Posts tonen met het label DE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label DE. Alle posts tonen

28 maart 2009

Kehlmann en Grunberg

Gisteravond was Daniel Kehlmann in Amsterdam. Arnon Grunberg had een gesprek met hem en Felix Meritis zat vol. Het was een avond in het kader van de zogenaamde Versus-ontmoetingen. Vorige week was er ook zo'n avond met Uwe Timm en Adriaan van Dis, die ik uit extreme moeheid op de valreep niet bezocht. Daar heb ik geen spijt van gehad, die avond draaide namelijk uit op een allenus, Van Dis kwam niet en Uwe Timm, die ik bewonder en graag lees, had ik al eerder live meegemaakt, dus een toegevoegde waarde had die avond voor mij niet direct gehad.
            De volgende ontmoeting van een Duitse en Nederlandse auteur wilden we niet mislopen en zo luisterden wij gisteren naar een gesprek, voertaal Duits (Grunbergs bijzonder goede uitspraak en originele naamvallen), tussen Kehlmann en Grunberg. Onderwerp van gesprek was met name Kehlmanns nieuwste boek Ruhm en de verschijning van de Nederlandse vertaling Roem (vertaald uit het Duits door Jacq Firmin Vogelaar, informatie die je niet makkelijk achterhaalt, zelfs Querido, Kehlmanns Nederlandse uitgever, vindt het niet nodig de vertaler op de productpagina te vermelden).
            Ik heb Ruhm niet gelezen, wel Die Vermessung der Welt en dat met veel plezier. Het verhaal in Ruhm ontspint zich uit het gegeven dat iemand de identiteit van een ander aanneemt, nadat hij bij herhaling is opgebeld met de vraag of hij die persoon zou zijn. Klinkt bekend. ‘It was a wrong number that started it, the telephone ringing three times in the dead of night, and the voice on the other end asking for someone he was not.’ Openingszin van Austers New York Trilogy.
            Nieuwsgierig naar Ruhm maakte de avond zeker. Kehlmann sprak weliswaar niet met ‘een aangename, rodewijn-donker, bronskleurige stem’ (ik heb geen flauw idee hoe rodewijn-donker klinkt, het verslag van die vorige Versusavond is de moeite van het klikken en lezen waard, want wat is het? slecht vertaald uit het Duits? Nederlands van een Duitstalig persoon?), maar was wel onderhoudend, vertelgraag en gevat. Ter oriëntatie op zijn onderwerp had hij zich ondermeer verdiept in het forumgedrag van internetgebruikers. Wat hij, geestig geformuleerd, vertelde over de grote verongelijktheid die je daar aantreft en het ongenuanceerde gescheld op sommige fora strookt volledig met eigen ervaringen. Hij las een passage uit zijn boek voor, virtuoos, je zult het maar moeten vertalen. Rare dingen zei hij trouwens ook, bijvoorbeeld die opmerking dat hij volledig begreep dat Günter Grass zijn SS-verleden had verzwegen om zijn kansen op de Nobelprijs voor Literatuur niet te vergooien. Belachelijk.

