vooral populair bij vrouwen". We hadden hierover een korte discussie, mij stoorde deze kwalificatie namelijk. Nou houd ik vrouw én lezer niet van het werk van Fredriksson, maar er klinkt iets geringschattends in die mededeling door. Bovendien, zo merkte een gewaardeerde medelezer op, wordt over een mannelijk auteur nooit gezegd "zijn boeken waren vooral populair bij mannen". De ene auteur wordt ongetwijfeld meer door vrouwen, de andere meer door mannen gelezen, maar zeg daar dan iets zinnigs over, probeer te benoemen waarom het een of het ander het geval is.
Of Boudier-Bakker vooral voor vrouwen schreef? Ik denk het niet, ze schreef. Misschien werd en wordt ze vooral door vrouwen gelezen, ze schrijft psychologische romans en verhalen en ik weet dat vele vrouwen dat aanspreekt. Er zijn zeker ook mannelijke lezers die daar graag kennis van nemen.
Ik las nog meer, het wordt tijdelijk minder goed bijgehouden, te veel andere zaken die de aandacht opeisen.

15 februari 2007

Lees ik nog wel?

Jazeker, maar hap snap en minder gestaag dan wenselijk. Veel externe en interne onrust, wegens overdagse drukte op de weg twee minuten voor, soms iets na afspraak rak tjak inparkeren, andere keren tijdens het conducteursfluitje net nog in de trein springen, laptop uitpakken en tik tik tik Belangrijke Saaie Teksten produceren, fluks over Hoog Catharijne (ook aan te raden als je geen haast hebt), als raketvrouw door de stad fietsen, bij de garage een lange links-rechtsdiscussie voeren, maar tussendoor uiteraard de letters niet laten liggen.
Ik lees querbeet door Kästners Lyrische Hausapotheke, meermaals, want, zegt mijn held van toen en nu: "Die Katharsis ist älter als ihr Entdecker und nützlicher als ihre Interpreten". Heeft ie toch mooi een eigen recente gedachte verwoord. Ik las beklemmende verhalen van Wolf Dietrich Schnurre, verstilde eenvoud in een verhaal van Ina Boudier-Bakker (titel van het bundeltje ben ik kwijt, het bundeltje zelf ligt ongetwijfeld op een van de stapels*), nu ook begonnen in haar De eeuwige ander, hecht geformuleerd, intreurig en ik vrees dat dat alleen erger wordt; voorts las ik de eerste pagina's van Tjechovs De dame met het hondje in het Russisch, toen kon ik even niet meer, over wankelmoedigheid in Het Dwaallicht van Elsschot, in de kranten artikelen over wat onze werkelijkheid heet te zijn, maar soms meer weg heeft van de twilight zone, over de liefde volgens Erich Fromm, over Pablo Casals die weer inspireert en dan zit ik regelmatig te watertanden bij langzame recepten en lees ik de avonturen van Kleine Beer voor, die jaren terug al ook mijn hart heeft gestolen. Er wordt altijd gelezen!

*Gevonden, het heet Honger en ligt inmiddels waar? Op een andere stapel, ergens.

26 januari 2007

De Rode Prinses, Paul Biegel

Biegels Rode Prinses zit vol klassieke componenten uit Propps morfologie van het toversprookje. Hij laveert zo mooi binnen de structuur van vaste elementen dat het een heel origineel en vloeiend verhaal van schijn en wezen wordt.
Het begint met een knal, in hoofdstuk twee verwacht je al de ontknoping en hé, daar is de verrassende wending, waardoor het sterke begin slechts introductie blijkt. Het coming-of-age verhaal van de prinses wordt afgewisseld met geestige scènes, waarin halve en foute informatie leiden tot speculatie, roddel, achterklap, gewinzucht en een koude kermis.
Leuke personages: de dappere prinses, de eigengereide koningin-moeder, de door wanhoop verlamde en toch al niet zo wilskrachtige koning-vader en koningin-moeder, de schijterige hofdames, de dommen, de slimmen.
Weinig mis mee. Alleen dit: waar was de eindredacteur?

08 januari 2007

Belle van Zuylen (1740-1805). Leven op afstand, Simone Dubois

Ik bladerlas het afgelopen jaar ook deze biografie van Belle van Zuylen. Ik heb enige tijd om de hoek van slot Zuylen gewoond en heb, door de geografische toevalligheid gedreven, in die tijd veel van Belle van Zuylen gelezen. Zij leefde dan wel zo'n twee eeuwen geleden en haar verhalen spelen ook in die tijd, maar deze doen zeer fris aan en gaan over universele menselijke (eigen)aardigheden. In haar boeken geeft Belle een prettige kijk op de imperfecte mens.

In de biografie wordt ruim geciteerd uit de uitgebreide briefwisselingen die Belle met deze en gene onderhield. De briefcitaten worden aan elkaar gepraat door Simone Dubois. Het is een informatieve biografie, die kennelijk zo uitgebreid nog niet over Belle van Zuylen was verschenen. Wat mij een beetje stoorde, was de schijnbare willekeur van de selectie uit de brieven. Ik werd nieuwsgierig naar de niet-geciteerde alinea's. Het kan zijn dat ik gewoon Belle liever lees dan Simone.

Alles bij elkaar geen verloren leestijd en een fijne stimulans om weer eens iets van Belles hand te lezen.

01 november 2006

De Citoyenne, Ad van Iterson

Bah, zonde van m'n tijd. Een vorige lezeres had me gevraagd onder woorden te brengen wat haar aan deze roman zo stoorde. Ik weet natuurlijk niet waar een ander over struikelt. Zij las het boek niet uit. Bladzijde 138 van de 207 en ook ik geef het op. Eindelijk.

Volgens een Parool-recensent op de achterflap koppelt Van Iterson lichtheid aan vernuft. In Vrij Nederland, eveneens achterop geciteerd, heeft iemand het over Itersons "luchtige toon", die ervoor zou zorgen "dat de ernst nergens te zwaarwichtig wordt". Ze hebben het over ander werk van Van Iterson, misschien dat hij met deze roman een geheel nieuwe weg wilde inslaan en dat is hem dan gelukt. Hier is namelijk niks luchtig en licht, ik las uitsluitend zwaar geforceerde zinnen, zinloze omdraaiingen, onnodige synoniemen. En dat is dan alleen de schrijfstijl. De personages zijn ook nog eens ongeloofwaardig en onaf en het verhaal hangt van rarigheid en logge bewegingen aan elkaar, terwijl ik zo'n vermoeden heb dat Van Iterson geen bizarre vertelling voor ogen stond.
Ik maak er verder ook geen woorden aan vuil.

31 oktober 2006

Cellojaren, J. Bernlef

Eerder dit jaar las ik wat verhalen uit Bernlefs Cellojaren. Geen geslaagd experiment.

De titel zou de sfeer in de tweede reeks verhalen moeten omschrijven. Bernlef was in een Engelse krant het begrip 'cello years' tegengekomen, dat zou staan voor 'nadagen', 'de jaren waarin melancholie en verdriet doorklinken'. Dat melancholische zou de boventoon (haha, wat een taalgejongleer weer) voeren in Bernlefs verhalen. Ik weet het niet. Paar gelezen, 't is zorgvuldig geschreven, daar houd ik wel van, maar ik vind het bepaald geen fijne verhalen, melancholisch evenmin, eerder somber, naar, het leven is geen lolletje. Ik kon er niet tegen.

Dat was Bernlef.