Posts tonen met het label Suter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suter. Alle posts tonen

27 november 2007

Die dunkle Seite des Mondes, Martin Suter

In november lees ik kennelijk altijd een roman van Suter, een Zwitserse schrijver die met veel flair zijn verhalen vertelt.
De geslaagde advocaat Urs Blank is vijfenveertig, heeft alles op orde, weet waar hij mee bezig is, is tevreden met zijn succes en beleeft dan een geheel eigen midlifecrisis. Na een trip met hallucinogene paddo's is hij zo wezenlijk veranderd, zijn morele kompas is compleet van slag, hij wordt gevaarlijk voor zijn omgeving. De immorele Blank overheerst niet altijd, soms steekt de beheerste en evenwichtige Urs de kop op. Blank vlucht wanhopig het bos in, op zoek naar die ene paddenstoel die hem veranderde en, naar hij hoopt, ook weer zal genezen.
Wie is uiteindelijk de grootste slechterik? De ontspoorde Blank, zijn gezapige, opportunistische advocatencompagnons of de berekenende, keiharde zakenman en jager Pius Ott?

20 november 2006

Small World, Martin Suter

Een jaar geleden las ik Lila, Lila, mijn eerste Martin Suter. De roman viel in goede aarde.
Nu kruiste Small World mijn pad en weer las ik Suter graag. Ook hier speelt Suter met vorm (er ligt hier nóg een Suter, wie weet ga ik patronen ontdekken), het lag er iets dikker bovenop dan de vorige keer, echt storen deed 't me echter nog steeds niet.

Konrad Lang groeit op als het huisvriendje en tweederangs medebewoner van Thomas Koch, zoon van een Zwitserse multimiljonair.
Aan het begin van de roman is Konrad ergens in de zestig, al spoedig blijkt dat zijn geheugen hem wel eens parten speelt, dit wordt snel erger en hij krijgt de diagnose Alzheimer. Konrad herinnert zich steeds minder van het nu, weet daarentegen wel in verrassend detail steeds meer te vertellen over zijn vroege en vroegste jeugd. En daar liggen nou net gebeurtenissen die van grande dame Elvira Senn, die de scepter over het Koch-imperium zwaait, voor altijd begraven moeten blijven. Elvira steunt daarom het plan om Konrad privé te laten verzorgen, niet uit altruïsme, maar omdat ze zo grip meent te kunnen houden op dat warrige brein.

Er zit een spanningsboog in de roman (welk geheim verbergt Elvira Senn?), die wordt enigszins kunstmatig gerekt. Maar dit is vooral het verhaal van een man die in zijn geheugen verdwaalt en dat verhaal vertelt Suter bijzonder goed. Ik herkende er althans veel in (want helaas is Alzheimer geen vreemde in onze familie, dat wordt nog wat).

De titel is bijzonder raak. Zoals menig Alzheimer-patiënt weet Konrad nog een hele tijd met behulp van verschillende trucjes de schijn van normaal functioneren hoog te houden. Hij is opgegroeid in de haute culture, smalltalk is een tweede natuur en daar komt hij al aftakelend een heel eind mee. À la "ken ik u ergens van" zegt hij bij een vluchtige ontmoeting vaak "small world" (jij hier? small world). Het gaat lang goed, maar naarmate hij minder onder de mensen komt, valt op hoe vaak hij deze nietszeggendheid uit. Zijn repertoire neemt af, zijn wereld wordt kleiner, small world.

Tegen het einde neemt het verhaal wel een erg onrealistische wending. Een partiële genezing van Alzheimer behoort dan tot het leven. Is dat wenselijk? Ik wens niemand Alzheimer toe, maar we worden hier met z'n allen veels te oud en krakkemikkig, het leven is eindig, echt.