15 september 2008

Der Weltensammler, Ilija Trojanow

De Britse officier Richard Burton (1821-1890) belandt voor de East India Company in Brits-Indië, heeft daar meer belangstelling voor de plaatselijke bevolking, taal en gebruiken dan voor de gezapige, benauwde kolonialistische arrogantie van zijn landgenoten, verdiept zich in het hindoeïsme en, als hij later wordt overgeplaatst naar Sindh, in de islam. Hij verbruit het bij zijn meerderen, wordt met 'ziekteverlof' teruggestuurd naar Engeland en bereidt een volgende reis voor. Dit keer reist hij als moslim verkleed eerst naar Caïro, van daaruit naar Medina en Mekka. Hij vertrekt als ontdekkingsreiziger, maar wordt gaandeweg ook steeds meer pelgrim en beleeft tijdens deze pelgrimage onbedoeld een zekere loutering. In de derde reis die in het boek wordt beschreven, trekt Burton vanuit Zanzibar Afrika in, op zoek naar de bron van de Nijl.
            Burton wil én moet reizen, is ein Fremdling überall, zieht fremd ein en fremd wieder aus. Waar hij ook komt, hij blijft nieuws- en leergierig, verdiept zich in de lokale gebruiken, wil talen die hij nog niet spreekt leren en lijkt een immens aanpassingsvermogen te hebben. Toch blijft hij overal die vreemdeling; zijn landgenoten vinden hem een rare, in de andere culturen blijft hij de buitenstaander, al weet hij die rol bij vlagen te ontvluchten.
            Iedere inhoudelijke samenvatting doet deze kleurrijke, veelgelaagde roman tekort, de grote verhaallijnen klinken misschien al aardig, maar de charme van Trojanows vertelling zit in de details, de rijke woordkeuze, de fraaie zinnen, de stilistische pracht, de inherente levenswijsheid. Iedere reis van Burton beslaat één deel, ieder deel heeft een eigen opbouw met een afwisseling van vertelperspectieven. Een schitterend boek, duizend-en-één verhalen, zoveel observaties over het leven, het zijn, de anderen, de zin.
            Ilija Trojanow is van oorsprong Bulgaars, vluchtte op jonge leeftijd met zijn ouders via Italië naar Duitsland, het gezin verhuisde kort daarop naar Kenia, later keert Ilija terug naar Duitsland om in München te studeren.

03 december 2007

Was deine Katze wirklich denkt, Robert Gernhardt

Een gelukkige greep uit eigen boekenkast omdat andere actuele boeken niet geschikt bleken voor bedlectuur (het ene te dik, een echt bankboek, het andere te zwaar, maar dan inhoudelijk, de overige tijdelijk onaantrekkelijk, grillig is deze lezer in haar smaak). Gernhardt, 1937 geboren als Baltische Duitser in Estland, is na de WOII uiteindelijk in Frankfurt beland, waar hij mede-oprichter was van de Neue Frankfurter Schule, een groep schrijvers en tekenaars die satirisch werk produceerde en het satirische blad Titanic oprichtte. Daar kende ik Gernhardt van. Het fraai vormgegeven en door de auteur zelf geïllustreerde bundeltje met dertien lessen in Catical Correctness kon ik eens niet laten liggen. Gernhardt schrijft zeer geestig en erudiet en onderhoudt als de beste. Hij heeft trouwens ook serieuze teksten (waaronder mooie poëzie) geschreven. Vorig jaar juni is hij overleden, hij gaf nog les, schreef nog, had helaas ook kanker.

06 juli 2007

Die Kunst des Liebens, Erich Fromm

        Liefde is d'eenge kracht

        Liefde is d'eenge kracht die de ziel naar boven
        draagt tot de sfeer van het eeuwige leven
        van zelf; zij bevleugelt ook 't laagste streven
        daarom wil ik haar boven alles loven.

        Als ontgoocheling en twijfel ons ontrooven
        geloof dat menschheid eens omhoog zal zweven,
        laat ons dan 't wonder der liefde beleven
        een oogwenk maar: wij zullen weer gelooven.

        Al het moeitevolle inwendig schouwen
        en heel de spanning van de zielekrachten
        verwerven zwaar, wat Liefde spelend wint;

        daarom moet men op haar uitvloeiïng bouwen
        het nieuwe rijk, en de taak der gedachte
        is dat zij alle poorten open vindt.

        Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

18 april 2007

Traumnovelle, Schnitzler

Laatst ging het over Freud en deze opmerking van hem in een brief aan Schnitzler: "So habe ich den Eindruck gewonnen, daß Sie durch Intuition - eigentlich aber in Folge feiner Selbstwahrnehmung - alles das wissen, was ich in mühseliger Weise an anderen Menschen aufgedeckt habe." Nou was het bij Schnitzler bepaald niet alleen intuïtie, voor een groot deel echter wel.
Zo zat Schnitzler in mijn hoofd en toen ik langs de boekenkast liep, knipoogde zijn Traumnovelle naar me - de mooie vormgeving van het boekje, de reproductie van Schiele, ik had het een keer niet kunnen laten staan en zo'n klassieker moet je gewoon in huis hebben - en ik (her)las het op een zonnige zondag.
Schnitzlers Traumnovelle is het ultieme 'onbewuste' verhaal: wat speelt zich zoal in de geest af, hoe uit zich dat, wat drijft ons onbewust? De hoofdpersonen Albertine en Fridolin worstelen met trouw en ontrouw. Waar begint ontrouw? Zijn fantasieën alleen al gevaarlijk? Wat brengen zij aan het licht? Bij Albertine gaat het allemaal erg onbewust, zij heeft een heftige droom waarin ze zonder enige emotie toekijkt hoe haar man de strop krijgt terwijl ze zelf in een soort orgie is beland en het daar ook wel naar haar zin lijkt te hebben. Fridolins fantasieën lijken zich meer in zijn werkelijkheid af te spelen, maar is dat echt zo? Wat fantaseert hij en wat maakt hij mee? Aan het begin van het verhaal zijn beiden zeer verliefd en gelukkig met elkaar, in het tijdsbestek van een etmaal nemen ze grote afstand van elkaar, verrassend is dat ze zich aan het einde toch weer vinden.
Zo'n fraai verhaal moet je eens in de zoveel tijd herlezen.
Ik wog me een ongeluk.

15 februari 2007

Lees ik nog wel?

Jazeker, maar hap snap en minder gestaag dan wenselijk. Veel externe en interne onrust, wegens overdagse drukte op de weg twee minuten voor, soms iets na afspraak rak tjak inparkeren, andere keren tijdens het conducteursfluitje net nog in de trein springen, laptop uitpakken en tik tik tik Belangrijke Saaie Teksten produceren, fluks over Hoog Catharijne (ook aan te raden als je geen haast hebt), als raketvrouw door de stad fietsen, bij de garage een lange links-rechtsdiscussie voeren, maar tussendoor uiteraard de letters niet laten liggen.
Ik lees querbeet door Kästners Lyrische Hausapotheke, meermaals, want, zegt mijn held van toen en nu: "Die Katharsis ist älter als ihr Entdecker und nützlicher als ihre Interpreten". Heeft ie toch mooi een eigen recente gedachte verwoord. Ik las beklemmende verhalen van Wolf Dietrich Schnurre, verstilde eenvoud in een verhaal van Ina Boudier-Bakker (titel van het bundeltje ben ik kwijt, het bundeltje zelf ligt ongetwijfeld op een van de stapels*), nu ook begonnen in haar De eeuwige ander, hecht geformuleerd, intreurig en ik vrees dat dat alleen erger wordt; voorts las ik de eerste pagina's van Tjechovs De dame met het hondje in het Russisch, toen kon ik even niet meer, over wankelmoedigheid in Het Dwaallicht van Elsschot, in de kranten artikelen over wat onze werkelijkheid heet te zijn, maar soms meer weg heeft van de twilight zone, over de liefde volgens Erich Fromm, over Pablo Casals die weer inspireert en dan zit ik regelmatig te watertanden bij langzame recepten en lees ik de avonturen van Kleine Beer voor, die jaren terug al ook mijn hart heeft gestolen. Er wordt altijd gelezen!

*Gevonden, het heet Honger en ligt inmiddels waar? Op een andere stapel, ergens.

26 december 2006

Die Stadt der träumenden Bücher, Walter Moers

Die Stadt der träumenden Bücher heb ik vorige maand in een verloren kwartiertje op een Duits station gekocht; meteen een end gelezen op de terugreis. Moers [mə:rs] schrijft fantasy. Niet mijn genre. De gedachten over genres en de nadelen van indelen in genres heb ik nog steeds niet op papier gezet. Het is een vorm van kastjesdenken, je doet altijd de afzonderlijke delen tekort. Het boek van Moers is erg fantastisch, het is ook zeer geestig en sprachspielerisch en het prikkelde al lange tijd mijn nieuwsgierigheid.

