Posts tonen met het label Bernlef. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bernlef. Alle posts tonen

31 oktober 2006

Cellojaren, J. Bernlef

Eerder dit jaar las ik wat verhalen uit Bernlefs Cellojaren. Geen geslaagd experiment.

De titel zou de sfeer in de tweede reeks verhalen moeten omschrijven. Bernlef was in een Engelse krant het begrip 'cello years' tegengekomen, dat zou staan voor 'nadagen', 'de jaren waarin melancholie en verdriet doorklinken'. Dat melancholische zou de boventoon (haha, wat een taalgejongleer weer) voeren in Bernlefs verhalen. Ik weet het niet. Paar gelezen, 't is zorgvuldig geschreven, daar houd ik wel van, maar ik vind het bepaald geen fijne verhalen, melancholisch evenmin, eerder somber, naar, het leven is geen lolletje. Ik kon er niet tegen.

Dat was Bernlef.

05 juli 2006

De onzichtbare jongen, Bernlef

Weer zo'n boek vol jongensromantiek. Mooi geschreven, mooi verhaal, een echte jongensvriendschap, zoals niet-jongens zich die voorstellen en wel-jongens die beschrijven. Misschien toch een mythe, maar een mooie mythe.

Ik heb het boek graag gelezen. Het heeft alles in zich om een prachtverhaal te zijn, in de stijl van Van den Brinks Over het water, maar dat laatste vond ik aanzienlijk beter.

Sterk vond ik de beschrijving van de onrust in het hoofd van Max. Zijn personage laat goed de vage grens tussen normaal mee functioneren en ongeschikt om maatschappelijk mee te spelen zien. Hadden de wissels iets anders gestaan, iets meer begrip, opvang, iemand die tijd voor hem had gehad en Max had het best kunnen rooien. Zijn vriend, Wouter van Bakel, die het verhaal vertelt, wordt minder overtuigend neergezet. Zijn korte hardloperscarrière is onvoldoende uitgewerkt en onbevredigend, niet omdat die nooit echt van de grond komt, maar omdat niet duidelijk wordt waarom hij eerst wel zo nodig moet lopen en het dan ineens niet lukt. Je wordt afgescheept met een beetje flauw gepsychologiseer.

De kracht van De onzichtbare jongen wordt ondermijnd door een incongruente vertellersstem die zich af en toe met het verhaal bemoeit. Een ik-verteller is aan het woord, maar de hoofdstukken openen met een korte inleiding, cursief gedrukt. Hier is iemand anders aan het woord, beste lezer! Deze andere verteller spreekt de ik-verteller aan met "jij" en onderbreekt de stroom van de vertelling met storende, moraliserende, alwetende of gewoon alleen maar irritante overwegingen. Zo jammer!

Maar die teleurstelling valt geheel weg tegen die van de laatste twee zinnen. Je zou er bijna bewondering voor kunnen hebben dat het een auteur lukt zijn hele verhaal met één zo korte slotalinea onderuit te halen. Het is uiteindelijk alleen zo jammer, echt jammer.

Klik op de foto als je wilt lezen wat anderen ervan vonden.