Die Stadt der träumenden Bücher speelt op het fictieve continent Zamonien, waar allerlei fantasieschepsels leven. Het boek zou een vertaling uit het Zamonische zijn van een selectie uit de omvangrijke, meer delen omvattende reisherinneringen van Hildegunst von Mythenmetz, sentimentele dinosaurus, poeta laureatus. Mythenmetz gaat op reis, op zoek naar de onbekende auteur van een korte, volmaakt geschreven tekst. Zo belandt hij in Buchhaim, de „stad van de dromende boeken“. Mythenmetz is onervaren en naïef, wordt erin geluisd en door de boosdoeners afgescheept naar de beruchte catacomben onder Buchhaim, een complex en duister labyrint vol boeken, slechteriken, brave borsten en ongekende gevaren. De jonge Mythenmetz slaat zich er doorheen, is aan het eind van zijn queeste ouder en wijzer en heeft dan ook geleerd hoe hij zijn schrijversschap vorm moet geven.

Volgens Sebastian Domsch van Die Tageszeitung is deze roman „nicht nur ein Muß für Moers-Fans, sondern für alle, die Literatur lieben“. Da kommt man als Leser nicht umhin. Ik heb het graag gelezen. Soms werd het me wel iets te fantastisch. Het is een dik boek, helaas door overbodige passages, het boek is te lang. Het is echter ook zeer vermakelijk en je went aan de rare schepsels in Zamonien, de medemens is vaak oneindig raarder dan zo'n lezende dinosaurus.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de zogenaamde Buchlinge, cyclopen die uitsluitend voorkomen in de catacomben van Buchhaim. Iedere Buchling leert tijdens zijn leven het complete oeuvre van een auteur, naar wie hij dan ook is vernoemd, uit het hoofd. Een aardigheid is dat hun namen allemaal anagrammen zijn van meer of minder bekende auteurs, veel Duitse, maar ook wel anderstalige. Dat moet een hele klus zijn geweest voor de vertalers van dit boek, ik verwacht althans dat dit aangepast is aan het taalgebied van de doeltaal. Een prominente Buchling is Ojahnn Golgo van Fontheweg (Johann Wolfgang von Goethe), haha. Perla La Gadeon (Edgar Allan Poe), ook leuk. De Buchlinge gedragen zich naar hun naamgever, ja, leuke truc. Bij sommige anagrammen is het een heel gepuzzel. Het schijnt een running gag van Moers te zijn, hij anagramt wat af in zijn Zamonien-boeken.

De sympathieke Buchlinge grossieren in aforismen.
„Lesen ist eine intelligente Methode, sich selber das Denken zu ersparen.“
„Dicke Bücher sind deswegen dick, weil der Autor nicht die Zeit hatte, sich kurz zu fassen.“ (goede raad voor de auteur?)
„Schreiben ist der verzweifelte Versuch, der Einsamkeit etwas Würde abzugewinnen – und etwas Geld!“
„Fußnoten sind wie die Bücher im untersten Regal. Die guckt sich keiner gerne an, weil er sich bücken muss.“
„Wenn ein Punkt eine Mauer ist, dann ist ein Doppelpunkt eine Tür.“
etc., etc.

Tot slot mijn favoriete uitspraak in het boek, een gedachte van Hildegunst, die na het nuttigen van een eenvoudig hapje zijn evenwicht hervonden constateert: „Es ist nicht das Gehirn, das unser Bewußtsein bestimmt. Es ist der Magen.“

27 september 2006

Familienleben, Viola Roggenkamp

Dit boek kreeg ik van een andere lezer die graag Duits leest. Ik begon erin toen ik enkele uren moest reizen, geen ongelezen alternatief bij de hand. Dat is dan meteen de enige reden waarom ik toch nog halverwege ben gekomen.

Op de achterflap is Elke Heidenreich enthousiast. Wie is Elke Heidenreich? Een veelzijdige en verstandige Duitse vrouw die sinds april 2003 bij de ZDF het boekenprogramma Lesen! presenteert. Ik heb een aantal van de eerste afleveringen gezien, wel een aardig programma, sympathiek omdat het onomwonden om haar subjectieve boekenvoorkeur gaat. Heidenreich leest graag en veel, er komt daarom van alles aan bod.

Familienleben zou haar gelukkig hebben gemaakt. Mij maakte het eerder ongelukkig, een onsamenhangend verhaal verteld vanuit een kinderlijk perspectief dat van de hak op de tak springt. Die Zeit had het over „Witz, Bildkraft und Wärme“, die ben ik niet tegengekomen. Aan het eind van de reis heb ik het boek snel gesloten. Het boek reist verder via BookCrossing.

14 september 2006

Die Vermessung der Welt, Daniel Kehlmann

Eind 18e eeuw brengen twee jonge Duitsers ieder op eigen wijze de wereld in kaart. De een, Alexander von Humboldt, gaat op ontdekkingsreis naar Zuid-Amerika, baant zich een weg door oerwoud en steppe, verkent de Orinoco, proeft vergif en verderf, telt hoofdluis, kruipt door grote en in kleine holen, beklimt vulkanen, komt oog in oog te staan met zeemonsters en menseneters en meet alles op wat zijn pad kruist. De ander is de mathematicus en astronoom Carl Friedrich Gauß, die zijn loopbaan als landopmeter begint, een hekel heeft aan reizen en vanuit zijn kleine wereld even grote ontdekkingen doet als Von Humboldt. Gauß kan zonder vrouw om zich heen niet leven, maar springt niettemin in zijn huwelijksnacht het bed uit om een formule op te schrijven. Als beide heren al enigszins op leeftijd zijn, ontmoeten ze elkaar in Berlijn, in 1828.

Met die ontmoeting begint het verhaal. Verder kijken we terug, twee biografieën van twee bijzonder begaafde mannen, hoe ze opgroeien, hun weg vinden, al snel merken dat ze anders (want geestelijk sneller) zijn dan vrijwel iedereen in hun omgeving, steeds weer nieuwe gebieden ontdekken waar ze hun geest op uit kunnen leven en trachten hun weg te vinden.

Ik heb het boek bijna in één zitting gelezen, met een flinke onderbreking om het op te nemen tegen koude krachtige Noordzee-golven (golven hebben gewonnen, ik werd genadeloos onderuit gehaald). Een zeer goed geschreven boek, zeer geestig, zeer ironisch, spot en zelfspot - een van de personages spreekt met dédain over historische romans, met name de biografische variant. De historische context is, waar of niet, zeer interessant, het zijn twee boeiende levens. Beide personages worden vooral gedreven door kennis, meer, meer, meer, de hersenen willen niet rusten. Ze zijn ieder op eigen wijze eigenzinnig, op het knorrige af, niet bepaald sympathiek, wel zeer menselijk.
Onthouden, Daniel Kehlmann.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

28 juli 2006

Eine Frau, eine Wohnung, ein Roman, Wilhelm Genazino

Wilhelm Genazino heeft in 2004 de prestigieuze Georg-Büchner-Preis van de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung gekregen. Ik had voordien niet van deze auteur gehoord. Dat gebeurt soms, je bent redelijk bij en toch glipt er wel eens een auteur door, die dan, in dit geval gelukkig, onder je aandacht wordt gebracht door een prijs of iets dergelijks. Ik had het er destijds over met een werkcontact die ook graag Duits leest. De naam beklijfde en bij een volgend bezoek aan Die Weisse Rose kocht ik Eine Frau, eine Wohnung, ein Roman.

De jaren zestig in Hessen. De ik-persoon Weigand wordt met 17 van school geschopt, wat hem niet zo raakt, hij heeft alleen maar belangstelling voor het literaire leven en wat hij daarvoor, volgens hemzelf, nodig heeft: een vrouw, een flat, een zelfgeschreven roman, en wel in die volgorde. De vriendin heeft ie al, inclusief gezamenlijk spaarrekening, de relatie wordt bewust niet geconsumeerd, ze wachten tot na het huwelijk.
Weigands moeder is praktischer ingesteld en gaat met haar zoon op zoek naar een werkplek. Het gaat niet vanzelf, maar uiteindelijk vinden ze iets voor hem bij een transportbedrijf. Tegelijk publiceert een lokale krant zijn eerste stukjes.
Zo begint een dubbelleven: overdag werkt Weigand als leerling bij het transportbedrijf, 's avonds observeert hij als journalist het provinciale burgerbestaan en schrijft hij over de handtekensessies van Duitse Schlager-zangers, de Italiaanse weken in het plaatselijke warenhuis, de Je-Ka-Mi-avond (Jeder kann mitmachen ..., een talentshow) in de kroeg. Hij voelt zich een hele piet. Maar niet lang. Hij observeert en observeert en voelt zich steeds meer verwijderd van de mensen die hij observeert. Het gaat uit met de vriendin, hij heeft vage contacten met andere vrouwen, de vrouw lijkt van de checklist te verdwijnen. Hij krijgt een aanbod om als redacteur bij de krant aan de slag te gaan, maar kiest voor het transportbedrijf. Hij wil werken als arbeider, freelance stukjes schrijven en de roman laten rijpen. Tegen het eind vindt hij toevallig een flat en daar mijmert hij verder over zijn roman.
Zo zit hij, eerste weekend helemaal op eigen benen, op een zaterdagochtend in een café. Ich sah auf mein Frühstück herunter und wartete auf das Aufzucken des ersten Wortes.

Dit is een Duitse Portrait of the Artist as a Young Man met een dikke knipoog. 't Is geen hilarisch verhaal, wel bij vlagen erg geestig en bij andere vlagen intens treurig. Weigand ziet alles om hem heen en doet daar minutieus verslag van. Het resultaat is een mooie, zorgvuldig vertelde roman. Van Genazino wordt meer gelezen.

Eine Frau ..., been there, done that, afgevinkt;
eine Wohnung ... valt 'm in de schoot;
ein Roman ... die heb je, postmodern, dan uit.

23 juli 2006

Der 35. Mai oder Konrad reitet in die Südsee, Erich Kästner

Ik houd erg van de boeken van Kästner. Zijn jeugdboeken hebben waarde toegevoegd aan mijn toch al leuke jeugd. Over Kästner ging het laatst en toen kwam ook Der 35. Mai ter sprake. Het is een boek dat ik me vaag herinnerde, een wat bizar verhaal over Konrad, een jongen met een eigenzinnige oom. Konrad heeft volgens zijn leraar geen fantasie en moet een opstel schrijven over de Zuidzee. De leerlingen met fantasie moeten beschrijven hoe een gebouw met vier etages in elkaar steekt, een eitje voor Konrad. Hij zit met die Zuidzee in z'n maag. Oom Ringelhut (wel fantasie) schiet te hulp, evenals Negro Kaballo, een paard op rolschaatsen. Destijds leuk, nu vooral bizar. Dacht ik. Maar 't is maar een jeugdboek, uit in een mum (in een tijd van een mum, zei iemand gisteren), ik was nieuwsgierig en herlas. Het was weer leuk. 't Is namelijk op en top Kästner. Het verhaal is echt voor een jong publiek, de zinnen zijn prachtig, de onderliggende mentaliteit ook.
Das Pferd blickte die beiden mit seinen großen ernsten Augen verlegen an. „Sie waren mir von allem Anfang an so sympathisch“, sagte es. Zo'n zin is voor mij Kästner ten voeten uit. So sympathisch.
Kästner is ook in Nederland redelijk geliefd. Vooral "Das doppelte Lottchen" schijnt hier wel bekend. Het wordt vaak "Das doppelte Löttchen" en sommigen zijn zo enthousiast dat het zelfs "Das döppelte Löttchen" wordt. Doppelt gemoppelt of moet ik zeggen döppelt gemöppelt?

04 juli 2006

Geiseldrama in Dribbdebach, Frank Demant

Ik was bezig in deze Zweite Sachsenhäuser Kriminalepisode toen de wereld stopte met draaien. Het boek heeft daarom misschien niet een eerlijke kans gekregen.

Wat de leeservaring ook heeft beïnvloed, ik vond dit boek beduidend minder dan zijn voorganger. Het is een lang verhaal over een gijzeling in een bank. Weinig couleur locale en daar las ik het voor. Ineens had ik er genoeg van, ik bladerde naar het einde, even kijken of dat gijzeldrama alles was of dat er halverwege nog iets anders zou gebeuren. Het gijzeldrama was alles. Er zat een aardige twist aan het eind, maar alles bij elkaar was het een dun verhaal voor een heel boek. Ook vond ik het stilistisch minder. Misschien dat het daarin niet verschilde van de eerste episode, maar dat die zo charmant was dat ik de stijlfouten voor lief nam?

Klik op de foto (tram op de Schweizer Platz, buiging naar Simon Schweitzer) als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

10 juni 2006

Die Zugmaus, Uwe Timm

Vorige week stuurde een lieve mij dit toe, een zonnestraaltje in een lastige week. Ik lees Uwe Timm graag. Vroeger incidenteel een boek, maar sinds ik Die Entdeckung der Currywurst heb ontdekt, houd ik nauwlettend in de gaten welke Timms er nieuw verschijnen. Timm als jeugdauteur kende ik niet.
Die Zugmaus is een vriendelijk boek. Een muisje uit München dat vaak op het station foerageert, springt op een dag in een trein, vindt daar allerlei lekkere kruimeltjes en dan een zacht plekje waar het even weg dut en hup, het avontuur is begonnen. De trein vertrekt terwijl het muisje slaapt (ik typ steeds 'meisje' ...). Het muisje maakt van alles mee, reist een tijd door Duitsland, springt dan op een trein naar Zwitserland, ontdekt dat het daar echt geen paradijs voor muizen is, zoals zijn grootvader altijd had beweerd, de Zwitsers gooien nl. iedere kruimel netjes in de afvalbak, raakt bevriend met een Zwitserse muis, ze reizen samen verder, Parijs, Engeland, terug naar Hamburg en dan weer naar München.
Echt aardig, maar ook een beetje braaf. Ik houd het op de grotemensenboeken van Timm. Dit boekje geef ik dadelijk aan twee tweetalige jongetjes. 's Kijken wat zij ervan vinden.

07 juni 2006

Simon Schweitzer - immer horche, immer gugge, Frank Demant

"Erste Sachsenhäuser Kriminalgeschichte" - Leuk tussendoortje, een soort whodunnit met de onweerstaanbare couleur locale van Sachsenhausen of Dribbdebach zoals we dat daar noemen, aan de andere kant van 't water (de beek). De stad Frankfurt, dat zakelijke centrum met z'n skyline en grote mensen heet Hibbdebach, aan deze kant van de beek. Ik ken Dribbdebach goed, ben er opgegroeid, het verhaal staat bol van de al dan niet verborgen verwijzingen naar Sachsenhausense eigenaardigheden. Ik vraag me af of het leuk is voor niet-ingewijden, deze ingewijde heeft in ieder geval genoten. De tweede Sachsenhäuser Kriminalepisode, Geiseldrama in Dribbdebach, ligt ook al op me te wachten. Daarin meer avonturen van de wat lakse hoofdpersoon.
Plaatje van het boek niet gevonden, dus een omgevingsplaatje van de voetgangersbrug over de Main, over de "Eiserner Steg" van Dribbdebach naar Hibbdebach.
O ja, en dat "immer horche, immer gugge" is een plaatselijk devies: "ogen en oren open" zouden wij zeggen, andersom, maar zelfde effect.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

20 januari 2006

Eifel-Blues, Jacques Berndorf

Duitse "Krimi". Niet slecht, veel valse sporen, zonder dat je flauw op het verkeerde been wordt gezegd. Erg macho, maar niet onrealistisch.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.

11 januari 2006

Selige Witwen, Ingrid Noll

Ik heb al wat Nolletjes achter de kiezen en had het punt van Noll-verzadiging bereikt. Dat was ik even vergeten en zo las ik deze Noll. Waarom verzadigd? Nolls boeken volgen één sjabloon en dat ken ik nu. De personages zijn ook wat oppervlakkig en de hoofdpersonen soms wat dommig op z'n Bridget Jones. Daar maak je mij erg ongelukkig mee. Waarom waren ze eerst wel leuk? Omdat de boeken spelen in de buurt van Frankfurt, waar ik ben opgegroeid, en in Toscane, waar ik bijzonder graag ben. En omdat ik soms een vlot Duits boek wil lezen.
Adieu Ingrid Noll!